Wetenschap - 22 juni 1995

Het enige Nederlandse oerwoud is een papieren oerwoud

Het enige Nederlandse oerwoud is een papieren oerwoud

Natuur in Nederland

Binnenkort trekt half Nederland weer naar verre streken, de wildernis in. Maakt niet uit waar: Nepal, Spanje, Vogezen of Lapland. Bergen, meren en beken smeken om genotzoekers. In de vakantie heeft de Nederlander ongerepte wildernis nodig om tot zichzelf te komen en weer dat primitieve gevoel te krijgen dat hij de rest van het jaar zo node moet missen.


Is in Nederland dan helemaal geen sprankje oergevoel meer op te wekken? Is Nederland helemaal gecultiveerd? Als je het mag afmeten aan het aantal mensen dat zich bezighoudt met de natuur, moet Nederland beschikken over enorme natuurdomeinen. Minister Van Aartsen zegt het zelf: boeren hebben al eeuwenlang natuur en landschap gemaakt. Dat kunnen ze de komende jaren ook wel doen. Dus boeren maken natuur. Half Nederland is in landbouwhanden. Wat willen we dan nog meer? We hebben een hoofdstructuur, parken, reservaten, wetten, regelingen, natuurtellers, natuurpaden, natuureducatiecentra, natuurbouwcongressen en wilgenknotters.

Toch zal niemand het in zijn hoofd halen om het oergevoel dat een Pyreneeenvakantie kan bieden, eens op de Holterberg of in een Noord-Hollandse polder te zoeken.

Onlangs sprong tijdens een bijeenkomst van planologen iemand wanhopig op. Ik krijg van de overheid zeker tien aanwijzingen waar mijn gebied aan moet voldoen, louter en alleen omdat ik een mooi natuurgebied heb." De man is verzeild geraakt in de strijd tussen boerennatuur-aanhangers en natuurontwikkelaars, tussen de ambtenaren van LNV en Rijkswaterstaat, tussen rijk en provincies, midden in de beleidsmatige keuze voor grutto's danwel zeearenden. Het enige oerwoud dat de Nederlandse natuur nog rijk is, is dat van de nota's, het beleid, en vooral de nog niet gerealiseerde plannen. De ambtenarennatuur. Ondertussen worden de natuurdoeltypen en de ecosysteemvisies nog eens gedetailleerder beschreven en gedefinieerd.

Nederland raakt verstrikt in de natuurplannen. Iedereen praat erover, maar er is nog helemaal geen ecologische hoofdstructuur. En er mogen dan veel ambitieuze plannen voor natuurontwikkeling zijn, bar weinig plannen worden uitgevoerd. Het streven om boeren tegen vergoeding te betrekken bij het natuurbeleid mag dan wel werken, maar keer op keer blijkt dat de natuur er niets mee opschiet. Toch noemen we dat natuurbeheer, omdat het beleid daar nu eenmaal op is gericht. De natuur heeft zich in Nederland maar te schikken naar procedures en regels die bedacht zijn in de competentiestrijdjes tussen natuurambtenaren.

Op de volgende pagina (scherm) het keurslijf van de Nederlandse natuur. En voor de thuisblijvers: vergeet de regels en plannen even. Het kan toch leuk toeven zijn in de Nederlandse natuur.

Nationale parken

Een Nationaal park is een aaneengesloten gebied van tenminste duizend hectare, bestaande uit natuur, wateren en/of bossen. Het heeft een bijzondere landschappelijke gesteldheid en is geschikt voor recreatief medegebruik. In de Nationale parken worden natuurbeheer en natuurontwikkeling geintensiveerd, natuur- en milieu-educatie sterk gestimuleerd en vormen van natuurgerichte recreatie en onderzoek bevorderd.

In Nederland hebben zeven van dit soort gebieden de status van Nationaal park: De Hoge Veluwe, De Veluwezoom, Schiermonnikoog, Dwingelderveld, De Weerribben, De Grote Peel en sinds deze maand ook de Limburgse Meinweg. In oprichting zijn de parken De Biesbosch, Zuid-Kennemerland en De Hamert.

Het belangrijkste doel van een park is de educatie. Een park krijgt met zijn status voornamelijk geld van LNV voor een bezoekerscentrum. Dat leidt hier en daar wel eens tot problemen. In De Meinweg protesteerde met name beheerders tegen de status, omdat die te veel mensen zou aantrekken. Om die reden werd de park-status de Oostvaardersplassen onthouden.

Nieuwe venen

Tussen Woerden, Bodegraven en Uithoorn wil Natuurmonumenten in een aantal polders rondom het al bestaande natuurgebied van de Nieuwkoopse plassen extra natuur creeren door landbouwgronden uit produktie te nemen en het waterpeil te verhogen. Een stuurgroep van provincies en rijk en maatschappelijke organisaties werkt aan de plannen voor het gebied. Slechts honderd van de negenhonderd aan te kopen hectaren is al in bezit van Natuurmonumenten.

Voordelta

In de mondingsgebieden van het Brielse gat, Haringvliet, Grevelingen en Oosterschelde, samen ongeveer dertig vierkante kilometer, zijn zandbanken ontstaan na de afsluiting van de delta. Het complex van zandbanken en geulen met daarbij de getijden-invloed geeft een afwisselende natuur. Recreatie en visserij zullen hier waarschijnlijk een stap terug moeten om de zee vrij spel te geven.

Noord-Oever Nederrijn

In het kader van het ruimtelijke ordeningsbeleid hebben de provincies Gelderland en Utrecht, de ministeries van VROM, LNV en V&W, en de provinciale landschappen van Gelderland en Utrecht een visie opgesteld op wat er met de noordelijke oever van de Nederrijn tussen Wijk bij Duurstede en Arnhem moet gebeuren om de natuur te versterken. Voor grote delen stellen zij de natuur als belangrijkste functie in de uiterwaarden. De visie dient alleen als basis voor een verdere uitwerking en heeft geen planstatus.

Goudplevier

Natuurmonumenten wil in Drenthe een aantal heidegebieden (Mantigerzand 208 ha, Hullenzand 63 ha, Lentsche Veen 60 ha en Martensplek 56 ha) met elkaar gaan verbinden door de tussenliggende akkers te kopen en om te bouwen tot een natuurgebied van elfhonderd hectare. Bijna vierhonderd van de zevenhonderd hectare aan te kopen gronden is al in bezit van Natuurmonumenten en wordt momenteel verpacht. Uniek is dat de vereniging het gebied zonder aankoopsubsidies heeft gekocht. Een perceel van acht hectare is al heringericht als natuurgebied. Voor de andere hectaren moet Natuurmonumenten wachten op een vernieuwd streekplan en vergunningen.

Gelderse Poort

Tweehonderd vierkante kilometer groot.

Rivieren

Op tal van plaatsen zijn terreinbeheerders bezig om natuur langs de rivier te realiseren. Grote projecten zijn Fort St. Andries waar de Waal en Nederrijn elkaar het dichtst naderen, de Duurse waarden in de IJssel en het Grensmaasproject in Limburg. Elk aangepast aan de omstandigheden is het uitgangspunt hetzelfde: meer ruimte voor de rivier, nevengeulen, afgraven van uiterwaarden om het waterbergend vermogen te vergroten.

Re:ageer