Wetenschap - 12 juni 1997

Het leek net een kerststalletje

Het leek net een kerststalletje

Het leek net een kerststalletje
Een (op)geruimde boer te Boekel
De legertenten en stallen zijn leeg. Klassieke varkenspest, terrein niet betreden, melden de blauwe borden. Ook het bedrijf van de Boekelse varkenshouder Geert Jan van Veen werd vorige week door het pestvirus getroffen. Hij wijst: Daar zit een neef van me, geruimd. Dat bedrijf daar: ook geruimd; en van die boer daar heb ik de pest waarschijnlijk gehad. Van de ruim honderd Boekelse varkensboeren hebben er welgeteld elf nog varkens. Preventief ruimen doen ze hier niet, iedereen komt toch wel aan de beurt.
Vorige maand joeg hij nog opdringerige journalisten van RTL4 van het erf, toen ze ondanks zijn herhaaldelijke verzoek niet wilden vertrekken. Zij stonden aan de staldeur zonder beschermende kledij, ondanks het bord dat aangaf dat het hier om een - toen nog - verdacht bedrijf ging. Nu is Geert Jan van Veen bezig de stallen schoon te spuiten
Zijn bedrijf ligt nauwelijks honderd meter van slachterij Animo in Venhorst, waar al maandenlang biggen worden vernietigd. Eigenlijk had ik natuurlijk als een van de eersten de pest moeten krijgen. Om de tien minuten kwam hier een veewagen langs. Als de doorvoer stagneerde, stonden ze tot vlak voor de tenten stil.
Van Veen zegt opgelucht te zijn nu ook hem het lot van ruiming heeft getroffen. Ik heb de laatste acht weken zo moeten aanmodderen, dat was niet leuk meer. De eerste twee maanden nadat de pest uitbrak, ging het nog wel. Als ik dan 's ochtends de kleppen van het voersysteem openzette en ik hoorde de herrie, dan wist ik dat het voor die dag wel weer goed zat.
De afgestudeerde Wageningse bioloog is sinds zo'n zeven jaar intensief veehouder in het Brabantse Boekel, momenteel het epicentrum van de varkenspest. Zijn bedrijf telt normaliter 380 dragende zeugen, verspreid over twee locaties. Dallandzeugen, een luxevarken, ze zijn heel vruchtbaar. Op het bedrijf in Venhorst worden de zeugen aangedekt. Twee weken voor ze moeten biggen, gaan de zeugen naar locatie twee, gelegen bij het huis van zijn ouders 1400 meter verderop. Wanneer de biggen vier weken oud zijn, gaan de moeders weer terug
Noodstallen
Na het uitbreken van de pest zorgde het vervoersverbod al snel voor een probleem. Hij kreeg twee tenten van het leger te leen, die als noodstallen moesten dienen. Met hulp van vrienden en kennissen werd in rap tempo een betonnen vloertje gestort; een buurman gaf hem een complete stalinrichting in bruikleen. De tenten boden plaats aan 32 dragende zeugen en ongeveer 500 gespeende (van de moeder af zijnde) biggen. Dat zag er wel leuk uit in het begin, lacht Van Veen. Met al dat stro leek het net een kerststalletje.
Dat ging maar een paar weken goed; toen begon de zon echter te schijnen en dankzij de oplopende temperaturen stierven biggen en later ook ongeboren biggen in rap tempo. Er was nauwelijks genoeg zuurstof meer en het werd veel te heet. Je kunt je wel voorstellen wat er dan gebeurt als je hoogdrachtig bent. Er zijn toen genoeg momenten geweest dat ik dacht: had ik maar pest. Als er elke week honderd biggen doodgaan, wil je dat wel. Ik was in eerste instantie ook tegen het doodspuiten van biggen. Dacht ik: een klein biggetje doodmaken is belachelijk. Nu zie ik dat wel anders.
De stallen heeft hij eerst geheel met natronloog ontsmet en daarna met grote hoeveelheden water schoongespoten. Hier en daar staan nog kistjes met rattengif. Gelukkig bijna niet aangevreten. Bij sommige boeren vlogen de ratten in kuddes de stal uit nadat ze geruimd waren. Zijn mobiele telefoon gaat. De inspectiedienst is aan de lijn
Van Veen schetst de situatie van de voorbije weken in de stal: De biggen zette ik op het laatst maar in het gangpad, niet echt ideaal als je moet voeren, maar wat moet je anders. In een dode hoek naast de deur had hij provisorische kraamhokken gemaakt, maar de zeugen urineerden in de eigen biggennesten. Leden van de commissie van Den Bergh (oudhoogleraar in Utrecht, red.) kwamen in maart al tot dezelfde conclusie; dat als een big niet goed bij de tepel kan, je een welzijnsprobleem hebt.
Doodspuiten
Voordat de hele zaak geruimd werd, zijn 1100 biggen doodgegaan en vernietigd via de opkoopregeling, schat Van Veen. Ze kwamen vanaf maart iedere week langs om biggen op te halen. Op een gegeven moment telde ik de dode biggen niet meer, maar alleen nog de emmers waar ze ingingen. Drie, vier per dag. Toch duurde het tot 19 april eer met het doodspuiten van biggen werd begonnen. Op een gegeven moment kwam er weer een RVVer langs de deur die zei: dit kan zo niet, morgen kom ik alles doodspuiten. Wat ik niet begrijp is waarom daar zolang mee moest worden gewacht.
Een week daarvoor werd zijn bedrijf officieel als verdacht bestempeld, omdat hij zijn zeugen had laten insemineren met zaad afkomstig van het KI-station in Wanroij. Ik wilde toen eigenlijk zolang mogelijk verdacht blijven. Dan kon ik mijn biggen tegen een goede prijs kwijt via de opkoopregeling. Op 18 mei ontdekte hij echter een zieke zeug. In negen van de tien gevallen ontdekt de boer het zelf. Want dan eten ze niets meer. De dierenarts kwam de volgende ochtend en 's middags ging het eerste varken al dood. Twee dagen later bleek inderdaad dat hij de pest had
Op 21 mei verscheen de taxateur samen met een RVVer. Van Veen heeft ambivalente gevoelens over de RVV, de Rijksdienst voor de keuring van vee en vlees. Iedere boer hier in Boekel heeft te maken gehad met wantoestanden. Ik was al geruimd toen de RVV belde met de vraag of ik nog steeds een verdacht bedrijf was. Hij lacht wederom: Weet je trouwens wat het verschil is tussen de RVV en de maffia? De maffia is georganiseerd. Maar na de ruiming heeft hij zijn mening over de rijksdienst enigszins herzien: Ze zijn zeer coulant en ik heb een goeie prijs gebeurd.
Bisschop
Achteraf vindt Van Veen dat hij het al met al niet zo slecht heeft getroffen. Na de ruiming heeft hij een bloemstukje van de NCB en een opbeurend briefje van de bisschop gehad. En de overheid kijkt niet op een dubbeltje. Geven marktpijzen en soms zelfs wat erboven. De boeren die in het begin geruimd zijn, hebben het minder getroffen. Zij hebben lage prijzen gehad en hun stallen staan al vier maanden leeg.
Ondertussen blijft Van Veen doorgaan op de andere, zelfs nog niet tot verdacht verklaarde, locatie. Daar zijn, in hokken waar normaliter zes biggen van 25 kilo zitten, biggen van zo'n zeventig, tachtig kilo gehuisvest. Die kan ik pas kwijt als ze boven de 120 kilo zijn. Voor niet-verdachte bedrijven bestaan namelijk vanuit de EU drie opkoopregelingen: voor 8, 25 en 120 kilo. Bij 70 krijg je dus niks. Ook hier gaan varkens dood van de hitte, hetgeen Van Veen bijna doet hopen dat ook hier de pest zal uitbreken. Dan zijn we er maar vanaf.
Hoewel de lege groenlabelstallen hem tweeduizend gulden per week kosten aan rente en afschrijving, kijkt Van Veen vol vertrouwen naar de toekomst. Ik ben varkensboer in hart en nieren en dit is een financieel gezond bedrijf. Ik overleef het wel, ik heb vorig jaar goed verdiend. Bovendien zijn de banken redelijk coulant. Hij vergelijkt het ongewisse leven van een varkensboer maar met een spelletje kaarten en dat maakt het voor hem zo leuk. Je kan zo twee ton verdienen of verliezen, dat is spannend. Koeienboeren klagen altijd, want die krijgen altijd dezelfde prijs. Wij klagen soms niet, want behalve diepe dalen kennen wij ook hoge bergen.
Hij heeft zelfs uitbreidingsplannen, als de gemeente deze tenminste goedkeurt. Hopelijk komen hier twee keer zoveel varkens. Hij schat dat hij pas over twee jaar weer op het oude peil zal draaien. De pest duurt waarschijnlijk tot februari, dan heb ik pas een half jaar later weer biggen. Eerst gaat Van Veen maar 's op vakantie. Naar een camping in Wanroij, pal naast het KI-station. Dat is toeval, lacht hij. Ik had al geboekt.

Re:ageer