Wetenschap - 29 juni 1995

Het was in onze ogen een regelrechte coup

Het was in onze ogen een regelrechte coup

De verantwoordelijkheid voor de in hun ogen onrechtvaardige reorganisatie van de vakgroep Bodemkunde en geologie wordt door Poels en Legger in het interview door Lydia Wubbenhorst (WUB, 22 juni) ten onrechte geheel bij Bouma en Kroonenberg gelegd. Bij deze claim ik medeverantwoordelijkheid voor de opzet en uitvoering ervan: (1) de nota Toekomst van de vakgroep Bodemkunde en geologie is door de drie hoogleraren van de vakgroep geschreven, en niet door Kroonenberg alleen; (2) die drie hebben gezamenlijk vorm gegeven aan de personele invulling van het reorganisatieplan nadat dit door de vakgroep en door het college van bestuur was goedgekeurd.

Poels en Legger stellen dat hun voorstel voor vrijwillig deeltijdontslag door Bouma en Kroonenberg werd geweigerd. In werkelijkheid was er blijkens een enquete binnen de vakgroep geen draagvlak voor vrijwillig deeltijdontslag als oplossing voor de overcapaciteit.

Het is mij een raadsel waar de genoemde kritiek op de leerstoel van Bouma wegens te weinig prestatie vandaan komt. Legger merkt in het interview op dat mensen die eruitgegooid zijn ... weinig onderzoek hebben gedaan, maar desondanks was Bouwma's groep gemiddeld behoorlijk produktief. Overcapaciteit is niet hetzelfde als weinig presteren.

Een discussie over personeelsproblematiek van individuele medewerkers hoort mijns inziens niet thuis in het WUB. De, overigens begrijpelijke, frustraties van de geinterviewde personen hebben echter kennelijk geleid tot enkele ongenuanceerde en onjuiste uitspraken, die ik meende te moeten rechtzetten.

Re:ageer