Wetenschap - 15 januari 1998

Het wordt een spannend half jaar voor DLO

Het wordt een spannend half jaar voor DLO

Het wordt een spannend half jaar voor DLO
Van Ast heeft 100 miljoen nodig voor reorganisaties
Kees van Ast is verantwoordelijk voor het geld binnen het Kenniscentrum Wageningen. Hij schrok van het universitaire vermogen en heeft zeker honderd miljoen gulden nodig van het ministerie van LNV om DLO te kunnen reorganiseren. KCW krijgt een bestuurscentrum, maar daaronder blijven DLO met vijf divisies en LUW met negen departementen zelfstandig opereren. We moeten de universiteit intact houden.
Op de valreep, net voor de opening van het academisch jaar, werd ir Kees van Ast in september benoemd tot vice-voorzitter van de raad van bestuur van het Kenniscentrum Wageningen. Sindsdien, zo melden bekenden van hem, is de DLO-bestuurder van het trio duidelijk opgebloeid. Hij neemt enigszins verrast kennis van die kwalificatie, maar zegt dan: De vorming van KCW motiveert me wel. Het aardige is dat je iets wilt bereiken met de mensen binnen de organisatie. Het is een zinvol en concreet proces. Daar komt bij dat ik nu een andere verantwoordelijkheid heb. Als KCW-bestuurders zijn we straks hoofdelijk aansprakelijk voor de ontwikkeling van de organisaties.
Om die reden moet Van Ast, verantwoordelijk voor financien en personeel binnen KCW, even raar hebben opgekeken toen hij het geldtekort bij de LUW onder ogen kreeg. De universiteit heeft een behoorlijke financiele problematiek, problematischer dan ik had gedacht. Daarom hebben we als nieuw college gezegd dat er een trendbreuk nodig is: de centrale en decentrale reserves bij de LUW moeten in evenwicht komen. We hebben een goede discussie gehad in de universiteitsraad en er is brede steun om de liquiditeit en de reserves te verbeteren.
Decentraliseren
Een andere belangrijke ontwikkeling voor de universiteit is de uitvoering van de bestuurswet MUB, stelt Van Ast. We gaan decentraliseren en er komt integraal management: de directeuren van de departementen zijn verantwoordelijk voor het uitvoeren van de begroting. Dat vereist ook een nieuwe planning and control-cyclus: we moeten vooraf de taken en middelen vaststellen. Bij DLO hebben we dit een aantal jaren geleden ingevoerd. Afgelopen najaar heb ik met de negen directeuren van de departementen gesproken en eind januari komt het tweede gesprek. Ik vind het belangrijk dat zij ruim voor het financiele jaar weten wat voor budget ze hebben. We moeten toe naar meerjarige afspraken. Dit jaar zat dat er nog niet in, maar hopelijk lukt dat met de begroting 1999 wel.
  • Lukken meerjarige afspraken wel als zowel de inkomsten van de overheid als de markt niet zeker zijn?
    Daar zullen we aan moeten wennen; we moeten daarop inspelen door flexibel te zijn. Reageren op ontwikkelingen is moeilijk als de groep klein is. Als de financiering verandert en het karakter van het werk verandert, zijn grote onderzoeksgroepen vaak flexibeler. Dat geldt ook voor de ondersteunende diensten, die gaan we groeperen in de begroting. De huidige begroting is zo gedetailleerd dat je de sturingsruimte van de decentrale managers beperkt. En we zullen ook investeren in bijscholing om die flexibiliteit te bevorderen.
  • Het KCW-bestuur wil dat iedereen 2,5 procent per jaar efficienter gaat werken. Kan dat wel als je als fundamenteel wetenschapper afhankelijk bent van de subsidie van de overheid? Het aantal onderzoekers is de afgelopen jaren met drie procent gedaald
    Het is niet zo dat iedereen dat persoonlijk moet kunnen, als groep onderzoekers kun je ook bijdragen. We moeten bijvoorbeeld de gebouwen beter benutten, dat kan al veel schelen. Het staat vermeld in de strategienota zodat de mensen erover nadenken. Het is tenslotte ook hun taak om de ontwikkeling en uitstraling van het KCW te verbeteren.
  • Spreken we bij KCW nu over een fusie van LUW en DLO of komt er een concern met twee werkmaatschappijen?
    Het bestuur zit op de lijn van de bestuurlijke integratie. Een fusie kan op korte termijn niet, juridisch gezien. We gaan eerst DLO verzelfstandigen, daarna is de integratie aan de orde. We kijken dan waar er een inhoudelijk belang ligt bij samenwerking en waar we via integratie de efficiency kunnen verbeteren. Dat gebeurt vanuit een gezamenlijk hoofdkantoor, daar gaan we naartoe. Een integrale aansturing dus.
    Daarom moet de LUW decentraliseren, zodat decentraal de taken en bevoegdheden duidelijk zijn. Bij DLO zijn nu elf instituten en die willen we clusteren tot vijf divisies: een plantaardige, een dierlijke, een agrotechnologische, een maatschappelijke en een voor de groene ruimte. Ook de marketing moet bij deze divisies worden ondergebracht. Langs deze lijn kan de aansluiting met de negen departementen van de LUW worden gemaakt. De synergie van beide organisaties kun je dan redelijk gericht maken. Dat kan binnen een structuur waarbij LUW en DLO eigen balansen hebben en waarbij decentrale afspraken worden gemaakt.
  • De eerste zorg is dus de verzelfstandiging van DLO. Rector Karssen meldde in zijn nieuwjaarstoespraak dat het point of no return voor KCW nog moet worden bereikt
    DLO krijgt een zelfstandige balans en werkt aan een ondernemingsplan. Daarbij staat er iets op het spel. We moeten beoordelen of de instituten voldoende expertise in huis hebben om de markt de komende drie a vijf jaar goed te kunnen bedienen. We moeten kijken naar de kostenstructuur en de tarieven om te bezien of de instituten concurrerend kunnen werken. Om die reden staan er nu reorganisaties op stapel bij het AB en het IBN.
    Missie
    We onderhandelen nu met het ministerie over de vermogensvorming van DLO. Op dit moment draait DLO volledig op exploitatie, het heeft geen vermogen. We moeten straks bijvoorbeeld vermogen opbouwen om de gebouwen te kunnen onderhouden en vervangen. Het bedrijf moet solvabel zijn, daar is het bestuur voor verantwoordelijk. Het wordt een spannend half jaar om te kijken of we goed kunnen werken. We hebben al enige tientallen miljoenen gereserveerd voor wachtgelden, maar we verwachten een behoorlijke reorganisatie. Honderd miljoen gulden in totaal, die richting gaat het op.
    Het gaat dus nu om de realisatie van KCW, de politieke beslissing is genomen.
  • Over hoeveel jaar is DLO een marktorganisatie?
    Over twee of drie jaar, dan kunnen we echt de markt op. Maar bedenk wel, DLO heeft een bepaalde missie. Het is dus niet alleen zoveel mogelijk omzet maken, maar ook het vervullen van een maatschappelijke functie. Dus ook het onderhouden van kennis. Dat betaalt de overheid, dat is de vijftien procent van het budget die gereserveerd is voor strategische expertise-ontwikkeling. Vermarkten alleen is uitverkoop houden.
  • Het bestuur wil dertig procent bezuinigen op de overhead. Hoe?
    Er komt een hoofdkantoor, maar die dertig procent wordt niet alleen daar gerealiseerd. Ook bij het decentrale beheer en in de ondersteuning komen aanpassingen. Neem bijvoorbeeld het gebouwenbeheer. De LUW heeft een redelijk grote afdeling, die van DLO is klein. Dat is logisch, want tot op heden doet het ministerie het gebouwenbeheer. DLO en LUW stellen nu samen een plan op voor de infrastructuur in Wageningen. Daarbij zullen we de investeringsbeslissingen relateren aan de omzetverwachtingen.
  • DLO heeft een duidelijk doel: verzelfstandigen. Wat is het doel van de LUW?
    Die moet er blijven. Dat kan een rem zijn op de formele fusie, maar we moeten de universiteit intact houden. Dat betekent: voldoende financiering van de overheid; het onderwijs en onderzoek op peil houden. Maar het betekent ook taakverdeling in de ontwikkeling van expertise, zodat er een betere doorstroming van kennis komt.
  • Markt en maatschappij stellen eisen aan de wetenschap. Is er nog ruimte voor een autonome ontwikkeling van de wetenschap?
    Zeker, vooral om bij te dragen aan de verwezenlijking van de missie van KCW. We zetten bijvoorbeeld in op de ethische aspecten: waar is Wageningen in de ontwikkeling van de landbouw? Dat is een van de dingen om een eigen plaats, een eigen profiel te krijgen. Dat kan betekenen dat we explicieter aangeven wat aanvaardbaar is in de landbouw. We moeten niet aan de leiband lopen. Dat geldt sowieso voor de LUW, maar ook bij DLO is er discussie onder de noemer van het technologisch aspectenonderzoek: mag alles wat kan?

  • Re:ageer