Wetenschap - 16 februari 1995

Het cafe is

Het cafe is

Socioloog Jansen spreekt over de eeuwige kroeg

Op 7 mei 1976 promoveerde de Utrechtse socioloog Gerrit Jansen op zijn proefschrift De eeuwige kroeg. Op een dag - lang geleden - kwamen de Mensen tot de verontrustende ontdekking dat het wellicht toch niet zo'n goed idee was om de voorzichtige vreemdeling, die het ongeluk had hun pad te kruisen, onmiddellijk van zijn bezittingen te ontdoen en te doden, luidt de eerste zin. Vanaf dat moment worden vreemdelingen beschouwd als graag geziene gasten en is het publiek lokaal geboren. Zondagmiddag zal Jansen in cafe De Zaaier verhalen over de geschiedenis van het cafe. Ik denk dat ik gewoon een barkruk pak en m'n verhaal ga vertellen."


Maandagmiddag om half vier zit Gerrit Jansen al aan de koffie in cafe Jan Primus in Utrecht, de kroeg die ruim twintig jaar geleden als eerste van Nederland begon met het tappen van speciaalbieren. De emeritus hoogleraar Bouwen en Wonen aan de Universiteit van Utrecht blijkt een vriendelijk en rustig man. Maar wel iemand die, als hij begint te vertellen, moeilijk weet van ophouden.

Als je een cafe binnengaat, wat hoor je dan? Geroezemoes, gesprekken, gerinkel van kopjes. Als er een biljart staat, het geklos van ballen, het stampen met de keu. Daar geniet ik van", steekt Jansen van wal. De luister van het gewone is Jansen's motto, en dus niet toevallig ook de titel van een boekje dat vrienden en collega's hem vorig jaar aanboden bij zijn afscheid als hoogleraar. Want na zijn verhandeling over het cafe volgden ondermeer boeken over de straat en de kermis.

Zijn wetenschappelijke interesse in het publiek lokaal was al vroeg gewekt. Dat was in 1956 in Haarlem. Ik moest daar een studie maken van de sociale structuur van de stad, al wist ik eigenlijk niet wat dat was." Twintig jaar later promoveerde hij met zijn proefschrift, het voor sociologische begrippen literair meesterwerkje De eeuwige kroeg. Voorafgaand aan de publikatie was hij echter soms de wanhoop nabij. Naar eigen zeggen was hij heel chaotisch bezig geweest, hetgeen geresulteerd had in twee loodzware tassen vol archiefkaartjes waarop citaten over de kroeg en hun afkomst stonden gekrabbeld. Twee weken in een huisje op Terschelling brachten hem uitkomst. Zijn promotie bleek een ware happening, waar indertijd compleet schrijvend Nederland over berichtte. En collega's spraken eveneens lovend van een gedegen studie.

Vuurspuwer

Bij zijn afscheid als hoogleraar trad een door kermisvrienden geleverde vuurspuwer op. Collega's vielen achterover van verbazing. De heiligste grond van Nederland, de Aula waar de Unie van Utrecht nog is gesloten, stond vol rook."

Jansen neemt een Gulpener Dort en vertelt verder: Het cafe is voor mij als socioloog een volstrekt legitiem onderwerp, net zoals het gezin of de fabriek dat is. Een tandarts zegt toch ook niet: die hoektand neem ik niet of die verstandskies doe ik niet." Zo promoveerde onlangs een zijner adepten, met het proefschrift Parade der passanten, op terrasjes.

De gang naar het etablissement wordt volgens Jansen door een complex van dingen bepaald. Hij noemt de behoefte aan een time-out, aan een plek waar de verplichtingen van alledag van de mensen afvallen. Waar andere personen kunnen worden ontmoet en waar een zekere vrijblijvendheid bestaat, ook al kom je, zeker als stamgast, natuurlijk niet als onbeschreven blad binnen. De kroeg: waar je, als je dat wilt, met rust gelaten wordt maar waar soms ook het avontuur gloort: het horen van nieuwtjes, het kennismaken met nieuwe mensen.

Het openbaar lokaal neemt in het sociale leven een belangrijke plaats in. Dat blijkt uit condoleances in De Volkskrant als een kroegbaas of vaste klant is overleden, en dat blijkt uit het feit dat iedereen om elf uur bezorgd wordt als de stamgast met epilepsie, die altijd om half elf binnenkomt, nog niet is gearriveerd. En dat blijkt uit Ome Rinus, die na veertig jaar trouw kroegbezoek op zijn vaste stek aan de bar een metalen plaatje kreeg aangeboden met daarop gereserveerd voor Ome Rinus. Ik bedoel maar, mensen hebben een band met een cafe."

Vloeken

Jansen blijkt veel anecdotes te kennen. Zelf komt hij paar keer per week - geen vast patroon - in Jan Primus en Van Wegen in wijk C, waar hij de bijnaam Meneer Jansen heeft. Bertus van Wegen, de man zelf leeft niet meer, had als bijnaam de Paus van Utrecht. Vloeken was namelijk verboden, dan kon je vertrekken en wel meteen, zonder te betalen. Dan mocht je een maand niet meer naar binnen." Dat overkwam ook een oude stukadoor, die gvd riep na een plas bier over zich heen te hebben gekregen. Toen die de volgende ochtend toch kwam betalen - hier is je geld, je moet er ook voor werken - kreeg hij van Bertus veertien dagen strafvermindering.

Voor Jansen is de kroeg de verzekering dat het leven gewoon doorgaat. Omdat ik daar lekker zit, een biertje op heb en alles er beter uitziet. De kleuren zijn aangenaam, de mensen zijn aardig, de bediening is goed." Kortom: ervaring van de normaliteit van het leven en bovendien voor Jansen een inspirerende omgeving. Je bent met je eigen gedachten, gevoelens en herinneringen."

De geschiedenis leert ons dat het openbaar lokaal immer een belangrijke en inspirerende rol heeft gespeeld in de politieke, economische en culturele geschiedenis. De kroeg is altijd bij uitstek de plaats geweest waar zakelijke transacties werden afgesloten. Lloyd's verzekeringen is ontstaan in een Londens koffiehuis van Edward Lloyd, waar zeekapiteins elkaar ontmoetten. En de Franse revolutie begint vanuit een van de cafe 's in de tuinen van het Palais Royal. Op 12 juli 1789 roept Camille Desmoulins de voor het Cafe de Foy verzamelde menigte op de wapens op te nemen in de strijd tegen de tirannie. Twee dagen later valt de Bastille.

Drank

De kroeg is de gelegenheid waar door samenzijn goede ideeen worden geboren. Want ook al gaat 99 procent van de in euforie ontstane plannen niet door; Ajax, Feyenoord en Kampong zijn wel in de kroeg opgericht. Door de drank word je vooruit geholpen," meent Jansen. Zeker als het thuis en op het werk wat minder is. Dat is ook de reden waarom ze er al tweeduizend jaar zijn." Het succes en de invloed van het cafe is volgens Jansen te herleiden tot de simpele formule ervan. Je hoeft alleen de deur open te doen en een drankje te bestellen."

Een van de meest boeiende perioden van het publiek lokaal vindt Jansen de bloeitijd van de koffiehuizen, midden zeventiende eeuw. Zo waren er in Londen alleen al meer dan tweeduizend te vinden. Koffie was nieuw en de mensen kregen een kick van de activerende werking van het produkt. Het koffiehuis was de plek waar de intellectuele, politieke en culturele discussies zich afspeelden.

Men spreekt zelfs van de stuiveruniversiteit, want de enige verplichting was om bij het weggaan een penny op de bar te leggen. Sommige studenten uit die tijd zeiden in veertien dagen kroeg meer te leren dan in een jaar universiteit. Koningen die een einde wilden maken aan het fenomeen, zoals Karel de Tweede, die op 29 december 1675 per decreet de huizen wilde sluiten, haalden bakzeil na felle protesten.

Vrouwen

Dat de vrouwen er in de geschiedenis van de eeuwige kroeg enigszins bekaaid vanaf komen, is te wijten aan de ondergeschikte rol die ze lange tijd in het openbare leven hebben gespeeld, meent Jansen. Maar dat trekt bij. Sinds mijn boek is uitgekomen, is dat veel beter geworden. Al is het nog steeds zo dat het voor vrouwen niet makkelijk is om alleen een cafe binnen te stappen."

Meteen volgen weer de voorbeelden: de vrouw in cafe Van Wegen die zich excuseert met Mijn man komt zo. Ien van den Heuvel, die ooit bekende: Als ik alleen naar het cafe ga, heb ik altijd een krant onder mijn arm."

Rest de vraag wat Jansen onder een goeie kroeg verstaat. De emeritus hoogleraar neemt een slok en spreekt: Een plaats die vriendelijk is voor gasten en vreemdelingen. Waar als je met rust gelaten wilt worden, dat ook gebeurt. Waar je niet door de muziek de zaak uit getetterd wordt en waar de kastelein optreedt tegen verstoorders." Want een goede kroegbaas heeft belangstelling voor zaak en klanten, zorgt voor een goed sfeer en tapt niet aan mensen die teveel op hebben. Kortom een waard die overwicht heeft.

Re:ageer