Wetenschap - 26 maart 1998

Hoogleraren steunen stoelendans bij Plantenwetenschappen

Hoogleraren steunen stoelendans bij Plantenwetenschappen

Hoogleraren steunen stoelendans bij Plantenwetenschappen
Personeel: We moeten in persberichten lezen wat er gebeurt
Het college van bestuur wil twee nieuwe hoogleraren in de plantenwetenschappen en plaatst drie van de vijf huidige hoogleraren terug als parttime hoogleraar. De hoogleraren die het meest moeten inleveren, Challa en Goewie, steunen de nieuwe indeling van de leerstoelen. Het personeel wacht af. Ik hoop wel dat er snel duidelijkheid komt. We lopen al lang genoeg te rommelen en de motivatie loopt snel achteruit.
Ik steun het voorstel van het college van bestuur, hoewel ik het natuurlijk wel jammer vind dat ik die stoel niet heb gekregen, zegt hoogleraar Ecologische landbouw prof. dr Eric Goewie over de indeling van de nieuwe plantenleerstoelen. Hij is straks niet langer fulltime hoogleraar, maar krijgt twee dagen per week om de maatschappelijke betekenis van de biologische landbouw te bestuderen. Waarom het college een nieuwe hoogleraar wil zoeken voor de leerstoel Bedrijfssystemen met bijzondere aandacht voor de biologische landbouw, weet hij niet. Ik heb het gevoel gekregen dat er veel waardering is voor de manier waarop ik het vakgebied op de kaart heb gezet.
Goewie verbindt twee voorwaarden aan zijn steun voor het voorstel: de nieuwe hoogleraar moet met hart en ziel betrokken zijn bij de biologische landbouw en het Europese model van ecologische landbouw aanhangen. Er is op dit moment een forse aanvaring tussen het Europese en het Amerikaanse model voor ecologische landbouw. De Amerikanen vinden dat de ecologische landbouw ook gebruik moet maken van genetische manipulatie en intensieve veehouderij en dat dit onderzoek het best op een disciplinaire basis verricht kan worden.
Goewie weet nog niet wat hij naast zijn nieuwe parttime hoogleraarsbaan zal gaan doen. De reorganisatie van de vakgroepen zal volgens Goewie nog wel even op zich laten wachten. De benoeming van de nieuwe hoogleraar verwacht hij op zijn vroegst over een half jaar. De nieuwe hoogleraar zal dan met hoogleraar-directeur prof. dr Evert Jacobsen een nieuw formatieplan voor de leerstoelgroep opstellen
De leerstoelgroep reageerde volgens Goewie geschokt toen hij de plannen van het college van bestuur vertelde. Het is een hechte groep en we hadden het gevoel dat we de opgaande lijn te pakken hadden. We hebben de laatste tijd erg veel gepubliceerd, ook in dubbel gerefereerde tijdschriften. Dat zag je vorig jaar nog niet in de publicatiehitlijst, maar volgend jaar wel. De kritiek op de kwaliteit van het ecologische onderzoek is volgens Goewie niet terecht
Brugfunctie
Volgens medewerker drs Jan Diek van Mansvelt van Ecologische landbouw is het personeel onzeker over de toekomst. Wij hebben nog geen idee wat ons te wachten staat. Jacobsen spreekt niet met lager personeel, er schijnt een nieuwe bestuurlijke wind te waaien.
De hoogleraar Tuinbouwplantenteelt, prof. dr Hugo Challa, moet net als Goewie een stapje terug doen. Hij krijgt tweetiende (een dag in de week) van de leerstoel van landbouwtechnicus en onderwijsdirecteur Bert Speelman. Challa ziet dat niet als een persoonlijke nederlaag. De lagere waardering van de teeltwetenschappen is een maatschappelijk fenomeen. Daar kun je niet tegenop. Challa moet een brugfunctie gaan vervullen tussen de plantenteelt en de agrotechniek. Hij is daar wel over te spreken. Het is een uitdagende klus die prima bij mijn expertise past.
Als ik kijk naar het totaal, ben ik minder tevreden, vervolgt Challa. Het is slecht voor het vakgebied als de kennis die nu nog is geconcentreerd, versnipperd raakt. In de plantenteelt zijn drie stappen te onderscheiden: het beschrijven van teeltsystemen, het analyseren en vervolgens het ontwerpen van nieuwe systemen. Die stappen horen bij elkaar en vergen een flinke dosis kennis van de praktijk.
Dr ir Uulke van Meeteren, onderzoeker bij de leerstoelgroep van Challa, weet nog niet wat hem te wachten staat. Het is een onzekere situatie voor ons. Een belangrijke vraag is bijvoorbeeld wie de nieuwe leerstoelen gaat bezetten. Dat is bepalend voor de zwaartepunten in het onderzoek in de sector.
Onbegrijpelijk
Het is voor het buitenland onbegrijpelijk dat het toonaangevende land op het gebied van tuinbouw nu geen hoogleraar meer heeft op dat gebied, meent Van Meeteren. Zelfs Duitsland, dat qua tuinbouw niet veel voorstelt, heeft zes hoogleraren. De nieuwe naam Ketenmanagement is niet iets wat in het buitenland erg aanspreekt.
Maar Van Meeteren ziet ook positieve kanten aan het voorstel. Ik hoop dat het college gelijk krijgt en dat de nieuwe invulling vernieuwing en verjonging zal opleveren. Het is interessant om op verschillende integatieniveaus naar bijvoorbeeld de ecologisering te kijken. Aan de andere kant moet je wel mensen houden met voldoende kennis van de praktijk om zinvolle voorbeelden voor het onderwijs te kunnen leveren.
Voor dr Nico de Ridder, van de voormalige leerstoelgroep van Louise Fresco, was de belangrijkste beslissing al genomen toen de universiteitsraad in december besloot geen leerstoel met bijzondere aandacht voor de tropen in te stellen. Wat we nu zeker weten is dat prof. dr Rudy Rabbinge voltijds hoogleraar wordt op die stoel. Vorig jaar was hij nog van plan voor twee dagen per week hoogleraar te worden en de rest van zijn tijd te besteden aan meer beleidsmatige banen.
De Ridder heeft zich gestoord aan de voorlichting over de reorganisatie. Het bestuur praat alleen met hoogleraren en ik ben natuurlijk maar een vervanger. Ook de nieuwe hoogleraar-directeur Jacobsen informeert ons niet. Sinds het mislukken van de reorganisatieplannen van Rabbinge hebben wij niets meer gehoord. We moeten nu in persberichten lezen wat er gebeurt.
De Ridder maakt zich zorgen over de toekomst van de tropische plantenteelt. Ik geloof wel dat Rabbinge het tropische aandachtsveld serieus neemt, maar de vraag is of er voldoende capaciteit komt voor de nieuwe groep. Rabbinge neemt natuurlijk ook zijn oude groep mee. Er wordt gesproken over drie formatieplaatsen per vakgroep. De rest moet je dan met opdrachten verdienen. Nou, reken maar uit. Wij hebben nu 33 formatieplaatsen in het departement, dat zullen er dan vijftien worden. De Ridder denkt bovendien dat de nieuwe leerstoel Ketenmanagement personeel van buiten de sector zal aantrekken. Daar hebben we de expertise niet voor in huis. Het is een heel nieuw vakgebied. De spoeling zal erg dun worden.
Huisvesting
Dr ir Peter Leffelaar van Theoretische productie-ecologie is erg tevreden over de benoeming van de twee hoogleraren, Rabbinge en prof. dr Martin Kropff, van de leerstoelgroep. Maar er is nog veel onduidelijk. Komt de groep van agronoom prof. dr Paul Struik bijvoorbeeld bij onze groep? Dat zou praktische problemen met de huisvesting opleveren. Wij zitten bij het AB-DLO en hier is maar weinig ruimte voor experimenteel werk dat Struik ongetwijfeld wil doen.
Leffelaar is niet gelukkig met de indeling van de leerstoelen naar integratieniveau. Die indeling staat de integratie van onderzoek volgens hem juist in de weg. Het idee voor een dergelijke indeling is vijftien jaar geleden niet voor niets in de la beland. Ook heeft Leffelaar zich gestoord aan de voorlichting over de benoemingen. Het is natuurlijk niet netjes dat wij dit soort dingen via een persbericht te weten moeten komen. Ik hoop dat we ondanks dit soort weinig productieve acties van het bestuur, zoals de voorlichting over de benoemingen en een poosje geleden die opmerking in de KCW-nieuwsbrief dat wij nu maar eens aan de slag moeten gaan, een oplossing kunnen vinden waarin iedereen zijn creativiteit kwijt kan.
We weten nog weinig en ik kan dan ook niet veel commentaar geven, zegt de agronoom dr ir Jan Vos voorzichtig. Duidelijk is wel dat de leeropdracht die Paul Struik nu krijgt, niet overeen komt met de visie die hij heeft geschreven. Het vakgebied moet ingeperkt worden en daarna moet het afgestemd worden met de leerstoel van Martin Kropff. Pas dan komt er duidelijkheid voor het personeel. Vos hoopt dat hij voor de zomer duidelijkheid heeft over de reorganisatie. Dat is ook belangrijk voor de studierichting Plantenteeltwetenschappen. Deze leerstoelherschikking zal zeker gevolgen hebben voor het aanbod van afstudeervakken.
De hoogleraren Rabbinge (India), Struik (Eritrea), Kropff (Rome), Jacobsen (Canada) en rector Karssen (Moskou) waren niet voor commentaar bereikbaar wegens verblijf in het buitenland

Re:ageer