Wetenschap - 20 februari 1997

Het einde van het Sambaa-koninkrijk

Het einde van het Sambaa-koninkrijk

Het einde van het Sambaa-koninkrijk
De Duitse kolonisatie van Tanzania
Nog in 1850 was het Sambaa-koninkrijk in noordoost Tanzania rijk aan diepe wouden, geirrigeerde bananentuinen en technisch geavanceerde mengculturen. In 1920 waren de meeste wouden gekapt, de bananenplantages verdwenen en de bevolking ontworteld. De historicus dr Frans Huijzendveld ontrafelde de rol van Afrikaanse en Duitse belangenpartijen tijdens de kolonisatie
Het landschap Usambara in noordoost Tanzania is als de Zwitserse Alpen: diepe dalen, grote rotspartijen en steile bergen. Tussen 1820 en 1860 bloeide hier het Sambaa-koninkrijk. De koning woonde in het buurtschap Vuga in West-Usumbara. Hij had zo'n honderdduizend onderdanen die waren georganiseerd in buurtschappen. Elk buurtschap had zijn leider, die rekenschap aflegde aan de koning. Riten, taboes en tegenprestaties zorgden ervoor dat de macht van de leiders werd geaccepteerd
Belangrijk waren de patroon-clientnetwerken. Een leider van een rijke verwantschapsgroep smeedde banden met armere families door dochters uit te huwelijken, een vriendschap te sluiten of door grond of vee uit te besteden. Een patroon met veel clienten kon rekenen op arbeidskrachten bij de oogst en op solidariteit tijdens rechtszittingen. De clienten deelden mee in de voorspoed van hun patroon en waren in slechte tijden verzekerd van hulp
De Sambaa kwamen niet in het dal, want ze vreesden malaria. Ze woonden op hellingen, tussen enorme wouden met ondoordringbaar onderhout en van boom tot boom slingerende lianen. Uit hun tuinen haalden ze dagelijks allerlei bananensoorten die ze bakten of waar ze meel uithaalden voor pap. Om de tuinen te irrigeren, graafden ze vanuit de beken en rivieren greppeltjes, geulen, kanalen en spaarbekkens. Het materiaal voor dammen kwam van modder, klei, steen en hout. In de velden legden ze steenhopen om het water naar alle uithoeken te dirigeren. En om hoogteverschillen in kanalen te voorkomen - deze zouden het water te snel doen stromen - bestudeerden ze de gang van de rode mieren
Erosie
Van de bananentuinen is niets meer over. De dammen, geulen en greppels zijn verdwenen, de sociale netwerken zijn ontwricht, de wouden zijn gekapt en er is een enorme erosie. Hoe kan dat? Veel onderzoekers verklaren de ecologische malaise in Tanzania uit de opkomst van de Afrikaanse kleine boeren rond 1920, die naast voedsel voor zichzelf ook koffie of groenten teelden voor de internationale markt. Deze onderzoekers analyseren hoe modernisering en kapitalistische verhoudingen de boeren dwongen tot uitputting van de grond en het kappen van wouden
De Wageningse historicus dr Frans Huijzendveld, die 20 februari promoveert aan de Universiteit van Amsterdam, toont aan dat de ontwrichting van landbouw en natuur in het Usumbara-gebergte al vijftig jaar eerder was ingezet. Hij bestudeerde de rol van het Afrikaanse rijk en de Duitse heersers tussen 1870 en 1920, net voor en tijdens de koloniale tijd. Men kijkt altijd sterk naar de economische processen, vertelt Huijzendveld op de vakgroep Agrarische geschiedenis, waar hij twee dagen in de week werkt. Maar culturele, religieuze en demografische ontwikkelingen beinvloeden de landbouw evengoed.
Huijzendveld bestudeerde zoveel mogelijk geschriften uit de koloniale tijd. In Potsdam las hij de correspondentie tussen in Afrika gestationeerde gouverneurs en ambtenaren van het ministerie van Koloniale zaken; in Tanzania bestudeerde hij brieven van missionarissen en lokale ambtenaren. Tot 1969 konden onderzoekers niet bij die brieven in Potsdam, zo verklaart Huijzendveld het gebrek aan koloniale studies. Er waren alleen Duitse kranten, maar die vermeldden natuurlijk een heleboel niet.
Ivoorhandel
De Duitse boeren, missionarissen en gouverneurs hebben ieder hun rol gespeeld in de ontwrichting van het Sambaa-koninkrijk, leert het 520 bladzijden dikke proefschrift. Maar wanneer de Duitsers zich vestigen, is het koninkrijk al verzwakt. In 1840 trekt de ivoorhandel met Amerika, Duitsland en Frankrijk aan. Karavanen moesten steeds verder het binnenland in, omdat de olifantenstand afneemt. De ivoorhandel heeft dragers nodig, en later zijn er ook arbeidskrachten nodig voor de plantages met suiker en nootmuskaat aan de kust
De Afrikaanse clans in het berggebied raken verdeeld in akkerbouwers en handelaren. De handelaren krijgen steeds meer macht. Ze heffen tol op de wegen en recruteren dorpelingen van andere clans. Deze ruilen ze als slaven tegen Europese geweren en kruid, waardoor hun macht toeneemt
Tussen 1894 en 1899 mislukken de oogsten en heerst runderpest in het Usumbara-gebied. Een kwart van de bevolking komt om. De macht van de leiders, die ook werden gezien als regenmagiers, kalft verder af: de mensen vertrouwen er niet meer op dat hun leiders de natuur beheersen. Mislukte oogsten en droogtes kwamen altijd al voor, vertelt Huijzendveld. Maar men had manieren om hongersnood op te vangen en de sociale cohesie in stand te houden. Dat systeem functioneerde in 1895 al minder, hoewel binnen de buurtschappen nog wel een buffer was. Daar waren ook nog bananentuinen. Wie daarbuiten leefde, was heel kwetsbaar.
Moord
Intussen hadden de eerste Duitse kolonisten met de Afrikaanse leiders contracten gesloten over land. Je vraagt je af waarom de Afrikanen bereid waren grond te verkopen, maar bij deze overeenkomsten was sprake van tenminste een misverstand. De Afrikaanse leiders dachten in termen van patroon-client-relaties, waarbij zij de patroon waren en de Duitsers de clienten aan wie ze land uitbesteedden. En patronen hadden nu eenmaal meer status wanneer ze meer clienten hadden
De Duitse boeren en gouverneurs brengen de macht van de lokale elite definitief om zeep door in 1895 een belangrijke Afrikaanse leider op te hangen. Hij wordt beschuldigd van een moord, die hij al in 1880 had gepleegd, en van het niet willen inleveren van zijn pistool (dat hij van de Duitsers had gekregen). De Duitse missionarissen in het gebied hadden niet zo'n problemen met het vonnis, verklaart Huijzendveld de rol van de missie, want de lokale Afrikaanse leiders verzetten zich altijd tegen de zending. Een kind dat naar de zending ging, zagen ze als dood voor de eigen samenleving.
Met het aanstellen van een aantal Afrikaanse marionettenleiders is de weg vrij voor volledige economische ontsluiting. De kolonisten gaan niet zachtzinnig te werk. Met hulp van Afrikanen uit andere streken pakken ze hele dorpen tegelijk op. Tegelijkertijd raken steeds meer mensen op de vlucht
En zo houden de geirrigeerde bananentuinen op te bestaan. Te vaak zijn er niet genoeg arbeiders voor het onderhoud, en een tuin opnieuw aanleggen heeft vanwege de onzekere situatie geen zin. De lokale bevolking kiest liever voor maisakkers die snel wat opleveren. Daarbij moeten ze vaak uitwijken naar plaatsen die er niet geschikt voor zijn, waardoor de erosie toeneemt
Rubber
Ook op de Duitse koffie- en katoenplantages mislukken de oogsten regelmatig, terwijl het landbouwkundig onderzoeksinstituut in Kwai steeds hoge opbrengsten meldt. Als iets op de ene plaats lukt, hoeft het op een andere nog niet te lukken, verklaart Huijzendveld. De kolonisten hadden te weinig inzicht in de specifieke eigenschappen van het berggebied. Het gebied is zeer gevarieerd. Als ergens veel regen valt, kan het om de hoek van de berg een stuk droger zijn. De Duitsers hadden, in tegenstelling tot de Nederlanders en de Engelsen, ook geen ervaring met tropische landbouw. Ze trokken wel koffie- en katoentelers uit Java en Guatamala aan, maar daar is de situatie weer heel anders. Daarnaast waren de plantagehouders gedwongen tot kortetermijndenken en het snel behalen van successen om financiering uit Duitsland te verzekeren. Dat leidde bijvoorbeeld tot de aanplant van een snelgroeiende maar minderwaardige kwaliteit rubber. Deze bracht ineens niks meer op, toen Maleisie met betere rubber kwam.
Huijzendveld: Er waren in de beginfase wel wat individuele boeren die aan de kolonisatie verdiend hebben. Maar het avontuur heeft de Duitse staat naar schatting twee miljard mark gekost. En de handel met alle Duitse koloniale gebieden is niet meer geweest dan de handel met Denemarken.

Re:ageer