Wetenschap - 20 juni 1996

IAC wil zichzelf binnenstebuiten keren

IAC wil zichzelf binnenstebuiten keren

Lauwe reacties van buitenwacht op ambitieuze plannen

Het Internationaal Agrarisch Centrum (IAC) moet zijn onderwijs- en advieswerk beter afstemmen op de behoeften van gebruikers. Het aanbod wordt nu te zeer bepaald door de eigen capaciteiten en het beschikbare personeel. Het IAC moet meer aansluiting zoeken bij DLO en LUW, om samen een internationaal onderwijsprogramma aan te bieden. Dat schrijven prof. dr A. Kuyvenhoven van de vakgroep Ontwikkelingseconomie en mr J.P. Hoogeveen van LNV in hun strategisch plan voor de toekomst van het IAC. Het IAC-bestuur heeft hun conclusies en aanbevelingen inmiddels grotendeels overgenomen.


Het rapport van Hoogeveen en Kuyvenhoven zet een streep onder een periode van bijna twee jaar waarin het takenpakket van het IAC stevig ter discussie stond. Reden was onder meer dat minister Pronk, de belangrijkste opdrachtgever voor advieswerk, steeds meer ontwikkelingstaken wil overhevelen naar de ambassades. Ook is er bij DGIS, het Directoraat-Generaal Internationale Samenwerking van Pronk, toenemende behoefte aan adviezen over complexe beleidsvraagstukken. En juist op dit terrein, zo schrijven beide evaluatoren, schieten de capaciteiten van het IAC tekort.

Het IAC heeft de malaise deels aan zichzelf te wijten, meldt Kuyvenhoven. Volgens hem opereert het IAC ondanks zijn uitgebreide netwerk onvoldoende competitief en daardoor verliest het potentiele opdrachten aan ingenieursbureaus. Dit terreinverlies wordt mede veroorzaakt door het feit dat het ministerie van LNV het IAC ruim 66 formatieplaatsen garandeert. Volgens de hoogleraar is dat de dood in de pot: zo veel zekerheid prikkelt niet. De econoom pleit daarom voor output-financiering, waarbij de toegekende formatie afhangt van plannen en resultaten.

Naast het advieswerk is ook de andere hoofdtaak van het IAC doorgelicht, het geven van korte, intensieve midcareer-cursussen aan buitenlandse studenten. Deze cursussen zijn zeer gewild, maar dat is volgens Kuyvenhoven een vertekend beeld. Aangezien DGIS jaarlijks drie miljoen gulden aan beurzen voor IAC-cursussen verstrekt, is die keuze snel gemaakt.

Door deze zekerheid is het IAC in slaap gesust en heeft het ook hier de boot gemist, meent Kuyvenhoven. Er bestaat in ontwikkelingslanden namelijk een toenemende vraag naar hoger opgeleiden. Andere internationale onderwijsinstellingen in Nederland, zoals het ITC in Enschede, hebben daarom hun koers verlegd naar M.Sc.- en zelfs Ph.D.-onderwijs. Zij waarborgen bovendien de kwaliteit met externe controles. IAC-cursisten krijgen geen graad maar een diploma en de cursussen worden intern geevalueerd.

Speelruimte

Omdat de concurrentie op de midcareer-markt ondertussen alleen maar toeneemt, stellen Kuyvenhoven en Hoogeveen een ommezwaai voor. De IAC-cursussen moeten voortaan M.Sc.-credits opleveren en het IAC moet nauwer samenwerken met LUW en DLO. Dit alles moet resulteren in een gezamenlijk internationaal onderwijsprogramma. Daardoor kan het IAC ook makkelijker aanhaken bij Sail, het samenwerkingsverband van de LUW en vijf internationale onderwijsinstituten die reeds M.Sc.-titels verstrekken. Ook zou het IAC een grotere rol kunnen spelen binnen het Kenniscentrum Wageningen en kunnen fungeren als centraal transferbureau en kennismakelaar.

Tenslotte worden interne organisatorische veranderingen voorgesteld die het IAC werkelijk slagvaardig moeten maken. De nieuwe directeur drs J.J. Hooft - zijn voorganger drs R.F. van de Weg is onlangs opgestapt naar aanleiding van de onrust van de laatste twee jaar - moet meer speelruimte krijgen. Daartoe moet het bestuur inkrimpen en een minder diverse en daarmee minder verlammende samenstelling krijgen.

De evaluatoren achten het ongewenst dat LNV in het bestuur de voorzittershamer blijft hanteren. LNV rammelt immers tevens met de geldbuidel en is daardoor moeilijker ter verantwoording te roepen. Kuyvenhoven en Hoogeveen pleiten voor een onafhankelijke voorzitter. Bovendien achten ze het verstandig als het personeel niet langer op de LNV-loonlijst staat, maar direct in dienst treedt bij het IAC. Dan krijgt de IAC-directie meer greep op het personeelsbeleid en kan zij duidelijker het algemene beleid vormgeven.

Een deel van het personeel en het bestuur reageerde terughoudend op de verstrekkende voorstellen, meldt Kuyvenhoven. Ze vreesden het verlies van hun beschermde ambtenarenstatus en van de oude sfeer van het old-boys-netwerk. Anderen zagen het eigenstandige IAC al verpletterd door de twee Wageningse giganten. Maar na enkele zware vergaderingen ging het roer toch om. Alles bij het oude laten zou immers, gegeven de analyse, een zware wissel trekken op de toekomst.

Het bestuur gaf het plan zijn zegen en stuurde het ter goedkeuring naar LNV. In afwachting van de handtekening van Van Aartsen schrijft directeur Hooft een human-resource-managementplan en beraadt hij zich over de procedures rond de grote ommekeer.

Wagenings loket

Hoe groot die ommekeer uiteindelijk zal zijn, hangt vooral af van het IAC zelf. Reacties van de buitenwacht zijn uitgesproken lauw en afwachtend. Ir C.W.M. de Ranitz, hoofd Bureau Buitenland van de LUW, acht de afstand tussen IAC en LUW vooralsnog veel te groot: het IAC richt zich op een ander type cursisten. Hij is weinig geporteerd voor het IAC als kennismakelaar voor LUW-vakgroepen.

DLO-directeur ir M. Heuver sprak zich al eerder uit tegen het idee om het IAC te belasten met de verkoop van hoogwaardige DLO-kennis. Volgens Heuver halen afzonderlijke DLO-instituten steeds meer buitenlandse opdrachten binnen, vooral uit Brussel, en hij betwijfelt of een Wagenings loket een meerwaarde oplevert.

Ir. M. Bloemberg, course director van de M.Sc.-cursus Management of agricultural knowledge systems, meent dat er ooit een gemeenschappelijk internationaal Wagenings onderwijsprogramma zal komen, maar vooralsnog acht ze de culturele verschillen tussen IAC en LUW te groot. Zo zijn IAC-cursussen luxueuzer opgezet en hanteert de LUW strengere toelatingseisen voor buitenlandse studenten.

Volgens Bloemberg moet de LUW eerst eens orde op zaken stellen in eigen huis. M.Sc.-cursussen worden nog te vaak gezien als een afgeleide van reguliere onderwijsprogramma's en als een opeenstapeling van vakjes. M.Sc.-onderwijs is echter thesisgericht; dat vraagt om een andere opzet, maar hoe precies weet niemand. Ondertussen komen er steeds nieuwe plannen vanuit het reguliere onderwijs, zoals verblokking, die onvoldoende worden getoetst en aangepast aan specifieke M.Sc.-eisen. De onlangs opgerichte LUW-stuurgroep Internationalisering acht ze te algemeen. Daarom zullen goede ideeen vooral op de M.Sc.-werkvloer moeten ontstaan, meent Bloemberg. Het ontbreekt de course-directors, die die goede ideeen moeten bedenken, echter aan tijd om weerbarstige internationale onderwijsproblemen te bespreken en te doorgronden. Grootse doorwrochte overkoepelende plannen zijn volgens Bloemberg dan ook voorlopig niet te verwachten.

Besognes

Een laatste reactie komt van dr R.J. Bijleveld, secretaris van Sail, het samenwerkingsverband van de LUW en vijf internationale onderwijsinstituten. De statuten sluiten een stijging van het aantal Sail-deelnemers niet uit, maar toetreding van het IAC is voorlopig niet aan de orde. DGIS betaalt stevig mee aan de IAC-cursussen en werkt vooralsnog niet mee aan een overheveling van deze activiteiten naar Sail. Een deel van het internationale onderwijsbudget van minister Pronk gaat namelijk binnenkort naar Sail, dat een projectenbureau zal oprichten om dat geld te beheren. DGIS wil afwachten hoe dat uitpakt. Ook wordt druk gesleuteld aan een wetenschappelijke adviesraad die toeziet op de kwaliteit van Sail-promoties, dus Sail heeft het ook zonder het IAC al druk genoeg.

Ondertussen probeert het IAC zichzelf binnenstebuiten te keren. LUW, DLO en Sail kijken toe en zijn vooral druk met hun eigen besognes. Het gebouw aan de Lawickse Allee mag dan een schat aan internationale netwerken en ervaringen herbergen, de buitenwacht zit er blijkbaar niet op te wachten.

Re:ageer