Wetenschap - 7 november 1996

Het beste paard van stal

Het beste paard van stal

Van allerlei kanten zijn de afgelopen maanden ideeen gekomen om de eerste fase in Wageningen op te heffen of in ieder geval de nadruk te leggen op de tweede fase. Bij alle discussie vind ik het verbazingwekkend dat een aspect totaal onder tafel verdwijnt: de hoge kwaliteit van ons eerstefaseonderwijs. Nu er steeds meer vergelijkende studies over de onderwijskwaliteit van de Nederlandse universiteiten verschijnen, blijkt de LUW bij de absolute top te behoren. In de dit jaar voor het eerst verschenen VSNU-uitgave Kengetallen universitair onderwijs eindigt Wageningen wat betreft het rendement van zowel de propedeuse en het doctoraal als de gehele opleiding in de top-twee. Bijna nergens behalen zoveel studenten binnen een redelijke termijn hun bul.

Betekent dit misschien dat ons onderwijs te makkelijk is? Nee, want de internationale visitatiecommissie prijst de kwaliteit van de Wageningse ingenieur. Uit loopbaanonderzoeken blijkt eveneens dat onze afgestudeerden de weg op de arbeidsmarkt uitstekend weten te vinden. Ook bij visitaties scoort ons onderwijs goed: Moleculaire wetenschappen is zo ongeveer de beste Nederlandse scheikundeopleiding, Biologie en Milieuhygiene lopen vooraan in het veld. In de Keuzegids Hoger Onderwijs eindigen onze opleidingen, voor zover ze vergelijkbaar zijn met die van andere universiteiten, heel hoog. Bij scheikunde staat Moleculaire wetenschappen op de eerste plaats, evenals Bodem, water en atmosfeer in de groep fysische geografie en Milieuhygiene bij de milieuopleidingen. Biologie en Economie eindigen als tweede in hun groep. Het rendement is hoog, studenten en werkgevers zijn zeer tevreden, kortom: ons onderwijs is gewoon heel erg goed! Misschien, ik durf het bijna niet te zeggen, wel het beste van
Nederland.

Het is mij dan ook volstrekt onduidelijk waarom de eerste fase uberhaupt ter discussie staat. In een tijd waarin termen als top en excellent je om de oren vliegen, moet de universiteit die over de hele linie haar eerstefaseonderwijs het beste voor elkaar heeft, daarop gaan beknibbelen. Bovendien lijkt het wel of de hoge kwaliteit van ons onderwijs door het college en anderen die vanuit de Landbouwuniversiteit betrokken zijn bij de toekomstverkenningen niet onderkend wordt, want men gebruikt het niet als argument. Misschien een heel Wagenings kwaaltje: je niet bewust zijn van je eigen sterke punten, maar in deze tijd wel heel gevaarlijk. Ook onze minister begrijp ik niet: in plaats van het onderwijs van zijn universiteit als paradepaardje te etaleren, maakt hij aanstalten om het af te knijpen.

We hebben reden om trots te zijn op ons eerstefaseonderwijs, en vanuit die houding zou dan ook gereageerd moeten worden op voorstellen die de eerste fase ter discussie stellen. Eigenlijk zouden we heel erg boos moeten worden op iedereen die termen als opheffen in de mond durft te nemen. Samenwerking met andere universiteiten, prima, maar dat zou dan volgens mij moeten betekenen dat wij aan anderen ten voorbeeld worden gesteld, zodat zij van ons kunnen leren hoe ze hun onderwijs net zo uitstekend kunnen inrichten. In de aanval!

Re:ageer