Wetenschap - 18 januari 1996

Informatica is gewild bij werkgevers, niet bij roc

Informatica is gewild bij werkgevers, niet bij roc

Onderwijs

De vakgroep Informatica maakt zich zorgen. In de aanstaande herprogrammering van het onderwijs zou de vakgroep weleens buiten de boot kunnen vallen, omdat studierichtingen het belang van informatie- en communicatietechnologieen niet zien. De richtingen denken echter dat de studenten deze vakken wel zullen volgen als ze daar het nut van inzien.


Richtings-onderwijs-commissies (roc's) zouden meer onderwijs op het gebied van informatie- en communicatietechnologie in hun onderwijsprogramma's moeten opnemen. De kennis van deze technologieen is bij afgestudeerden onvoldoende, menen werkgevers. Ze kunnen onvoldoende omgaan met computers als hulpmiddel en zijn onvoldoende geschoold in presentatietechnieken. Bovendien ontbreekt het vaak aan kennis en inzicht om goede databases op te zetten en hebben studenten vaak een gebrek aan bestuurlijke en communicatieve vaardigheden.

Deze conclusies rolden uit een workshop die de vakgroep Informatica op 20 december organiseerde. Doel van de workshop was om samen met werkgevers na te gaan hoe groot de behoefte en de noodzaak is voor informatica-onderwijs en een vakgroep Informatica aan de LUW. Wel, die zijn van groot belang, vonden de werkgevers. Maar vinden de roc's dat ook? Volgens dr ir G.J. Hofstede van de vakgroep Informatica laten de roc's dit vakgebied wellicht links liggen bij de komende herprogrammering. De richtingen zouden onvoldoende weten wat de vakgroep te bieden heeft.

Hofstede baseert zich daarbij op de twee richtingen Economie en Biologie, die bij hun herprogrammering twijfels hadden over de Informatica-vakken. De economen vonden het informatica-onderwijs moeilijk inpasbaar in hun programma en de biologen wilden een kleiner vak opnemen dan voorheen.

Hofstede heeft een aantal mogelijke verklaringen waarom richtingen willen afzien van informatica en communicatietechnologieen in hun onderwijsprogramma. Het eerste probleem is de nogal isolationistische houding van de vakgroep in het verleden. De vakgroep haalde de neus op voor een vak als pc-vaardigheden. Maar we hebben het vak Basis-informatica inmiddels omgegooid. Ons doel is nu veel meer dat studenten begrijpen wat er in de krant staat, dan dat ze de computer helemaal snappen."

We verzorgen nu het vak Werken in de wetenschap, waarin het gebruik van de pc centraal staat", vervolgt Hofstede. Verder hebben we ook een practicum ontwikkeld voor studenten die niet zozeer zelf willen gaan programmeren, maar willen leren hoe ze een ontwerp kunnen maken voor een programma. Ik vrees dat als studenten deze inleidingen niet krijgen, ze ook later niet weten wat voor vervolgonderwijs ze eventueel voor hun studie nodig hebben."

Onbemind

Een ander probleem is dat het vakgebied zo snel verandert dat roc's vaak niet weten welk informatica-onderwijs voor hen van belang is. Ze lopen altijd achter en tegen de tijd dat er vraag naar een vak is vanuit de roc, is bij wijze van spreken de eerste student die het had moeten volgen al weer afgestudeerd. Door deze mechanismen weten de roc's steeds minder van het informatica-onderwijs, waardoor ze ook steeds minder geneigd zijn er iets van op te nemen. Onbekend maakt onbemind. Individuele studenten daarentegen weten ons nog steeds wel te vinden in hun vrije-keuzeruimte, omdat zij natuurlijk ook sneller kunnen inspelen op nieuwe informatica-vakken", meent Hofstede.

Een aantal roc's beaamt het pleidooi van de informatica-docent. Dr ir V.J.G. Houba van de richting Bodem, water en atmosfeer meent dat Informatica alleen maar belangrijker wordt voor afgestudeerden uit zijn richting en det er dus alleen maar meer aandacht voor zal komen.

Daarentegen meent dr ir I. Bos van de richting Plantenveredeling en gewasbescherming dat studenten steeds beter van huis uit geschoold zijn in computers. Bovendien blijkt dat afgestudeerden steeds vaker het programmeerwerk kunnen laten uitvoeren, denkt Bos. Het is de laatste jaren maar een hele kleine groep die daar interesse in heeft. Een aantal jaren geleden moest iedereen opeens programmeren, maar die tijd hebben we gehad en het aantal is te klein om daar echt vakken voor op te nemen in het verplichte programma."

De zootechnici hoeven, wat roc-secretaris dr ir G. Hof betreft, helemaal niet belast te worden met programmeren en informatica in hun studie. Wij hebben ons de laatste jaren op het standpunt gesteld dat we studenten ook geen Engels in het programma voorschrijven, dus ook geen programmeren. Dat hoort tegenwoordig bij je algemene ontwikkeling. Die paar die zich graag willen specialiseren, vinden heus hun weg wel via de vrije-keuzeruimte. Of wat ook vaak voorkomt: ze doen een cursus van een paar weken bij een werkgever en ze kunnen het ook. Ik stel me voor dat er voor dit soort vaardigheden een soort talencentrum komt, waar je leert programmeren."

Andere richtingen als Landinrichtingswetenschappen hebben bij de vakgroep Informatica specifieke wensen neergelegd. Nu verzorgt de vakgroep onderwijs dat voor elke richting geschikt is. Liever ziet de roc speciale vakken voor de L-30 studenten.

En soms gaan de informatica-vakken eruit, omdat er simpelweg geen plaats meer voor is in het programma. Dat geldt voor het nieuwe programma van de studierichting Plantenwetenschappen, de fusie van Tuinbouw en Landbouwplantenteelt. In de fusie probeer je toch een brede basis te krijgen en dan sneuvelen eerst de vakken die niet per se hoeven. Inleiding programmeren zal wel gaan vervallen bijvoorbeeld", vertelt dr ir H.J. Scholten. Ik denk dat mensen die echt verder willen in de Informatica hun weg wel zullen vinden via de vrije keuze."

Multimedia

Volgens Hofstede kloppen de argumenten die de richtingen geven maar ten dele. Een groep studenten vindt inderdaad de weg wel naar de vakgroep, maar een ander deel zal nooit weten wat hij mist. Pas in een latere fase van de studie komen ze erachter wat ze hebben gemist, in de context van het eigen vak. Zeker voor mensen die in het onderzoek en onderwijs terecht komen, is informatica belangrijker, omdat het onderzoek steeds vaker software als produkt levert en het onderwijs verandert door alle multimedia-technieken. Voor andere beroepsgroepen is het inderdaad minder belangrijk om zelf te kunnen programmeren. Maar communiceren met mensen die programmeren, is tegenwoordig bijna onontbeerlijk", aldus Hofstede.

Re:ageer