Wetenschap - 29 augustus 1996

Hogere functies aan universiteiten blijven gespaard

Hogere functies aan universiteiten blijven gespaard

Het aantal hogere functies aan universiteiten daalt minder snel dan het aantal banen aan de onderkant van de piramide, blijkt uit cijfers van de vereniging van universiteiten VSNU.

Het aantal volledige banen voor hoogleraren was eind 1995 met 32, dat is een procent, gedaald ten opzichte van een jaar daarvoor. Met een zelfde percentage daalde ook het aantal universitair hoofddocenten. De werkgelegenheid voor universitair docenten en aio's daalde beduidend sneller, met respectievelijk drie en vijf procent. Het aantal medewerkers dat aangesteld is in een tweejarig ontwerpers- of aio-opleiding daalde met een kwart, tot 531.

In totaal telden de universiteiten eind 1995 1473 (3,4 procent) minder banen dan eind 1994. Er zijn nu nog 43.029 volledige banen, die bezet worden door 52.427 mensen. Voor het eerst sinds jaren daalde het aantal vaste voltijds banen. Daarvan verdwenen er 340 en resteren er 30.822. Het aantal tijdelijke banen daalde echter harder, namelijk met 1137. Tijdelijk personeel vormt nu 28,4 procent van het totaal; dat was vijf jaar geleden nog 32,4 procent.

De daling van de werkgelegenheid deed zich niet overal even sterk voor. Vooral de universiteiten van Amsterdam (UvA) en Eindhoven leverden fors in (respectievelijk 6,8 en 6,1 procent). De werkgelegenheid aan de Landbouwuniversiteit daalde met 99 formatieplaatsen, iets meer dan 4 procent, tot 2422. Ook aan de LUW valt de bezuiniging op de personeelslasten tegen, doordat vooral in de lagere salarisschalen is gesnoeid. Daardoor zijn aanvullende maatregelen nodig.

Het aantal vrouwen dat aan een universiteit werkt, is in 1995 weer iets gestegen, van 35,1 naar 35,5 procent. De Landbouwuniversiteit blijft iets achter met 33 procent vrouwelijke medewerkers.

Re:ageer