Wetenschap - 11 juli 1996

Icrisat

Icrisat

Ik reageer hierbij op het artikel over Icrisat in het WUB van 27 juni, waarin vermeld wordt dat Icrisat een ambitieus computermodel wil ontwikkelen voor landgebruik in de Sahel. De laatste mode volgend zal het model multiple goal linear programming toepassen voor het opstellen van toekomstscenario's voor genoemde regio.

Voordat de landbouwkundige wiz kids van AB/SC-DLO en TPE aan de slag gaan, moet er nog wel een detail bestudeerd worden, namelijk waarom die verdraaide boeren in de Sahel niet die mooie westers landbouwkundige technologie willen gebruiken. Het voorbeeld betreft de falende introductie in de Sahel van hoogopbrengende varieteiten (HYV's) van het Icrisat.

Ik ben het volstrekt eens met de conclusie van Van Duivenbooden dat het noodzakelijk is een voorstudie te doen naar de achterliggende redenen van landbouwkundig handelen onder de barre economische en klimatologische omstandigheden van de Sahel, maar ik vrees dat zo'n onderzoek voor Icrisat en bovengenoemde partners slechts als een formaliteit zal worden gezien, voordat overgegaan kan worden op het echte werk. Daarmee dreigt met name Icrisat dezelfde fouten te maken als bij de introductie van zijn HYV's, namelijk een onvoldoende kennisopbouw van het milieu en een onderschatting van de rationaliteit van lokale gebruiken. Om dit laatste punt toe te lichten, wil ik graag ingaan op enkele factoren die een rol spelen bij de rassenkeuze van de belangrijkste graangewassen sorghum en gierst door boeren in de Sahel.

Zaaien vindt plaats na de eerste regens, die het regenseizoen inluiden. Dat tijdstip blijkt echter hoogst onzeker en variabel, in tegenstelling tot het vrij constante einde van het regenseizoen. Het gevolg is dat de lengte van de beschikbare groeiperiode van jaar tot jaar verschilt. Maakt de boer gebruik van HYV's, dan zijn er twee problemen: voor een goede opbrengst heeft hij (dure) input nodig, en de groeiduur van HYV's past zich niet aan aan de lengte van het regenseizoen, omdat die varieteiten niet of nauwelijks reageren op daglengte. Laten wij het eerste (bekende) probleem buiten beschouwing, dan valt als gevolg van het tweede probleem waar te nemen dat vroeg gezaaide HYV's ruim voor het einde van de regentijd in bloei komen en dan veelal ten prooi vallen aan schimmelziekten en vogelvraat. Laat ingezaaide HYV's bloeien natuurlijk ook laat, namelijk in de periode waar veelal de verdamping de neerslag al overtreft. Droogteschade tijdens de korrelvulling is dan regelmati
g het gevolg.

Traditionele varieteiten (landrassen) reageren zeer sterk op daglengte, waardoor het tijdstip van hun bloei redelijk gesynchroniseerd is met de aanvang van afnemende regens, ongeacht het zaaitijdstip. Zo wordt het risico van oogstderving geminimaliseerd. Omdat de ervaring (en de wetenschap) leert dat bij lage-inputlandbouw de landrassen beter presteren dan de HYV's, concludeert de boer dat hij beter gebruik kan maken van die landrassen. Hun lage oogstindex (verhouding korrel tot stro) wordt geenszins als nadeel gezien, omdat stro een hooggewaardeerd voedingsprodukt voor vee is.

Het valt te hopen dat in het project van de heer Van Duivenbooden goed naar de Afrikaanse boer geluisterd wordt en dat de eigen (westerse) normen en waarden niet al te veel de boventoon zullen voeren. Toch vraag ik me af: als Icrisat na zoveel jaren ter plekke niet in staat is de Afrikaanse werkelijkheid te snappen, mogen we dan wel vertrouwen hebben in de door hun ontwikkelde computermodellen?

Re:ageer