Wetenschap - 20 februari 1997

Huidige aanpak bant resistentie tegen varkenspest uit

Huidige aanpak bant resistentie tegen varkenspest uit

Huidige aanpak bant resistentie tegen varkenspest uit
Hoogleraren pleiten voor vaccinatie en selectie op resistentie
Het kan gekomen zijn door de extreme kou. De transportwagens voor varkens die uit het buitenland kwamen, waren moeilijk te ontsmetten. Zowel water als ontsmettingsmiddel vroor binnen afzienbare tijd vast. Dus overleefde het varkenspestvirus en kwam het Nederland binnen. Maar dit is slechts een theorie; hoe het virus de grens over kwam is onbekend. Even onzeker is of de Nederlandse varkenshouderij het virus nu onder controle heeft. En als dat zo is, dan kan de pest volgend jaar toch weer toeslaan. Wellicht is het beter te zoeken naar resistentie tegen het virus dan keer op keer honderdduizenden varkens af te slachten
Bij elke uitbraak op een bedrijf gloort de hoop dat het de laatste is. Maar tot nu toe ging bijna geen dag voorbij zonder een nieuwe melding. Woensdag 5 februari kwam de eerste melding. Ruim twee weken later ligt het aantal besmette bedrijven op achttien
De uitbraak komt niet onverwacht. De besmetting met het virus was nog maar vijf kilometer van de grens met Duitsland verwijderd. De afgelopen drie jaar ging er in Duitsland geen jaar voorbij zonder uitbraak, meldt prof. dr ir Aalt Dijkhuizen, hoogleraar agrarische bedrijfseconomie. Ze krijgen het virus niet onder controle. Waarschijnlijk is het daar nooit weggeweest. Kenmerkend is dat het virus lang kan rondwaren zonder dat het ziekteverschijnselen geeft. Wellicht overleefde het populaties van wilde zwijnen.
Dat het virus sterk, slim en verwoestend is, blijkt uit het verleden. Want niet alleen Duitsland worstelt ermee, ook Belgie had een paar jaar terug met een zware uitbraak van de pest te kampen. Die keer bleef Nederland vrij, maar in 1983, 1984, 1985 en 1992 waarde het virus rond op Nederlandse varkenshouderijen. Alles op alles zetten blijkt keer op keer niet voldoende. Telkens opnieuw duikt het varkenspestvirus op
Het virus komt het varken meestal binnen via de mond. Het nestelt zich in de keelamandelen. Van daaruit verspreidt het zich via de lymfeknopen. Witte bloedcellen vervoeren het virus door de bloedvaten. Na een incubatietijd van vijf tot tien dagen doen zich bij geinfecteerde varkens de eerste verschijnselen voor. Het virus beschadigt het endotheel aan de binnenkant van bloedvaten, waardoor bloedingen optreden. De varkens krijgen last van diarree, zijn lusteloos, eten niet en hebben hoge koorts, oplopend tot 41 graden Celcius. Als het virus uiteindelijk de zenuwbanen aantast, begint het dier onzeker te lopen. Een week na besmetting treed meestal sterfte op. Varkens die een besmetting overleven zijn een bron voor volgende infecties
Route
Europa neemt het zekere voor het onzekere. Breekt op een bedrijf varkenspest uit, dat wordt het dezelfde dag nog geruimd. Alle dieren, zieke en gezonde, worden afgevoerd, geslacht en verbrand. Ook bedrijven in een straal van twee kilometer rond het getroffen bedrijf zijn de klos. Het virus kan zich immers verspreid hebben voordat het werd gelokaliseerd. De zoektocht naar de herkomst van het virus begint
Tot nu toe is het de Nederlandse deskundigen nog niet gelukt de route van het virus te traceren. Volgens Dijkhuizen is dat ook moeilijk. Het eerste bedrijf waar de ziekteverschijnselen zich voordoen hoeft niet het bedrijf te zijn dat het eerst besmet is. Dat blijkt ook in de huidige situatie. Het eerste bedrijf heeft geen duidelijk contact gehad met Duitsland. Wellicht was een van de preventief geruimde bedrijven in de omgeving het oorspronkelijk besmette bedrijf.
De bron is onbekend en daarom ook het transport van het virus tussen bedrijven tijdens de incubatietijd, nog voor de eerste melding kwam. Vanwege de onzekerheden zijn de maatregelen rigoureus. Of ze ook afdoende zijn, moet blijken. Onbekend is hoever het virus inmiddels is opgerukt. Voorlopig lijkt bidden en afwachten het enige dat de varkensboeren rest
Misschien is de uitbraak nu aan banden gelegd en blijft het aantal besmette bedrijven op achttien steken. Dan is het wachten op de volgende uitbraak van de varkenspest. Dat kan zes maanden duren of een jaar, maar even zo goed vijf jaar
Weerstand
De vraag rijst of de huidige aanpak de beste is. Door het virus zo snel mogelijk uitschakelen en de infectiedruk laag te houden, wordt de varkenspopulatie de kans ontnomen om enige vorm van weerstand tegen het virus op te bouwen. In getroffen gebieden worden alle dieren gedood, dus ook de dieren die weerstand weten te bieden aan het virus. Elke kans op natuurlijke selectie van varkenspestresistentie in de varkensstapel is daarmee verkeken
Dr ir Klaas Frankena van de vakgroep Veehouderij: Dieren zijn altijd vatbaarder als ze de ziekte nooit hebben gehad. Natuurlijk kun je de ziekte op zijn beloop laten. De dieren worden ziek, maar ze gaan lang niet allemaal dood. Uiteindelijk wordt het virus zwakker en de varkens sterker. Maar zo'n aanpak valt niet in de politiek. Gekozen is voor de productie van ziektevrije dieren zonder vaccinaties en voor een lage infectiedruk.
Het risico van die aanpak is dat zich een explosie voordoet als je de ziekte binnenkrijgt. Met de ziekte van Aujeszky (een besmettelijke virale ziekte die het centrale zenuwstelsel aantast, net als varkenspest ongevaarlijk voor mensen, red.) gaat het dezelfde kant op. We zijn hard bezig het land vrij te maken van de ziekte. Uiteindelijk hoeven we niet meer te enten en krijgen we een Aujeszky-vrije status. Maar als zich dan toch een keer een uitbraak voordoet, dan kun je goed de klos zijn.
De redenen voor een non-vaccinatiebeleid zijn economisch van aard. Landen als Japan, de Verenigde Staten, Nieuw-Zeeland en Australie zijn al jaren vrij van de ziekte. Dijkhuizen: Het zijn allemaal eilanden die de insleep van de ziekte van buitenaf tegenhouden door alleen handel te drijven met landen die vrij zijn van de ziekte. We mogen niet exporteren als we vaccineren. Begin jaren tachtig zijn we daarmee gestopt. Ook het zogenaamde merkervaccin, ontwikkeld door het Instituut voor Dierhouderij en Diergezondheid in Lelystad, mag niet worden ingezet.
Antilichamen
Met dat nieuwe vaccin van ID-DLO zijn varkens rond een besmet bedrijf vrij te houden van de ziekte, zodat het niet nodig is ze te slachten. Door de merker zijn de antilichamen in een geent dier te herkennen; een bewijs dat die antilichamen niet het gevolg zijn van een besmetting met het veldvirus. Dijkhuizen: De handelspartners voeren aan dat met een merkervaccin nog niet zeker is of Nederland zijn varkens goed onderscheidt, zodat mogelijk toch besmette dieren worden ingevoerd. Daarnaast achtten ze de kans aanwezig dat het virus door een vaccinatiebeleid onderdrukt in de populatie aanwezig blijft. We kunnen praten wat we willen, maar uiteindelijk zijn zij het die de varkens niet willen kopen en dus dicteren wat we moeten doen. En dat is bij een uitbraak alle dieren in het getroffen gebied slachten
Volgens prof dr Wim van Muiswinkel, hoogleraar celbiologie en immunologie, kan deze aanpak niet tot in lengte van jaren doorgaan. In Brussel laait de discussie nu ongetwijfeld op. Het huidige beleid is immers ook een dure oplossing, waar ethisch vraagtekens bij te zetten zijn. De maatregelen veroorzaken grote problemen bij de mensen in het getroffen gebied. Ook de rest van de bevolking kijkt met gemengde gevoelens naar het tv-journaal.
Tot nu toe is het uitbanningsprogramma redelijk succesvol verlopen. De vraag is of je het blijft redden. Wellicht heb je op termijn toch meer nodig, omdat in een dichtbevolkt varkensland met een lage infectiedruk de kans groot is dat een binnendringend virus veel schade aanricht. Een langetermijnaanpak die streeft naar genetische resistentie tegen het pestvirus is een mogelijke oplossing. Natuurlijk blijft er altijd genetische variatie in de varkensstapel bestaan en is resistentie nooit voor honderd procent gegarandeerd. Nieuwe, door ID-DLO ontwikkelde merkervaccins kunnen daar helpen. De combinatie van resistentie opbouwen en vaccins ontwikkelen kan een opteleffect hebben in het verkleinen van de risico's.
Receptor
Ook prof dr Rolf Hoekstra van de vakgroep Erfelijkheidsleer ziet mogelijkheden. In zijn algemeenheid geldt dat tegen allerlei ziekteverwekkers ook resistentiefactoren opduiken. Natuurlijk zal de vatbaarheid van varkens voor het virus verschillen. Ik kan mij indenken dat het ID-DLO onder rustiger omstandigheden zoekt naar die variatie, om resistentie tegen het virus op te sporen. Wellicht is in wilde varkens een gen te vinden dat kan worden ingebouwd in de commerciele beesten. Je moet wel beseffen dat het werk is van de lange termijn. Je zoekt als het ware naar een speld in een hooiberg. Maar ook tegen het aids-virus is resistentie ontdekt. Een recessief homozygoot gen verleent een op de honderd mensen resistentie tegen aids. Deze mensen missen een receptor op witte bloedlichaampjes. Alleen via die receptor kan het virus de cel binnenkomen. Gezocht wordt nu naar een stof die zich goed kan binden aan de receptor, zodat het virus geen kans meer maakt om cellen binnen te komen. Als je eenmaal weet hoe een resistentie werkt, ben je een stuk verder. Dan kun je methodes ontwikkelen om je tegen de ziekteverwekker te weren.
Zo'n scenario tegen de varkenspest kan ook Van Muiswinkel zich voorstellen. Tien jaar gelden was de kennis van vaccinatie en selectie op resistentie beperkt. Nu zijn we een stuk verder en moet deze stap serieus worden overwogen. Een gesloten, geisoleerde instituut als het ID-DLO kan een selectieprogramma uittesten en merkervaccins verder ontwikkelen. Als de resultaten hoopgevend zijn, kunnen we kiezen voor een andere aanpak van de varkenspest. Grote fokbedrijven zullen genetisch materiaal in dieren moeten overbrengen en biggen leveren die resistent zijn. Dat moet lukken, via de kennis van genen maar ook via de klassieke genetica. Het zal jaren duren voordat resistentie is opgebouwd, maar de discussie in Brussel zal er nu zeker over gaan of dat toch niet beter is dan de huidige aanpak. Want met de huidige aanpak bannen we resistentie juist uit.
Dijkhuizen is sceptisch. Resistentie inbouwen gaat volgens hem te lang duren. Hij ziet meer in het verkleinen van risico's door te investeren in een betere diergezondheidsstatus in Oost-Europa. Het virus waart in die landen altijd wel ergens rond. Er zijn grote verschillen in kennis en aanpak van besmettelijke dierziekten tussen Oost- en West-Europese staten. Door de situatie daar te verbeteren, zullen we hier de ziekte minder te krijgen. We moeten geld beschikbaar stellen om daar haarden uit te roeien en betere diagnostische methoden te introduceren. Uiteindelijk zullen het goed betalende guldens zijn als we ze daar investeren.

Re:ageer