Wetenschap - 6 maart 1997

Het eerste jaar studeren aan het handje

Het eerste jaar studeren aan het handje

Het eerste jaar studeren aan het handje
Verbetering studeerbaarheid leidt tot schools systeem
Meer studiebegeleiding, de zelfstudie in een rooster opnemen en minder vakken in de eerste periode. Dat moet nieuwe studenten probleemloos door het eerste studiejaar heen loodsen. Prima idee voor de studenten die het nodig hebben, maar een beetje overdreven voor de studenten die zich willen ontwikkelen tot zelfstandige academici, vinden sommige eerstejaars
Terwijl de universiteit schoolser wordt door de discussie over studeerbaarheid en de druk die ze voelt om het programma zo duidelijk mogelijk te structureren, moeten de vwo-scholieren in studiehuizen leren om zelfstandig het leerproces te organiseren. Deze twee ontwikkelingen schetste Marianne van der Weiden onlangs in het tijdschrift Onderzoek van onderwijs. Ze is beleidsmedewerker bij de vereniging van universiteiten, VSNU. Door de tegengestelde bewegingen wordt de aansluiting tussen vwo en wo eerder slechter dan beter!, denkt Van der Weiden
De discussie over studeerbaarheid versus schoolsheid aan de LUW zal de komende weken weer hoog op de agenda staan. Aanleiding is een nota van de Propedeusecommissie studiebegeleiding (PCS), die voorstelt om studenten sneller en beter door het eerste jaar te loodsen. Met een goede studievoortgang zijn zowel de studenten als de universiteit gebaat. De LUW heeft in dit opzicht een goede naam en het is zaak dat zo te houden nu er steeds hogere eisen gesteld worden aan studeerbaarheid en studievoortgang, schrijft de PCS
Zo beveelt de commissie aan om eerstejaars studenten een minder zwaar programma voor te schotelen in de eerste periode van acht weken. Een netto studielast van veertig studie-uren is te veel voor een nieuwe student die kennis maakt met het studentenleven en zelfstandig gaat wonen. Een studielast van 32 uur per week is dan eigenlijk het maximum, stelt de PCS. Voor het hele eerste jaar moet er bovendien een goed onderwijs- en tentamenrooster zijn, waarop alle contacturen, toetsen en zelfs de tijd voor zelfstudie zijn ingevuld
Het dagelijks bestuur van de vaste commissie onderwijs (vco) stelt in een eerste reactie dat het deze voorstellen te ver vindt gaan. Het moet niet zo zijn dat studenten van 1 september van het eerste studiejaar tot aan de dag van afstuderen van uur tot uur bij de hand genomen worden. Het LUW-beleid moet gericht zijn op een verzelfstandiging van de studenten. Zij moeten leren hun eigen verantwoordelijkheden ten aanzien van hun eigen studiegedrag en -attitude te dragen. Een goed studierooster wijst de vco niet af, maar een verkorte werkweek is wettelijk niet toegestaan, meent de commissie. Zij acht het een groter probleem dat studenten vaak niet van maandagmorgen negen uur tot vrijdagmiddag vijf uur kunnen studeren. Steeds meer docenten werken immers in deeltijd, waardoor ook studenten de vrijdag niet meer beschouwen als een deel van de werkweek
Expres
Dit sluit aan bij de zorg van het college van bestuur dat docenten vaak nauwelijks in de gaten hebben dat studenten haast hebben met hun studie. Het college wil docenten, studiecoordinatoren en examencommissies vaker voorlichten over de randvoorwaarden waaronder de huidige generatie studenten hun studie moet afronden
De huidige eerstejaars hebben ook zo hun twijfels bij het vereenvoudigen van de eerste periode. Elk studiepunt dat niet in deze periode is gehaald, zal elders in de studie gepland moeten worden, redeneren zij. Barbara Riksen, eerstejaars Landbouwplantenteelt en lid van de PCS: Het wennen kost de nodige tijd en daarom kan die eerste periode best wat makkelijker zijn. De universiteit moet studenten er heel goed op wijzen dat het eerste trimester expres makkelijker is gemaakt. Anders denken studenten dat het allemaal wel meevalt en doen ze in het tweede trimester niets meer. Je ziet nu al dat veel minder studenten naar de colleges van het tweede trimester gaan als het eerste goed is gelukt. Dat de aanbevelingen van de PCS de universiteit wat schools maken, vindt Riksen geen probleem. Als de begeleiding maar goed is.
Een goede begeleiding drukt mensen met de neus op de feiten, meent eerstejaars Biologie Marieke Berkeveld. Natuurlijk weten studenten wel of ze achter liggen op het studieschema, maar het is dan goed om met een begeleider te bespreken of bijvoorbeeld een andere manier van werken helpt. Dwingen kan zo iemand de student niet en dat hoeft ook niet. Er ligt al voldoende financiele druk op studenten om op tijd af te studeren. Berkeveld is daarom blij dat het idee voor een bindend studie-advies na het eerste jaar is verlaten. Volgens de PCS is dit niet nodig, als docent en student voldoende met elkaar overleggen. Nu ontneemt de universiteit de student tenminste niet de individuele keuze, meent PCS-lid Berkeveld
Overzicht
De propedeusecommissie acht regelmatig contact met een studiebegeleider heel belangrijk en daarom moet het automatische examenregistratiesysteem worden verbeterd. Nu kost het begeleiders te veel tijd om een overzicht van de examenresultaten per student op het beeldscherm te krijgen. Verder moet de studiecoordinator elke student spreken in de eerste drie weken van de studie, om vervolgens na de eerste periode en nog eens voor 1 februari een studieadvies te geven. Studenten die na de vierde periode (het tweede trimester) nog maar zestien studiepunten hebben, moeten voor de zomervakantie nog eens een studieadvies krijgen
Abke Nauta, PCS-lid en eerstejaars Huishoud- en consumentenwetenschappen, vindt regelmatig contact met de studiebegeleider belangrijk, omdat die ook wat van het vak af weet. Het belangrijkste is dat iedereen de mogelijkheid heeft om met zo iemand over de studievoortgang te praten.
Voor sommige studenten is veelvuldig contact met de begeleider misschien wel zinnig, meent eerstejaars Landinrichtingswetenschappen Thijs Luyckx. Het verschilt heel erg per richting hoe de begeleiding is geregeld, maar bij onze studie is het allemaal meer dan voldoende. De studiecoordinator begeleidt werkgroepjes over hoe te studeren en iedereen heeft na de tentamens een tienminuten-gesprek met hem. Soms denk ik dat dit zelfs wat te veel tijd kost. Het voordeel is dat iedereen weet wie de begeleider is, hoe hij eruit ziet en hoe hij heet. Als je problemen hebt, stap je daar misschien sneller op af. Maar persoonlijk vind ik dat je daar als student zelf maar achteraan moet gaan. Over studiebegeleiding heb ik alles gewoon in de gids opgezocht. Het wordt op deze manier allemaal wat schools, dat is een beetje onzin, aldus het PCS-lid Luyckx

Re:ageer