Wetenschap - 5 december 1996

In een bootje op Lake Ontario

In een bootje op Lake Ontario

Bas Benneheij, Visteelt en visserij

Van maart tot juli verbleef bioloog Bas Benneheij dit jaar met vriend Rob Grift voor een stage in de States. Beiden zijn in september afgestudeerd. Grift is inmiddels aio bij de vakgroep Visteelt en visserij; Benneheij houdt zich vooralsnog onbetaald onledig met het schrijven van een artikel voor de Canadian Journal of Fisheries and Aquatic Sciences, een van de toonaangevende tijdschriften op zijn vakgebied. Het onderwerp, de zwemsnelheid van vissen, vloeide voort uit zijn stage.

Op Zodiac hield Benneheij onlangs zijn colloquium over zijn stage bij het Cornell Biological Field Station in de staat New York. Het station ligt bij Bridgeport aan Lake Oneida, zo'n twintigduizend hectare groot, dat geldt als een van de schoonste wateren in de VS. Ooit kreeg de universiteit gebouwen en gronden via een donatie in de schoot geworpen.

Benneheij hield zich tijdens zijn studie met zowel aquatische ecologie als visserij bezig. Na zijn Wageningse jaren, die hij vooral achter de computer doorbracht, had hij wel zin in wat veldwerk. Al snel bleek dat hij in Bridgeport goed zat; het station pleegt doorlopend onderzoek naar algen, zooplankton en visbestanden, maar ook naar aalscholver- en sternpopulaties.

Al snel kwam hij in aanraking met het onderzoek naar de eetgewoontes van aalscholvers. Zaten we op maandagochtend al een uurtje of vijf in de boot. Moest ik ineens het roer overnemen en pakte de begeleider een geweer", vertelt Benneheij. Als je op vijfhonderd vogels afvaart vliegen de meeste weg, behalve degenen die zich volgevreten hebben." Van het geschoten gevogelte werd vervolgens de maaginhoud geanalyseerd.

Benneheij leerde de kneepjes van het vak kennen, zoals het uitzetten van kieuwnetten, elektrisch vissen, merken en vis controleren op ziektes. Ik wilde in het begin zoveel mogelijk meewerken aan alles wat ze daar deden. Daarna zeiden ze tegen me: dit zijn onze projecten, kies maar uit."

Na een maand vertrok hij regelmatig naar de paaigronden van de alewife (Alosa pseudoharengus, een haringachtige vis) aan de zuidoever van het Ontariomeer, een uurtje of vier rijden vanaf Bridgeport. Eerst kieuwnetten uitzetten om een indicatie te krijgen wat voor vis aanwezig is. Vervolgens sessies van 24 uur waarin met een bootje van een meter of acht lang, volgestouwd met apparatuur, het meer op gevaren werd. Hoofdzakelijk 's nachts aangezien de vissen, die overdag in scholen zwemmen, er dan alleen op uit gaan. Benneheij: Herhaaldelijk hetzelfde patroon varen om met behulp van hydro-akoestische opnames de omvang van de vispopulatie te bepalen. Raken de geluidsgolven een vis, dan krijg je een echo." Ook liet hij soms de splitbeam echosounder, een apparaat van vijftigduizend dollar, afzinken zodat vrij nauwkeurig het gedrag van de alewife kon worden bekeken. Larfjes bemonsteren deed hij ook, maar dat bleek om onverklaarbare redenen niet mee te vallen.

Dat het station geinteresseerd is in het wel en wee van de alewife is geen toeval. Samen met de baars dient deze vis als belangrijke voedselbron voor de walleye (Stizostedion vitreum), een veertig centimeter grote snoekbaars die, waarschijnlijk vanwege zijn geringe hoeveelheid graten, onder transatlantische hengelaars een gewilde vangst is. De hengelsport stuurt in redelijk grote mate wat er onderzocht wordt", weet Benneheij. Niet dat het station geld krijgt van de hengelaars; het wordt financieel in stand gehouden door Cornell University en het Department of Environmental Conservation.

Benneheij vond de stage afwisselend. Zo kon hij tussen de bedrijven door naar een congresje in Detroit, af en toe mee met onderzoeksgroepen uit Buffalo voor garnalenonderzoek en zalmbemonstering, en een week naar Montreal waar met behulp van videocamera's zwemsnelheden van vissen wordt gemeten. Cornell is bovendien niet de minste universiteit. Ik liep daar mensen tegen het lijf wiens namen ik kende van artikels. Toch kwam ik niet vaak in Cornell zelf, want dat was twee uur rijden van ons vandaan." Benneheij woonde tijdens zijn stage naar tevredenheid op het prachtig gelegen stationscomplex. Zijn onderkomen deelde hij met enkele Europese studenten. Voor boodschappen moesten ze een half uur rijden maar daar staat tegenover dat Benneheij regelmatig herten zag in de achtertuin. Jagen is dan ook populair in Bridgeport.

Terug op Zodiac blijkt de toekomst onzeker. Ik heb wel ideeen, maar het aanbod is gering." Een baan bij een zuivering- of waterschap ligt het meest in de lijn, schat Benneheij. Drie aio-banen op de vakgroep zijn inmiddels aan anderen vergeven. Alvorens terug te keren naar zijn artikel laat hij weten: Ik wanhoop nog niet."

Re:ageer