Wetenschap - 9 november 1995

Hoge nood bij Nop-project

Hoge nood bij Nop-project

Het Nadoctoraal onderzoeksprogramma van de Koninklijke landbouwkundige vereniging (KLV) verkeert in een kritieke fase, meldt KLV-medewerker ir J.J.M. Oosterwijk. Het directoraat-generaal Sociale Zaken van de Europese Unie beslist pas in de loop van volgend jaar of het een KLV-subsidieaanvraag van ongeveer driehonderdduizend gulden voor 1996 zal honoreren. Zolang er geen uitsluitsel is moet KLV zelf alle uitvoeringskosten dragen. Daarop is besloten dat vanaf 1 januari 1996 geen nieuwe mensen meer worden toegelaten. Bij een negatieve beslissing en gebrek aan alternatieve financiering wordt het project wellicht in augustus 1996 beeindigd.

Afgestudeerden die langer dan een jaar werkeloos zijn, kunnen als nopper met behoud van uitkering in Nederland een jaar lang onderzoek doen voor een Wageningse vakgroep. Hier maakten tot nu toe 272 mensen gebruik van. Tachtig procent vond daarna binnen een jaar een baan in het eigen vakgebied. Ook trokken ruim veertig ingenieurs tegen een maandelijkse vergoeding naar het buitenland. Juist dit projectonderdeel werd uit Europese middelen betaald, evenals de beroepskracht, sollicitatiecursussen en symposia.

Dit jaar droeg KLV voor het eerst zelf alle kosten, omdat vorig jaar de subsidie-aanvraag te laat bij het Europees Sociaal Fonds was ingediend. KLV kan die financiering volgens Oosterwijk niet volhouden. Dus betekent een negatieve Brusselse beslissing dat het project in augustus 1996 wordt opgedoekt, tenzij deelnemende vakgroepen alsnog bijspringen. Goedkope jonge onderzoekers zijn immers ook in hun belang. Oosterwijk acht de kans op een positieve Europese beschikking overigens redelijk groot; het Nop-project is immers een succes. Daarentegen weten steeds meer aanvragers de Brusselse subsidiepot te vinden, waardoor de spoeling dunner wordt en langlopende projecten sneller uit de boot vallen.

Re:ageer