Wetenschap - 31 augustus 1995

Hoogleraren: samenhang ecologisch en moleculair onderzoek verwatert

Hoogleraren: samenhang ecologisch en moleculair onderzoek verwatert

Midden in de zomer verscheen een omvangrijk discussiestuk over de sector Plantaardige produktie. De vijf auteurs, hoogleraren binnen de sector, vrezen dat de universiteit haar primaire doelstellingen uit het oog verliest. Als de Landbouwuniversiteit een algemene universiteit wordt, verzwakt zij haar nationale en internationale positie.


Acht landbouwplantentelers en negen tuinbouwers. 't Kan haast niet, maar er zijn weer minder eerstejaars dan vorig jaar. Het eens zo glorieuze groene hart van de Landbouwuniversiteit kampt met een geweldig gebrek aan belangstelling van de aanstormende studentengeneratie. Natuurlijk, er zijn lichtpuntjes: zo blijkt de studierichting Bosbouw met veertig studenten na een aantal magere jaren weer volop in de belangstelling te staan en doen de, al even groene, Tropenrichtingen het ook geweldig goed. Maar Nederlandse landbouw is uit.

Midden in de zomervakantie verscheen een opiniestuk over De positie van de groene sector van de Landbouwuniversiteit in een snel veranderende landbouwwereld. Vijf hoogleraren uit de sector willen ten principale de koers van de universiteit in discussie brengen, willen het tij keren. Merkwaardig genoeg behandelt het stuk niet het teruglopende studentenaantal. Althans niet expliciet. Dat wordt gezien als afgeleide van het grotere probleem dat de landbouwpraktijk worstelt met de gevolgen van een negatief imago. De overheid heeft minder geld over voor landbouwonderwijs, -onderzoek en -voorlichting en dat zet het systeem onder spanning. Dat betekent, zo schrijven de profs, dat instellingen voor landbouwonderwijs en -onderzoek neigen tot isolationisme. Het eigenbelang is dus niet langer congruent met het algemeen belang." En in dat spanningsveld zit, althans volgens de vijf, ook de Landbouwuniversiteit die immers voor een majeure bezuinigingsoperatie staat van tienta
llen miljoenen guldens.

De zogenaamde groene sector zit in de hoek waar de klappen vallen, ook al omdat ze bij een aantal eerdere bezuinigingsoperaties is ontzien. Tegelijkertijd is er de afgelopen twee jaar veel veranderd; de sector, ooit schamper beschouwd als archaisch, kent twee erkende onderzoeksinstituten, trekt een groot aantal buitenlandse studenten en heeft met een centraal sectorbestuur in plaats van drie clusterbesturen de zaak ook bestuurlijk op orde. Merkwaardig genoeg baren sommige van die ontwikkelingen agronoom en een van de auteurs van het opiniestuk, prof. dr ir Paul Struik, de meeste zorgen.

In zijn werkkamer aan de Haarweg legt hij uit waarom: de wetenschappelijke groepen binnen de sector Plantaardige produktie worden uit elkaar getrokken. De moleculaire groepen concentreren zich in de onderzoekschool Experimentele plantwetenschappen, de andere in Produktie-ecologie, met als gevolg dat twee gescheiden onderzoeksrichtingen worden ingeslagen. Juist op het synthetiserende veld van de Agronomie, de bestudering van de teeltsystemen, komt vervolgens de moleculaire en fysiologisch input moeilijk tot zijn recht, zo betoogt Struik. In het verleden werkte hij samen met plantenfysiologie in een gemeenschappelijk onderzoeksprogramma. Dat is nu verdwenen. Als plantenfysiologen zich helemaal concentreren op plantehormonen, kan ik daar als agronoom niets mee voor plantenteeltsystemen, zonder wisselwerking in een vroeg stadium. Die is nu afgekapt."

Nadenken

Natuurlijk is er veel veranderd, erkent ook Struik, maar dat ging niet altijd via goed nadenken. Het was bovendien teveel een gevolg van reageren op. Hij krijgt binnen de Landbouwuniversiteit een gevoel van grote stroperigheid" zodra het om werkelijk doordachte veranderingen moet gaan.

Maar het nieuwe leerstoelenplan dan, de onderzoekscholen, de veranderingen in onderwijsprogramma's...? Dat wordt allemaal ingegeven door de behoefte om de eindjes aan elkaar te knopen. De coherentie tussen die verschillende voorstellen is niet zo groot."

Ook binnen de sector Plantaardige produktie, met de duidelijke bestuursstructuur? De regie binnen onze sector is heel strak en in handen van een beperkte groep..." Hij aarzelt even en dan: Dit is niet bedoeld als revolutie tegen die groep hoor, meer als aanzet om met elkaar verder te denken over de ontwikkelingen."

Het opiniestuk is omvangrijk en behandelt de positie van de Landbouwuniversiteit en de positie van de sector. Beide bevallen Struik niet. In de nota beschrijft hij samen met zijn medeauteurs hoe de universiteit wegdwaalt van de oorspronkelijke opdracht, hoe de landbouw steeds meer uit zicht raakt. Binnen de sector ziet hij een toenemende aandacht voor moleculaire technieken. Dat zijn wetenschappelijk heel interessante technieken, maar of de landbouw daar nu het meeste aan heeft op de korte termijn? Resultaten komen pas over een jaar of tien. Al die aandacht voor resistentieveredeling vind ik zorgelijk, omdat ik juist die verbeteringen gerealiseerd wil zien die het functioneren van teeltsystemen op korte termijn wezenlijk kunnen veranderen." Hij voorziet dat ecologisering van de landbouw een steeds belangrijker item wordt en het is een wetenschappelijke uitdaging om meer basaal en integraal inzicht te krijgen in het functioneren van de ingewikkelde agro-ecosystemen, waa
rvan we nog maar weinig weten."

Struik voorziet dat ecologisering van de landbouw een steeds belangrijker item wordt en de wetenschappelijke uitdaging is om meer inzicht te krijgen in de heel ingewikkelde agro-ecosystemen. Daar weten we eigenlijk maar heel weinig van."

Moleculaire basis

Maar kan inzicht in de moleculaire basis van bijvoorbeeld insekt-plantrelaties of bepaalde eigenschappen dat inzicht niet verbeteren?

Dat mag zo wezen, maar ik maak mij zorgen over de ontstane kloof tussen de ontwikkelingen in de richting van ecologische teelt en op het gebied van de gewasbescherming. Integratie mag niet worden belemmerd door verschillende benaderingswijzen."

Met een tarwe-opbrengst van acht tot tien ton per hectare ligt het probleem toch niet meer bij het verhogen van de opbrengst via veredeling, maar veel meer bij het terugbrengen van bestrijdingsmiddelen? Ik denk dat veredelen op opbrengst nog steeds zinnig is. Er kan nog meer worden gehaald per hectare en dan kun je wellicht met minder grond toe. Ik vind ook dat veredeld moet worden op het verbeteren van de benutting van voedingsstoffen... Het is maar de vraag of die gerichte resistentieveredeling via moleculaire technieken op korte termijn tot resultaten leiden. Ik denk van niet."

Struik is daarentegen bijzonder te spreken over het werk van zijn co-auteur prof. dr P. Stam die bij de vakgroep Plantenveredeling tracht om ideale gewassen te ontwerpen op de tekentafel en vervolgens op zoek gaat naar een genetische basis van die ideale gewassen. Dan stop je die eigenschappen erin die leiden tot beter functioneren ven het hele systeem en kun je heel gericht werken aan verbetering van teeltsystemen."

Het blijft merkwaardig dat de uitvoerige discussienota nu verschijnt. De verkaveling van de leerstoelen en het inrichten van de onderzoeksplannen is immers net achter de rug. De universiteit zit toch niet te wachten op weer een uitvoerige discussieronde? Dat beaamt Struik, maar hij herhaalt dat goed nadenken over de richting van de Landbouwuniversiteit hard nodig is. Ik hoop dat de mensen in het sectorbestuur niet alleen maar zeggen dat deze nota hun beleid ondersteunt, maar dat ze ook zien dat sommige elementen niet in hun lijn passen en dat ze vervolgens daarover willen praten."

Offensiever

Sectorvoorzitter en produktie-ecoloog prof. dr ir Rudie Rabbinge benadrukt door de telefoon inderdaad dat de nota in grote lijnen zijn beleid onderstreept. Het had alleen in wat minder woorden gekund. Rabbinge benadrukt echter liever de vele resultaten en veranderingen. Ik ben wat offensiever ingesteld. Kijk eens wat we allemaal bereikt hebben. Kijk eens naar die twee onderzoekscholen, erkende onderzoekscholen waar met veel enthousiasme aan tal van nieuwe onderzoeksobjecten wordt gewerkt. In de sector herbergen we meer dan een derde van de Ph.D.-studenten en zelfs de helft van de M.Sc.-studenten. Daar ligt mijns inziens de toekomst voor ons onderwijs. We moeten ons niet alleen op vwo'ers richten, want dat is sowieso een krimpende markt; kijk maar naar de demografische gegevens. Ook als je met heel veel inspanning je marktaandeel vergroot, krijg je toch steeds minder studenten. Dat is dus dom. Ik wil naar een graduate school, waar studenten in een latere fase instromen om hu
n bul in Wageningen te halen."

Ook sectorbestuurslid en moleculair viroloog prof. dr Rob Goldbach juicht het toe dat buiten het formele circuit om wordt nagedacht over de toekomst van de Groene sector. Dat er ook kritiek uit spreekt op de moleculaire benadering ergert hem een beetje. Ik vind dat een gebrek aan inzicht bij mensen die aan de ecologisch kant staan. Ik begrijp die angst niet, want we werken aan dezelfde doelen. Het is onzin dat er een breuklijn loopt. Wij zitten met ons virologisch werk in de onderzoekschool Produktie-ecologie en willen nagaan hoe gemodificeerde virussen zich in het veld gedragen." Virologie heeft haar insektevirussen in de etalage staan. Die zijn inzetbaar bij de biologische bestrijding, betoogt Goldbach, dat zou toch toegejuicht moeten worden. In een recent rapport over de biologie heeft professor Louis Schoonhoven juist betoogd dat het tijd wordt dat de ecologie meer profijt krijgt van de moleculaire inzichten."

Zwak

En de door de auteurs voorgestane universiteitsbrede discussie? Rector magnificus prof. dr Cees Karssen vindt het een interessant stuk dat gericht is op de sector Plantaardige produktie. Het ligt vooralsnog niet op de weg van het college van bestuur om te reageren. De opmerkingen over de universiteit als geheel vind ik nogal zwak. Het college heeft niet verzonnen dat er veel opdrachten van externe financiers moesten komen. Dat wilden de vakgroepen zelf en zoals het nu gaat zorgt het ervoor dat de universiteit met beide benen in de samenleving staat." Hij gelooft dan ook niet dat de Landbouwuniversiteit wegglijdt van haar oorspronkelijke doelstellingen.

In het discussiestuk reppen de vijf profs over een toegenomen aandacht voor perifere wetenschapsgebieden die toevallig zijn ontstaan. De universiteit zou de moed moeten hebben om die gebieden te schrappen en zich te concentreren op haar hoofdtaken. Die hoofdtaak is het ontwikkelen van kennis die de samenleving nodig heeft om op een duurzame wijze te voorzien in haar behoefte aan voedsel en een goed leefmilieu.

Slotvraag aan de agronoom Paul Struik: wat zijn die wetenschappelijke eilanden en woestijnen die in het opiniestuk worden genoemd? Nee nee, daar geef ik geen antwoord op. Ik hoop dat de raad een keer antwoord geeft op die vraag. Dat is zijn taak. Als ik zeg wat hier niet thuis hoort, krijg ik allemaal boze brieven en daar schieten we niets mee op." Maar is dat niet wat voortdurend gebeurt: suggereren dat de universiteit zich op de kerntaken moet terugtrekken zonder die te noemen? Misschien wel, misschien niet, maar het ligt niet op mijn weg om daarover uitspraken te doen."

De positie van de groene sector van de Landbouwuniversiteit in een snel veranderende landbouwwereld. P.C. Struik, E.A. Goewie, J.C. van Lenteren, L.H.W. van der Plas en P. Stam. Juli 1995.

Re:ageer