Wetenschap - 1 februari 1996

IAC worstelt met zijn voortbestaan

IAC worstelt met zijn voortbestaan

Herijking leidt tot tweespalt binnen organisatie

In het Internationaal Agrarisch Centrum zorgt de voortdurende stroom van buitenlandse bezoekers voor een vertrouwde internationale aanblik. Door de Herijkingsnota van minister Pronk rijst echter de vraag of er voor het IAC nog een rol is weggelegd in de ontwikkelingssamenwerking. De onzekere toekomst verscherpt de tegenstellingen tussen personeel en management. Mogelijk gaan de Landbouwuniversiteit en de DLO-instituten hun kleine broertje opslokken in hun internationale geldingsdrang.


De medewerkers van het Internationaal Agrarisch Centrum (IAC) kijken gespannen uit naar het rapport van prof. dr A. Kuyvenhoven van de LUW-vakgroep Ontwikkelingseconomie en mr J.P. Hoogeveen van het ministerie van LNV. Deze adviseurs moeten de toekomstkansen van het IAC schetsen en de daarmee samenhangende strategische keuzes aangeven. Het beleid voor ontwikkelingssamenwerking is namelijk in beweging en dat dwingt tot een kritische reflectie op de bezigheden van het IAC.

De basis voor het huidige IAC-takenpakket is gelegd in 1951. Toen werd het instituut met fikse financiele steun van het Directoraat-generaal Internationale Samenwerking (DGIS) opgericht als internationaal landbouw-studiecentrum. De IAC-medewerkers werden ook ingeschakeld bij de beoordeling van ontwikkelingsprojecten van DGIS. Om ervoor te zorgen dat de experts onafhankelijk van DGIS konden opereren, werd het IAC officieel ondergebracht bij het ministerie van LNV. DGIS is nog steeds een van de belangrijkste opdrachtgevers, al verricht de staf ook bureaustudies en missies voor bijvoorbeeld de FAO, het Wereldnatuurfonds en de Europese Unie.

De onderwijstak is flink gegroeid. Het IAC verzorgt nu jaarlijks zo'n twintig cursussen van een tot vijf maanden, voor ongeveer vijfhonderd deelnemers uit alle delen van de wereld. De cursusleider van het IAC stelt het programma samen en werft docenten van onder meer de Landbouwuniversiteit en de DLO-instituten. Achter de schermen verzorgt een geoliede machine de inschrijvingen, logies, visa- en geldzaken. De cursisten vinden onderdak in het IAC-hotel. DGIS heeft ook bij de cursussen een fikse financiele vinger in de pap: het directoraat-generaal betaalt het gros van de beurzen en vliegtickets.

Naast studie en onderwijs doet het IAC ook aan arbeidsbemiddeling. Het centrum krijgt jaarlijks een dikke vijfhonderd vacatures opgestuurd van ontwikkelingsorganisaties. De sectie arbeidsbemiddeling zoekt kandidaten voor deze banen en put daarvoor uit een groot bestand van ingeschreven werkzoekenden.

Kennismakelaar

Dit gecombineerde aanbod van diensten maakt de organisatie weliswaar complex, maar de praktijk leerde dat de taken elkaar versterkten en tezamen een basis vormden voor een constante stroom van opdrachten. De laatste jaren is deze constructie echter gaan wankelen, vertelt ing. M. Witvliet, hoofd Bureau advisering van het IAC. Minister Pronk heeft aangekondigd dat hij het aantal ontwikkelingsprojecten drastisch wil inkrimpen. Daarmee verdwijnt ineens een stevig aantal potentiele missies, aldus Witvliet.

Pronk wil meer taken overdragen naar ambassades en steviger inzetten op zogeheten programma- en sectorhulp. Dat dwingt het IAC tot een andere aanpak. Zo adviseert een medewerker in Bangladesh de regering ter plekke over het te voeren zaaizaadbeleid. In de toekomst moet het IAC met ambassades samenwerken en binnen een sector fungeren als een soort kennismakelaar, meent Witvliet. De vraag is of Wageningen dan als uitvalsbasis kan blijven fungeren.

Een andere belangrijke ontwikkeling is de val van de Muur. Agrarisch Nederland lijkt zich ineens op Oost-Europa te storten en het IAC gaat mee. Door een samenloop van omstandigheden is het centrum inmiddels druk doende met de opzet van een voorlichtingsdienst in Rusland. Die ervaringen zijn positief, maar stemmen tot nadenken. De zittende staf heeft vooral ervaring in ontwikkelingslanden; een vergroting van de inzet in voormalige Sovjet-republieken zal dus gepaard moeten gaan van het bijwerken van de expertise. Dit dwingt tot beleidsbeslissingen, meent het hoofd Bureau advisering. Daarbij is haast geboden, want de concurrentie van ingenieursbureaus is bikkelhard; twijfelaars worden genadeloos afgestraft.

Kinnesinne

De IAC-missies in het buitenland scheppen perspectieven binnen Wageningen. Het IAC mag immers de projecten die het in een missie identificeert, niet zelf uitvoeren. Het kan zijn dat een project past bij een LUW-vakgroep of een DLO-instituut. Het IAC kan zo'n project doorspelen en helpen bij de subsidie-aanvraag. Aangezien het centrum vrijwel alle potentiele projecten voorbij ziet komen, kan het IAC volgens Witvliet prima dienst doen als transferbureau voor het gehele Wageningse kenniscentrum.

Dat die functie matig uit de verf komt, wijt Witvliet deels aan pure kinnesinne. Het IAC is een felbegeerde werkplek voor tropische specialisten. Het werk is afwisselend en de medewerkers hoeven niet elk dubbeltje om te draaien. Dat steekt sommige Wageningers, die het internationaal alcoholisch centrum daarom mijden. Toch zijn er bescheiden successen te melden, zoals het onlangs opgerichte Wageningen Seed Centre, waarin het Wageningse trio (IAC, LUW en DLO) acteert.

Commentaar van DLO-directeur ir M. Heuver leert echter dat de DLO-instituten in toenemende mate hun eigen internationale boontjes doppen. Heuver meldt dat het IAC in verwarring en te ambitieus is. Wij verkopen kennis. Dat geef je niet in handen van een organisatie die vooral met buitenlandse zaken bezig is. Daar ben ik mordicus tegen."

Heuver betwijfelt of een Wagenings buitenlandloket een meerwaarde oplevert. Kijk maar naar de cijfers. Onze afzonderlijke instituten halen steeds meer opdrachten binnen, zoals in Brussel. Die geven we dus niet over aan het IAC."

Heuvers opstelling verklaart waarom er binnen het IAC bezorgd tegen de toekomst wordt aangekeken. Zullen LUW en DLO bij nadere samenwerking hun kleine broertje niet geheel opslokken? Is het zeer geroemde Kenniscentrum wel zaligmakend? Deze onzekerheid is merkbaar op de werkvloer, vertelt Witvliet. De medewerkers zijn nog steeds sterk gecommitteerd aan het ontwikkelingsideaal, maar verschansen zich op hun eigen werkterrein. Het algehele IAC-belang komt op de tweede plaats, de werksfeer wordt er niet beter op en het personeel verwijt de directie een gebrek aan duidelijk voortvarend beleid. Zo hangt in de kantine een brief van de dienstcommissie, de ondernemingsraad van het IAC. Daarin staat onder meer: Het is van cruciaal belang dat er een managementstructuur ontstaat die het vertrouwen geniet van het personeel".

Alliantie

Ik ben een groot voorstander van nauwe samenwerking met DLO en LUW binnen het Kenniscentrum Wageningen", meldt drs R.F. van de Weg. De IAC-directeur ziet duidelijk perspectieven gloren, vooral in het onderwijs. We moeten een strategische alliantie aangaan met de LUW en het internationale onderwijs in Wageningen in een organisatie concentreren."

Van de Weg ziet de IAC-cursussen graag onder universitaire kwaliteitszorg vallen, zeker nu ontwikkelingslanden steeds hogere opleidingsniveaus vragen. De cursussen moeten met hun niveau aansluiten op M.Sc.-opleidingen van de LUW. Sommige course directors van de M.Sc.-opleidingen van de LUW geven reeds credits voor gevolgde IAC-cursussen, die gelden als vrijstelling voor de M.Sc.-opleiding.

Maar een werkelijk integratiebeleid ontbreekt. Zo'n beleid biedt volgens de directeur tal van voordelen: IAC-cursussen worden dan meteen extern beoordeeld, de werving kan efficienter en het IAC kan deel uitmaken van Sail, de samenwerking tussen M.Sc.-opleidingen in Nederland.

M.Sc.-cursusdirecteur ir D. Legger ziet deze integratie ook wel zitten. Hij somt de praktische voordelen op: efficienter gebruik van apparatuur, IAC-cursisten kunnen naar goedkopere SSHW-kamers en moeilijke administratieve betalingsregelingen voor docenten kunnen eindelijk worden afgeschaft.

Dat de samenwerking nog niet serieus wordt besproken, wijt Legger aan fouten van beide kanten". Inmiddels gaat de LUW zelfs een soort verkapte concurrentie aan met het IAC, doordat ze sommige onderwijselementen van de M.Sc.-opleidingen als zelfstandige onderdelen aanbiedt aan buitenlanders.

De tijd gaat dringen voor het IAC. Dat weet ook LUW-rector prof. dr C.M. Karssen, tevens IAC-bestuurslid. Hij wijst er fijntjes op dat het IAC toenemende groene concurrentie ondervindt van de agrarische hogescholen en de praktijkscholen voor buitenlanders. Dat dwingt tot samenwerking, meent hij. Ik wil het IAC beslist niet opslokken. Hun cursussen draaien nog goed, maar het mag zich niet zo los blijven ontwikkelen als nu."

Onderspit

De meningen van Van de Weg en Karssen lopen aardig parallel, maar het pleidooi voor integratie valt minder goed bij het IAC-personeel, erkent Van de Weg. Mede daardoor zijn de interne beleidsgesprekken op het IAC vastgelopen. De directie riep de hulp in van bestuursvoorzitter ir J.F. de Leeuw, directeur-generaal van het ministerie van LNV, en stelde de Projektgroep 2000 in, ondersteund door een organisatieadviseur die eerder betrokken was bij de zwaluwstaart-reorganisatie van LNV. Het eindrapport verschafte meer duidelijkheid over de beleidsopties en de organisatorische beslommeringen, maar bleef vrijblijvend. Dus mogen Kuyvenhoven en Hoogeveen nu preciezer aangeven welke strategische keuzes het bestuur moet maken, om te voorkomen dat het IAC als een geisoleerd instituut het onderspit delft.

In de wandelgangen circuleert inmiddels het scenario dat de organisatie wordt opgedoekt. Het onderwijsdeel zou dan toevallen aan de LUW en de adviestaken zouden deels in een onafhankelijk ingenieursbureau terechtkomen. Van de Weg heeft niet veel op met dit doemscenario. De opdrachtenportefeuille is nog steeds goed gevuld. Hij hoopt op ruimere ondersteuning van LNV voor een Kenniscentrum met een eigenstandig IAC. Wat dat precies mag betekenen, moet de studie uitwijzen.

Of hij zelf de scepter zal zwaaien in zo'n eigenstandig IAC is de vraag. De verhouding tussen personeel en directie is door alle perikelen op scherp gezet. Stapt Van de Weg dus op als directeur? Dat wil hij nog niet zeggen, maar hij heeft al wel aangekondigd dat hij geen leiding zal geven aan de implementatie van het veranderingsproces".

Re:ageer