Wetenschap - 7 mei 1998

Honingbijen

Honingbijen

Honingbijen
Een rapport over de concurrentie tussen honingbijen en wilde insecten heeft gezorgd voor onmin binnen de commissie die in opdracht van LNV het rapport opstelde. Een van de leden stapte zelfs uit de commissie omdat hij het niet eens is met het advies imkers maximaal vier bijenvolken per hectare bloeiend gewas te laten plaatsen. Kunnen wilde bijen die concurrentie niet aan?
Ik denk dat dat wel meevalt. Een beperkt aantal mensen met hart voor de solitaire bij maakt zich zorgen over honingbijen die bloemen leegsnoepen in natuurgebied. Er zijn heus wel misstanden geweest in natuurgebieden, maar dan vooral daar waar beheerders te veel kasten lieten plaatsen vanwege het geld dat dat oplevert
Imkers zijn geen boemannen die het stuifmeel uit de natuur weghalen. Ze hebben juist oog voor bloeiende planten en spannen zich in om gebieden ingezaaid te krijgen. In de Flevopolders zie je bijvoorbeeld veel bloeiende gewassen, mede door de invloed van imkers. En in Duitsland zijn op aandringen van imkers braakliggende akkers ingezaaid met een speciaal zaadmengsel dat aantrekkelijk is voor allerlei insecten
Een natuurgebied is pas interessant voor een imker op het moment dat er veel planten van een soort bloeien. De heide die in bloei staat, wilgenbosjes, grote gebieden met lamsoor op de Waddeneilanden, distels in nieuw aangeplant bos in met name de Flevopolder. Ik kan me niet voorstellen dat er dan voor solitaire bijen niets overblijft. Veel solitaire bijen hebben meer aan plaatsen waar het hele jaar door iets bloeit, dan aan plekken waar enkele typen planten heel massaal bloeien. Voor solitaire bijen die specifiek afhankelijk zijn van een plant kunnen honingbijen wel een rol spelen, maar ik verwacht dat dat er niet zo veel zijn
Aan de universiteit van Berlijn is onderzoek gedaan naar de verhouding tussen de solitaire en de honingbij. In het onderzochte gebied bleken andere factoren een grotere rol te spelen voor de solitaire bij dan de concurrentie door de honingbij. Zo was de nestgelegenheid een veel groter probleem. Bood je nestgelegenheid aan, bijvoorbeeld holle pijpjes voor metselbijen, dan vond je ook solitaire bijen. De populaties hebben ook last van parasieten. Sluipwespen leggen eieren in bijenlarven; er zijn vliegenlarven die stuifmeel en larven eten
Verreweg de meeste imkers hebben hun kasten binnen de bebouwde kom, dicht bij huis, en komen niet in natuurgebieden. Dat zijn hobbyisten met een paar kastjes. De meer bedrijfsmatige imkers zijn van hun bijen afhankelijk. Die hebben bijvoorbeeld driehonderd kasten, dus dat past niet meer binnen de bebouwde kom

Re:ageer