Wetenschap - 11 september 1996

Het afscheid van een gedreven pionier

Het afscheid van een gedreven pionier

Het afscheid van een gedreven pionier
Moleculair bioloog Ab van Kammen
Prof. dr Ab van Kammen, 25 jaar geleden de eerste hoogleraar moleculaire biologie aan de LUW, gaat vrijdag 12 september met emeritaat. Een afscheidsinterview over het fundamentele plantenonderzoek, over de angst voor genetische modificatie, over een betere verdeling van kennis en macht en over onderzoeksbeleid
De biochemie en de moleculaire biologie stonden nog in de kinderschoenen toen Ab van Kammen in Amsterdam afstudeerde als organisch chemicus. Watson en Crick hadden nog maar net de dubbele-helixstructuur van DNA ontrafeld. Van Kammen deed plantenfysiologie als bijvak en volgde colleges over DNA als drager van de erfelijke eigenschappen en over virussen. In 1958 kwam hij naar Wageningen voor een promotieonderzoek over het tabaksmozaiekvirus bij het Laboratorium voor Virologie
Na dertien jaar bij Virologie werd Van Kammen in 1972 de eerste Wageningse hoogleraar moleculaire biologie. Bijna vanzelfsprekend koos hij voor onderzoek aan planten, met celdifferentiatie als belangrijk thema. Elders werd al meer dan genoeg aan microbiele en dierlijke systemen gewerkt, stelt hij. Voor de LUW is het plantenonderzoek heel belangrijk en symbiotische stikstofbinding is een niet onbelangrijk landbouwkundig probleem. We hadden ook interessante experimentele systemen voorhanden, die onze nieuwsgierigheid wekten. Wij wilden wel eens uitzoeken hoe het in elkaar zat.
In de loop der jaren zijn er nieuwe onderzoekslijnen bijgekomen: het onderzoek naar de moleculaire organisatie van het erfelijke materiaal van tomatenplanten en het onderzoek naar de ontwikkeling van plantenembryo's. Je moet op een gegeven moment kiezen voor een systeem. En als je het systeem beter leert kennen, kun je ook de mogelijkheden voor onderzoek met het systeem uitbuiten.
Zo zijn plantenvirussen voor moleculair biologen nog steeds interessant, meent de hoogleraar. Waren die virussen dertig jaar geleden uitsluitend ziekteverwekkers die bestreden moesten worden, nu zijn ze ook een zeer nuttig instrument voor moleculair-biologisch onderzoek aan planten. Juist omdat er al zoveel over bekend is, zijn virussen nu te gebruiken voor onderzoek naar structuren van plantencellen.
Van Kammen voorziet dat het proces van celdifferentiatie de komende decennia in essentie helemaal ontrafeld wordt. Als je ziet hoe snel de ontwikkelingen gegaan zijn, dan word je optimistisch. Gecompliceerde vraagstukken die twintig jaar geleden onoplosbaar leken, zijn nu voor onderzoek toegankelijk.
Moratorium
In 1973 is de mogelijkheid van genetische modificatie ontdekt. Snel daarna riepen vooraanstaande Amerikaanse onderzoekers op tot een moratorium, een tijdelijke stop van het onderzoek. Ook Nederlandse onderzoekers gaven daaraan gehoor. De onderzoekers wilden eerst bekijken wat de mogelijkheden van de techniek waren en of daar bijzondere risico's aan zaten. In die tijd is hard gezocht naar genen die verantwoordelijk zijn voor het ontstaan van kanker. Inmiddels is duidelijk dat er geen speciale tumorgenen bestaan, maar toen waren mensen bang dat het isoleren van genen nieuwe ziekteverwekkers zou opleveren.
Het moratorium duurde ongeveer een jaar. In die tijd stelde een commissie van de Koninklijke Nederlandse Akademie voor Wetenschappen richtlijnen op; de registratie van experimenten en het aanvragen van vergunningen dateert uit die tijd. Sommige onderzoekers hebben dat moratorium achteraf betreurd. De buitenwereld denkt dan dat er wat aan de hand is. Toen de onderzoekers besloten hadden dat de mogelijke nieuwe gevaren niet aan de orde waren en ze weer met hun onderzoek verder wilden gaan, zeiden mensen: Ho ho, dat zeggen jullie omdat jullie er belang bij hebben.
Van Kammen moet diep in zijn geheugen graven. Na zoveel jaren kijk je er op een andere manier tegenaan; gebleken is dat al die vreselijke dingen niet zijn opgetreden. Integendeel, je kunt met de recombinant-DNA-technologie met grote precisie te werk gaan. De hoogleraar vindt het zorgelijk dat consumenten denken dat genetische gemodificeerde planten onbekende risico's met zich meebrengen. We waren bereid om te kijken of er risico's zijn, maar als die er niet zijn, dan houdt het natuurlijk op.
Gisten
Van Kammen zelf begon pas eind jaren zeventig met genetische modificatie, toen bleek dat Agrobacterium tumefaciens het natuurlijk vermogen had om genen over te dragen naar planten. De moleculair-biologische technieken zijn nu wijdverbreid over de LUW. Van Kammen denkt dat het onderwijs van zijn fundamentele vakgroep Moleculaire biologie daar een belangrijke rol in heeft gespeeld. Maar onderzoekers pikten die nieuwe ontwikkelingen ook zelf op.
In 1992 was Van Kammen betrokken bij de oprichting van de onderzoekschool Experimentele plantwetenschappen (EPW). Ik maakte mij ernstig zorgen over het feit dat de genetica-afdelingen van andere universiteiten zich allemaal met gisten bezighielden en niet met planten, zo licht hij zijn betrokkenheid toe. EPW is nu een sterke kern voor het fundamenteel onderzoek aan planten, ook van de Universiteit Utrecht en de Katholieke Universiteit Nijmegen.
De leerstoelgroep van Van Kammen is het fundamentele, door nieuwsgierigheid gedreven onderzoek trouw gebleven. Vakgroepen als deze moeten absoluut autonoom blijven. We beslissen zelf welk onderzoek we doen. De kennis moet wel vrij beschikbaar zijn, meent de moleculair bioloog. Je moet uitkijken dat bedrijven je niet aan het werk zetten. Als bedrijven geinteresseerd zijn in wat wij hier doen, dan vind ik het prima als ze op de eerste rij zitten. Als bedrijven ons onderzoek willen steunen heb ik daar geen bezwaar tegen.
De leerstoelgroep is voor haar geld niet afhankelijk van bedrijven. Volgens Van Kammen krijgt alleen de embryogenesegroep wat geld van het midden- en kleinbedrijf. Verder komt al het geld van de universiteit, van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) of van de Europese Unie. Je kunt wel eens als adviseur optreden voor bedrijfsonderzoek, maar dat heeft dan niets met het onderzoek van de vakgroep te maken. Ik ben zelf als adviseur opgetreden bij Florigene, maar dat was vrijetijdswerk.
Faciliteiten
Van Kammen heeft zich ook een keer verzet tegen contractonderzoek. Een jonge firma, Agrigenetics, benaderde ons met de vraag of we wilden meedoen met hun onderzoek naar genen die zorgen voor stikstofbinding. Maar ik vond hun doelstelling te simpel.
Van Kammen verhinderde echter niet dat zijn medewerkers gingen samenwerken met Agrigenetics, onder leiding van dr Ton Bisseling. Na een jaar of vijf kwam Agrigenetics tot de conclusie dat er op korte termijn geen geld te verdienen was met dat onderzoek. Het bedrijf had in die tijd wel een wereldwijd netwerk van onderzoekers opgebouwd, dat bleef bestaan toen het bedrijf zich terugtrok. Dat is een belangrijke stimulans geweest voor het fundamenteel onderzoek aan planten.
Het idee van de universiteit is dat iedereen er kennis kan komen halen, meent Van Kammen. Ook mensen uit landen die nog niet over de modernste faciliteiten en kennis beschikken zijn welkom. Er is bij hen veel belangstelling om naar Moleculaire biologie te komen. Het is natuurlijk voortreffelijk dat zij bij ons expertise willen komen opdoen, zegt Van Kammen enthousiast. Mensen die ons via de literatuur of via congressen kennen en hier willen werken, zijn welkom. Als ze daar tenminste fondsen voor kunnen vinden.
Van Kammen vindt het een klein drama dat veel MSc-studenten en gastmedewerkers niet terugkeren naar hun eigen land. Het is heel moeilijk om mensen over te halen terug te gaan. We hebben veel jonge onderzoekers uit Rusland en China gehad en dan is het eigenlijk de bedoeling dat ze terugkeren. Die mensen kunnen een rol spelen bij de opbouw van de universiteiten in hun eigen land. Maar als de omstandigheden daar zo abominabel zijn dat ze niet terug willen, wie ben ik dan om te zeggen dat ze moeten terugkeren? Velen zouden diep in hun hart graag teruggaan.
Beoordeling
Open discussieren over onderzoek heeft Van Kammen altijd leuk gevonden. Vooral aan de werkgemeenschap Nucleinezuren van de NWO-stichting Scheikundig Onderzoek Nederland (SON) en aan zijn bestuurstijd bij de SON heeft hij de beste herinneringen. SON heeft een fantastisch overzicht en inzicht over wat er leeft aan ideeen en wat er nodig is voor de verdere bevordering van het onderzoek.
Van Kammen heeft nooit de ambitie gehad om zich op centraal niveau met het universiteit onderzoeksbeleid te bemoeien, bijvoorbeeld als voorzitter van de vaste commissie wetenschap. De heterogeniteit van de LUW is zo groot dat dat een heel lastig karwei is. Ik vind het een grote verbetering dat onderzoek nu via onderzoekscholen geclusterd is. Daar is een open discussie over onderzoek mogelijk.
Het liefst ziet Van Kammen dan ook dat in de toekomst de beoordeling van het onderzoek alleen via de onderzoekscholen gaat. VSNU, NWO en KNAW moeten eens goed overleggen over de opzet van het systeem van kwaliteitsbeoordelingen. Een keer in de vijf jaar een beoordeling met opbouwende kritiek is heel goed. Maar niet vaker. Dat levert een inflatie van de beoordelingen op, die contraproductief kan worden. Je vraagt dan te veel van de beoordelaars en van de beoordeelde die alsmaar gegevens moeten aanleveren.
Kwaliteit kan het beste door vakgenoten beoordeeld worden, denkt Van Kammen. Die kunnen zeggen: dat is grensverleggend; dat heeft ons inzicht echt verdiept. De hoogleraar vindt verder dat onderzoekers niet bang moeten zijn voor kritiek. Je hebt kritiek nodig. Wij hebben hier profijt gehad van de continue beoordelingen van ons onderzoek. Om vervolgens toe te geven dat het natuurlijk ook wel leuk is als de beoordelaars zeggen dat je goed onderzoek doet. Alleen met goed onderzoek kun je een werkplaats creeren waar jonge mensen het vak kunnen leren, meent Van Kammen
Moleculaire biologie vierde op 5 september haar 25-jarig bestaan met een reunie. Het heeft me zeer geroerd dat de mensen die hier gewerkt hebben bijna allemaal zijn gekomen. Van Kammen is nog promotor van zo'n tien aio's en oio's. Met zijn hobby, de moleculaire biologie, gaat hij ook na zijn afscheid door. Hij weet alleen nog niet precies hoe. Het eerste wat hij zal doen is zich onafhankelijk maken van de secretaresses, die nu nog al zijn handgeschreven teksten uittikken. Ik ben nog van de oude stempel; ik ga nu leren om met een tekstverwerker en met Internet om te gaan.

Re:ageer