Wetenschap - 10 september 1998

Het allerbelangrijkste vind ik het interacteren

Het allerbelangrijkste vind ik het interacteren

Het allerbelangrijkste vind ik het interacteren
Frans Geurts, practicumbegeleider Fysische chemie
Bij Fysische chemie en kolloidkunde leidt Frans Geurts met zijn practicumbegeleiders jaarlijks grote groepen studenten langs erlenmeyers en apparaten. Hij doet dat al sinds 1984. Ik begon met twaalfhonderd eerstejaars in twaalf weken, zegt Frans Geurts. Nu zitten we op vijfhonderd. Hij kijkt even hoe dat aankomt. Ja, een groot verschil
De practica gaan ongeveer het hele jaar door. Hij heeft wel zes verschillende groepen, uit allerlei richtingen. In februari beginnen we al met de voorbereiding van het september-practicum en werken we aan de herziening van de bundels, de practicumhandleidingen. Kijken we of het practicum goed heeft gewerkt, of het anders, leuker of minder moeilijk kan. Moeten diepgang en vraagstelling worden veranderd, hoe is de opzet van het experiment? Dat evalueer je met docenten, aio's en studentassistenten.
Geurts wil de student niet als nummer behandelen, maar als individu. De assistent krijgt de opdracht: kijk eerst even naar de situatie voor je beoordeelt. Want de practica zijn verschrikkelijk strak georganiseerd. Alles moet in de startblokken staan. Tussen half negen 's morgens en half een 's middags moeten de studenten het experiment doen en de vragen beantwoorden.
De studenten krijgen een map met de bundel mee naar huis. Die moeten ze eerst lezen, en via een aantal opdrachten moeten ze zich voorbereiden op het practicum. Dat is verplicht, want dat sluit aan op de theorie van het werkcollege. Dat de studenten de relatie leren leggen tussen theorie en werkcollege is heel belangrijk. Ze krijgen een beoordeling voor het uitwerken van die voorbereidende opdrachten. Geen cijfer, maar opmerkingen. Zo'n eerstejaars moet dus op het practicum komen met de gedachte: Ik ben voorbereid, ik heb over het experiment nagedacht, ik weet wat ik moet doen.
Voor elke tien studenten is er een begeleider. En die krijgt het zwaar voor z'n kiezen, verklaart Geurts. Uit de opdrachten vooraf kun je opmaken waar het bij een student mis kan gaan. Daar moet je alert op reageren, om te voorkomen dat bij het volgende practicum dezelfde fout wordt gemaakt. Soms gooien ze er met de pet naar en dat willen wij echt niet, want wij lopen ons de blubber.
Tijdens het introductiepracticum krijgen de studenten vier experimenten. Ze leren de basishandelingen, ze leren omgaan met glas en chemicalien, dus het gedrag op een lab, en waarom ze alles zo ontzettend nauwkeurig moeten doen, want af en toe is daar discussie over. Op het vwo hoefde dat nooit zo precies! Dan gaan ze aan de slag met zuren en basen en kan het gebeuren dat ze niet goed hebben gekeken wat er in het ene bekerglas zit en welke stof in het andere, want die stoffen zijn kleurloos. Geurts lacht geamuseerd. Dan kan het zijn dat in een glas zuur zit en de student titreert met zuur. Dan kan ie de hele dag bezig zijn, maar dan gebeurt er natuurlijk helemaal niks! Dus heeft ie twee bekerglazen verwisseld! We laten hem even aanmodderen, voor we te hulp schieten. Maar het lesje is geleerd en die student zal een volgende keer beslist nauwkeuriger zijn.
Ervaring heeft Geurts geleerd dat jongens met woede en meisjes met tranen reageren op een afgekeurd practicumonderdeel. Als iets fout is gegaan, mogen studenten op donderdagavond terugkomen om het over te doen. Dat zien ze als straf, terwijl het van onze kant juist hulp bieden is!
Hij heeft een mooie baan, maar de werkdruk, constateert Frans Geurts, is gigantisch hoog. Over die werkdruk had professor Speelman het ook al in zijn verhaal bij de opening van het academisch jaar. De afgelopen week hadden we het practicum Basic chemistry voor de buitenlandse MSc-studenten. Dat startte samen met het reguliere onderwijs. Nou, dan kom je voor complete verrassingen te staan, hoor! Dat loopt allemaal door elkaar heen.
Ja, de mensen die we binnenkregen waren natuurlijk ook verrast; voor hen is dat nog belangrijker. Ze komen een week van te voren uit Vietnam, China, Kenia. En die moet je in die ene week de basisbegrippen van scheikunde bijbrengen! Dat is voor beide partijen ontzettend hard werken. Van half negen tot 's avonds zes uur. En dan zie je ze nog met elkaar zitten te rekenen, op een bankje hier in het gebouw. Ze zijn daar onvoorstelbaar serieus mee bezig. Beheersing van het Engels is verplicht, maar dat lukt niet altijd. Laatst was er een student die geen Engels sprak, maar aan een woord genoeg had. Dat woord zocht ie op in het woordenboek en dan wist ie waar het over ging. Heel slim.
Het allerbelangrijkste vind ik het interacteren, dat wil zeggen het omgaan met studenten en practicumbegeleiders. Dus het omgaan met elkaar en met de stof. Daar besteden we veel aandacht aan. We hebben zelfs leerassistenten. Die willen graag dieper ingaan op het geven van onderwijs en willen docent worden. Daar moeten ze wel extra voor naar Utrecht. We hebben in Wageningen nu eenmaal geen lerarenopleiding.

Re:ageer