Wetenschap - 15 mei 1997

Herontwerp van biotechnologie nodig voor de armen

Herontwerp van biotechnologie nodig voor de armen

Herontwerp van biotechnologie nodig voor de armen
Werkgroep TAO wil samenwerken met technici
De werkgroep Technologie en agrarische ontwikkeling leeft in onzekerheid over haar voortbestaan. Studenten, het college van bestuur en een evaluatiecommissie zijn positief over het onderzoek en onderwijs van de werkgroep. Het college wil de leerstoel van hoogleraar Richards permanent maken, maar deze wil meer: samenwerking met andere groepen om een democratische technologie te ontwerpen
Momenteel werkt hij aan een rapport over het biotechnologisch onderzoek van de LUW, haar duurzaamheidsmissie en de bijdrage die de werkgroep Technologie en agrarische ontwikkeling (TAO) daaraan kan leveren. Dr. Guido Ruivenkamp, coordinator van de groep, doet er alles aan om TAO toekomst te geven. De in 1993 ingestelde werkgroep richt zich op de maatschappelijke gevolgen van nieuwe technologieen
Om een beslissing over het voortbestaan van TAO te bespoedigen, vroegen prof. dr Paul Richards en Ruivenkamp begin 1996 een evaluatie aan. Het daaruit voortvloeiende rapport van externe beoordelaars is lovend. Het college van bestuur trekt daaruit de conclusie dat de werkgroep gecontinueerd moet worden na 1 januari 1998. Het onderwijs en onderzoek van TAO moet een structureel onderdeel worden van de LUW, maar wel is een betere inbedding van de TAO-activiteiten binnen de universiteit nodig
De samenwerking tussen TAO en andere groepen van de universiteit die zich bezig houden met wederopbouw in de armste landen van Afrika, moet verstevigd worden. Door de kleine werkgroep een plaats te geven binnen het departement Sociale wetenschappen denkt het college een groter draagvlak te creeren voor TAO binnen de universiteit. Ruivenkamp vraagt zich af of zo'n positie tussen de maatschappijwetenschappen bevorderlijk is voor het contact met de technische richtingen. De huidige plek tussen de cultuurtechnici en irrigatiedeskundigen op de Nieuwlanden bevalt goed. Maar als het niet anders kan, wil de groep wel verhuizen
De tijdelijke halve leerstoel van Richards, die per 1998 afloopt, wil het college uitbreiden tot een fulltime hoogleraarschap. Maar Richards neemt daar geen genoegen mee. Het gaat me niet om mijn eigen baan, maar om de toekomst van de groep. Willen we onze taak goed kunnen uitvoeren, dan moeten we een vaste positie krijgen binnen de LUW. Een symbolisch gebaar door extra geld te geven of een verlenging met twee jaar is niet waar we op zitten te wachten. We willen samenwerken met anderen; alleen dan kunnen we ons doel van een democratische technologie bereiken.
Ontwerpers
Ruivenkamp: De invloed van nieuwe technologieen als biotechnologie op de maatschappij wordt steeds groter. Daarom is samenwerking tussen technologie-ontwerpers en maatschappijwetenschappers essentieel. TAO wil die samenwerking rond concrete projecten organiseren en op die manier bijdragen aan de ontwikkeling van een andere technologie.
Negen onderzoekers zijn op het moment aan het werk bij TAO. De groep van Richards richt zich op technologieontwikkeling voor de allerarmsten in conflictregio's en Ruivenkamps programma richt zich op de ontwikkeling van biotechnologie met het oog op duurzame en diverse landbouw
Uitgangspunt is dat technologieontwikkeling niet alleen moet uitgaan van de technische mogelijkheden maar ook rekening moet houden met sociale gevolgen, meent de coordinator. Een voorbeeld. Door de vervanging van cacaoboter door palmoliesubstituten die met enzymen verbeterd zijn, komt de prijs van cacaoboter onder druk te staan. Maar het is ook mogelijk om met enzymen de kwaliteit van de palmolie te verhogen. Deze kan zo veranderen van een bulkproduct tot een lokaal kwaliteitsproduct waarmee boeren meer geld kunnen verdienen. Hetzelfde geldt voor de keuze van gewassen waarop biotechnologie wordt toegepast. Belangrijke marktgewassen als soja en mais zijn interessant, maar gewassen die interessant zijn voor marginale boeren in ontwikkelingslanden, zoals yams en cassave, krijgen veel minder aandacht van de biotechnologen. Juist door verhoging van de kwaliteit van die gewassen kunnen arme boeren meer geld verdienen
Armoedebestrijding
Biotechnologie kan zo een rol spelen in de armoedebestrijding, zegt Hannington Odame van de werkgroep. Hij is bezig interdisciplinaire MSc-cursussen op te zetten. De belangstelling van buitenlandse studenten voor dergelijke cursussen is groot, vertelt hij. Op de eerste TAO-nieuwsbrief waarmee de werkgroep haar ideeen verspreidt, zijn al honderd reacties binnengekomen. Odame: Een aantal Costaricanen stuurde een e-mail. Ze wilden naar Nederland komen en vroegen of we al een cursusprogramma in elkaar konden zetten. Maar zover zijn we helaas nog niet.
Ruivenkamp is optimistisch. Samen met de biotechnologievakgroepen willen we nagaan welke interesses buitenlandse studenten hebben. Op basis daarvan willen we nieuwe vakken opzetten. Omdat de vakken uitgaan van de vraag, denk ik dat ze meer studenten zullen trekken. Toch heeft hij ook minder goede ervaringen bij het opzetten van interdisciplinaire cursussen. Zo kon een nieuw vak van de sectie Bioprocestechnologie en TAO over de sociale aspecten van biotechnologie niet doorgaan, omdat dan de cursus Biotechnologie en samenleving, gegeven door Toegepaste filosofie, zou sneuvelen. Dat wilden we niet, zegt Ruivenkamp beslist. Het was het enige sociale vak buiten de eigen discipline. Blijkbaar kiezen studierichtingen, als het erop aankomt, toch zoveel mogelijk voor disciplinair onderwijs. Terwijl juist in de biotechnologie het maatschappelijke debat over de sociale gevolgen steeds centraler komt te staan.
Bioprocestechnoloog prof. dr ir Hans Tramper beaamt het belang van interdisciplinair onderwijs, maar het onderwijsprogramma zit vol, zegt hij. Wel is er ruimte voor een interdisciplinair vak met TAO in de vrije keuze. Ruivenkamp vindt dit onvoldoende. De universiteitsraad zou zich sterker moeten inzetten voor het opnemen van interdisciplinaire vakken in onderwijsprogramma's, vindt hij. Technische studierichtingen moeten gewoon verplicht worden een aantal interdisciplinaire vakken in hun programma op te nemen. Dat is belangrijk, anders verliezen ze het contact met het maatschappelijk debat over die technologie. De uitwerking van die vakken kunnen ze zelf bepalen, samen met bijvoorbeeld genderstudies, filosofie en TAO.
Huiverig
Dr ir Bert van Marrewijk van de studierichting Plantenveredeling en gewasbescherming gaat dat echter te ver. We werken als veredelaars al samen met zes vakgroepen, waaronder de ziektekundige vakgroepen en Voorlichtingskunde. TAO zit daar niet bij, omdat die zich vooral richt op de ontwikkelingslanden. De tropenvariant trekt bij ons op het moment maar een handvol studenten. Van Marrewijk verwijst naar de vrije-keuzevakken, daar past de invulling van TAO prima, meent hij. Maar bij het samen opzetten van vakken zet hij vraagtekens. Vakgroepen zijn huiverig om onderwijs dat ze eerst zelf gaven, te delen met anderen. We worden gemillimeterd op de uren die we geven en afgerekend op de studenten die we trekken. Daarom geef ik er de voorkeur aan om zelf het initiatief te houden en bijvoorbeeld Ruivenkamp in te huren. Bovendien geven we studenten in onze eigen vakken ook mogelijkheden om zich te verdiepen in de maatschappelijke aspecten van de plantenveredeling en de gewasbescherming. In mijn eigen vak besteed ik bijvoorbeeld een heel college aandacht aan de schaduwzijde van de plantenveredeling en komt onder andere de genetische erosie en de supernationalisering van de zaaizaadbedrijven aan bod.
Ondanks het belang dat ook de technische vakgroepen zeggen te hechten aan een maatschappelijke invalshoek van hun discipline, blijft het voor TAO dus moeilijk een voet tussen de deur te krijgen. Het wordt tijd dat het bestuurscentrum iets doet, stelt Ruivenkamp. We blijven niet kloppen op gesloten deuren. De universiteitsraad moet ons sleutels geven om die deuren te openen. Geld alleen is niet genoeg. Andere studierichtingen moeten gestimuleerd worden om met ons samen te werken. De duurzame landbouw die de LUW voor ogen heeft, kan dan verder worden ingevuld.
Het huidige debat over biotechnologie wordt volgens hem overheerst door voor- en tegenstanders; de herontwerpers ontbreken. Terwijl we juist die kant uit moeten, zegt hij. Daarom moet de LUW ons de mogelijkheden geven om interdisciplinair te werken.

Re:ageer