Wetenschap - 18 mei 1995

Huirne

Huirne

Faillisementen in pluimveesector nabij, kopte het Agrarische Dagblad dit weekend. Is dit het klassieke verhaal van de klagende boer?

Nee, dit is echt dramatisch. Om een fatsoenlijk inkomen te halen, moet een boer tussen de tien en twaalf cent per ei krijgen en die prijs ligt nu rondom een stuiver. De marges in de sector zijn erg klein. Gemiddeld heeft een bedrijf zo'n dertigduizend kippen. Die leggen per stuk per jaar ongeveer tweehonderdzeventig eieren. Dat komt dus neer op acht miljoen eieren per jaar. Een prijsverschil van een cent scheelt dus tachtigduizend gulden aan inkomsten. Bij de huidige prijzen verliezen de boeren dus op jaarbasis zeker vier ton en dat houden ze niet lang vol.

De lage prijs is ontstaan, doordat vraag en aanbod niet met elkaar in evenwicht zijn. De eiermarkt is bij uitstek een internationale aangelegenheid en kennelijk wordt er dus in Europa teveel geproduceerd. Het valt niet te verwachten dat de vraag sterk gaat toenemen: het aantal eieren dat een consument per week koopt, zal immers niet sterk veranderen. Het zal dus alleen beter gaan als het aanbod terugloopt. Het is voor bedrijven dus zaak om deze slechte tijd uit te zingen. Het zou gunstig kunnen zijn om even over te gaan op leegstand, zodat je de variabele kosten in ieder geval terugbrengt, maar dat is heel lastig te realiseren. Een nieuw koppel moet twintig weken van tevoren worden besteld en kan niet worden afgezegd. Nu besluiten om het volgend koppel niet te bestellen, is nogal een risico, omdat je niet weet hoe de prijs over een aantal maanden is.

Hoewel het een redelijk uniforme bedrijfstak is, zijn er grote inkomensverschillen. Dat is ook logisch: als je door efficient te voederen of goede hygiene je kosten met een kwart cent per ei weet te drukken, neemt je marge al gauw met tienduizenden guldens toe. Daarom zie je dat sommige bedrijven, ook bij een goede eierprijs, voortdurend op de rand van faillissement balanceren en anderen gewoon goed verdienen.

Of het in het najaar beter gaat, zoals het Agrarisch Dagblad suggereert, weet ik niet. Het kan zijn dat aan de hand van de orderportefeuille van de opfokbedrijven duidelijk is dat de produktie terugloopt... 't Kan natuurlijk ook dat men dit zegt om vooral de moed erin te houden."

Re:ageer