Wetenschap - 26 februari 1998

IJsselmeer

IJsselmeer

IJsselmeer
De Volkskrant meldt dat vogels honger lijden in het IJsselmeer Moeten we ons ernstig zorgen maken?
Ik vrees dat het artikel de problemen overtrekt, het is wat tendentieus. De aanleiding voor het artikel, het proefschrift van Mennobart van Eerden, heeft de omvang van vier gewone proefschriften en is uitermate genuanceerd
Als er veel voedingsstoffen in het water aanwezig zijn, als gevolg van verontreinigingen, dan is een ecosysteem productief. Ook met betrekking tot de Noordzee heeft die discussie gespeeld. De vrees bestond dat het schoner worden van de rivieren een negatief effect zou hebben op de visstand
Bij veranderingen in nutrienten zijn er altijd groepen die erop vooruit gaan en groepen die erop achteruit gaan. Voor zover ik weet is in het IJsselmeer de productiviteit van de voedselketen nog niet achteruit gegaan, dus daar ligt het probleem niet
Als het water in ondiepe meren schoner wordt, keren we terug naar de situatie uit de vorige eeuw: helder water met veel waterplanten. Dat leidt, zo blijkt, tot een enorme toename van de vogelstand. Zelfs met een factor tien tot honderd. In de randmeren is bijvoorbeeld het kranswier teruggekeerd en daarmee is de vogelstand enorm toegenomen. Dat zijn overigens grotendeels soorten die geen vis eten, maar planten en kleine beestjes die daartussen zitten
Als de omstandigheden, zoals verontreiniging en visserij, veranderen, krijg je natuurlijk veranderingen in de soortensamenstelling van de vispopulaties. Hoe zich dat zal ontwikkelen is moeilijk te voorspellen
Kijk, we menen dat overbevissing plaatsvindt op de snoekbaars. Als die bevissing minder intensief wordt, krijg je wellicht meer van die roofvissen en dat kan negatief zijn voor de spiering. Kan, want grote snoekbaarzen eten bijvoorbeeld ook kleinere soortgenoten. Bovendien groeit de snoekbaars slecht onder koude omstandigheden; de spiering groeit dan goed. Aangezien een snoekbaars zich al in zijn eerste levensjaar moet ontwikkelen tot een viseter moet hij snel groeien om de spierinkjes de baas te kunnen. Dat lukt hem dus het ene jaar wel en het andere niet. Je ziet van jaar tot jaar enorme verschillen
Tot slot is het heel moeilijk om vast te stellen wat voor vis en hoeveel vis er in een meer of zee zit. Dat is vrijwel onmogelijk in de Noordzee, uitzonderlijk moeilijk in het IJsselmeer en moeilijk in een klein meer. Jarenlang hebben twee instanties onafhankelijk van elkaar de spieringstand in het IJsselmeer bemonsterd. De uitkomsten vertoonden geen significante correlatie

Re:ageer