Wetenschap - 5 november 1998

Herinrichting agrarisch gebied zal wateroverlast verminderen

Herinrichting agrarisch gebied zal wateroverlast verminderen

Herinrichting agrarisch gebied zal wateroverlast verminderen
Natuurorganisaties zoals het Wereldnatuurfonds en de Vogelbescherming denken dat wateroverlast in het noorden van Nederland te voorkomen is door meer waterbufferende opslagbekkens aan te leggen. Volgens Wageningse onderzoekers is dat echter niet overal de beste oplossing. Ze pleiten voor een combinatie van lokale dijkverhoging, vergroting van de bemalingscapaciteit en herinrichting van agrarisch gebied als natuurgebied. Het is de vraag of dergelijke maatregelen in de toekomst voldoende zijn. Onderzoekers van Rijkswaterstaat en het KNMI wijzen erop dat wateroverlast wellicht zal verergeren door toenemende neerslag als gevolg van het broeikaseffect, bodemdaling en op de lange termijn zeespiegelstijging
Ons watersysteem is niet gebouwd op de extreme hoeveelheid neerslag die de laatste maanden is gevallen, zegt hydroloog dr ir Ruurd Koopmans van de LUW-sectie Waterhuishouding. Dit komt eens in de twintig a dertig jaar voor. Half oktober was de bodem al verzadigd. De neerslag die daarna kwam moest wel overlast veroorzaken.
Koopmans denkt dat het creeren van bufferzones door uiterwaarden te verdiepen, rivierbeddingen te verbreden en andere waterbekkens te graven in principe de wateroverlast kan verminderen. Maar dat werkt niet overal in het land. De Beerse overlaat aan de Maas is een voorbeeld waar met succes overtollig water wordt opgeslagen. Maar in andere gebieden, zoals in de Noordoostpolder, is dit geen oplossing. De polder ligt extreem laag en het water concentreert zich niet in een rivier of kanaal, vanwaaruit het kan worden opgevangen. De neerslag verspreidt zich over het hele gebied. Het onder laten lopen van bepaalde weilanden heeft daar nauwelijks uitwerking op.
Nederland kan niet eeuwig doorgaan met het ophogen van dijken en het vergroten van de bemalingscapaciteit, vinden veel hydrologen. Toch denkt Koopmans dat dat op sommige plaatsen nog steeds zin heeft. Bij Meppel bijvoorbeeld kan het verhogen van de kaden met een halve meter veel wateroverlast voorkomen. Hier komt water samen dat afkomstig is uit het noorden, uit het zuiden en uit Duitsland. Verder is nog vooruitgang te boeken door meer mobiele gemalen in te zetten, bijvoorbeeld aan de rand van het IJsselmeer.
Ook hydroloog ir Piet Warmerdam van Waterhuishouding denkt dat de bemaling in veel provincies nog niet optimaal is. Enkele waterschappen, zoals het Waterschap Bommelerwaard, gebruiken al computergestuurde bemalingssystemen om de totale waterafvoer te versnellen. Op grond van weersvoorspellingen, actuele waterstanden en de kenmerken van het watersysteem bepaalt de computer tijdig de optimale bemalingsintensiteit voor de verschillende gemalen. Al voordat de extreme hoeveelheid neerslag valt, draaien de gemalen op volle toeren.
Hoogvenen
Naast het versnellen van de waterafvoer en het vergroten van de waterberging is er nog een andere oplossing, namelijk de landbouw in de laaggelegen gebieden beeindigen. Warmerdam: Op het moment proberen boeren landbouw te bedrijven op laaggelegen gronden met veel wateroverlast. Tegelijkertijd doen natuurorganisaties verwoede pogingen om natte natuurgebieden zoals hoogvenen te behouden in hooggelegen gebieden die onderhevig zijn aan verdroging. Wissel deze functies om en je hebt vanzelf minder wateroverlast.
Ook Rijkswaterstaat meldt in het rapport Wassend water, dalend land dat extensivering van de landbouw of inrichting van agrarisch gebied als natuurgebied een goede manier is om de wateroverlast te verminderen. De noodzaak tot voortdurende peilaanpassing door bemaling verdwijnt dan. Koopmans: De bodemdaling van landbouwgrond is nu een never ending story. Door het oppompen van water daalt de grondwaterdruk en klinkt de bodem verder in. Hierdoor komt het grondwaterpeil hoger te staan, waardoor weer meer bemaling noodzakelijk is. Verder bestaat er een tegenstelling tussen maatregelen om verdroging tegen te gaan en maatregelen om wateroverlast te verminderen. Boeren verhogen namelijk het waterpeil van sloten, bijvoorbeeld door minder slootwater af te voeren. Daardoor wordt de grond natter, maar vermindert tegelijkertijd het waterbergend vermogen van het watersysteem
Uitschieters
Volgens onderzoekers van Rijkswaterstaat en het KNMI moeten beleidsmakers serieus rekening houden met toenemende wateroverlast als gevolg van klimaatverandering. Op basis van de voorspelde mondiale temperatuurstijging van gemiddeld 0,5 graden Celsius in de komende vijftig jaar heeft het KNMI berekend dat er in 2050 als gevolg van de toenemende verdamping zo'n twee tot vijf procent meer neerslag zal vallen. Verder zullen er meer uitschieters voorkomen, tot wel twintig procent tijdens langdurige, hevige buien in de winter
Ook de aanvoer van water via de grote rivieren zal toenemen. De afvoerpieken van de Maas komen halverwege de komende eeuw waarschijnlijk ruwweg tien procent hoger uit dan nu. Verder kan het broeikaseffect leiden tot een extra zeespiegelstijging van zo'n twintig centimeter tot een halve meter in de komende honderd jaar. Dit verergert de wateroverlast bij hevige buien, omdat het water in de grote rivieren wordt opgestuwd en de waterafvoer van de noordelijke provincies naar het IJsselmeer en de Waddenzee wordt vertraagd
Het KNMI wijst er ook op dat de voortdurende bodemdaling tot meer wateroverlast leidt. Door inklinking wordt de bodem compacter en wordt het grondwater opgestuwd. Bovendien laat het water zich moeilijker afvoeren naar de hogergelegen meren en zee. Grondwateronttrekking, winning van gas en zout en de bruinkooldagbouw in Duitsland spelen allemaal een rol. Tussen nu en 2050 verwacht het KNMI een gemiddelde daling van 10 tot 45 centimeter, in zuidelijk Flevoland zelfs tot 70 centimeter. Het gevolg is dat de grondwaterstand in de polders meer dan tien centimeter zal stijgen
De vraag is of beleidsmakers consequenties trekken uit de toekomstscenario's van het KNMI. De Wageningse hydrologen zijn er in ieder geval nog niet van overtuigd dat de wateroverlast veel groter zal worden door klimaatveranderingen. Warmerdam: Het kan best dat de extreme neerslag die we nu gehad hebben, pas over vijftig jaar weer optreedt. Als we zulke buien echter om de vijf jaar beleven, dan moeten we ons zorgen gaan maken.
Jaarlijkse neerslag in millimeters, gemeten op het meteostation Wageningen
Dr Leo Kroon van de sectie Meteorologie en luchtkwaliteit licht de neerslaggegevens van het meteostation aan de Haarweg toe. De 808 millimeter neerslag die dit jaar tot nu toe viel is veel, maar niet uitzonderlijk vergeleken met voorgaande jaren. Wanneer we uitgaan van een gemiddelde neerslag in de komende twee maanden, komen we dit jaar uit op een neerslag van 951 millimeter. Het record sinds 1951, het jaar waarin de metingen begonnen, is 1162 millimeter in 1966. De jaren zestig waren erg nat, maar ook de jaren 1993 en 1994. Van een stijgende trend is geen sprake. De twee voorgaande jaren waren zelfs extreem droog. Wat me wel opvalt is dat we twee bijzonder natte maanden achter de rug hebben: in september viel er 132 millimeter regen en in oktober 200 millimeter. Dat is een record; gewoonlijk valt er in een maand niet meer dan 100 millimeter regen. (HBou)
Wageningse hydroloog in crisisteam
We werkten in ploegendienst: acht uur op, acht uur af. Soms was ik was om half vijf 's ochtends nog aan het puzzelen om vragen te beantwoorden. Ir Joost van der Cruysen, in 1994 aan de LUW afgestuurd in de specialisatie hydrologie en waterbeheer, is lid van het crisisteam van het door watersnood geteisterde waterschap Noordzijlvest. We kregen vragen van het beleidsteam, maar omdat de media allerlei nieuws naar buiten brachten, belden ook veel ongeruste burgers het waterschap. Ze wilden bijvoorbeeld weten hoe lang het water erover doet om bij het ziekenhuis te komen als er een dijk doorbreekt. Of wanneer er water staat in de kelder van het Gasuniegebouw.
De situatie in het waterschap was vorige week kritiek. De wind zorgde voor een hoge waterstand van de Waddenzee, zodat we geen water konden spuien. Daardoor kwam het water hier te hoog te staan. Woonwijken van Groningen werden bedreigd. In een wijk stond zelfs een ziekenhuis. Dat is uiteindelijk ontruimd. In de binnenstad liep ook een aantal winkels gevaar.
We hebben vorige week dinsdag een nooddijk aangelegd met hulp van militairen en de gemeente. Die werd 24 uur per dag bewaakt. Ook heeft een buurwaterschap drie polders onder laten lopen om een boezem te ontlasten. Van der Cruysen voerde de gegevens aan die nodig waren voor een aantal van deze besluiten. Ik zocht hoogtegegevens op in het archief om te zien hoe het water zou gaan stromen als er een dijk zou doorbreken. Ik heb zelfs nog een oud hydraulica-dictaat uit de kast getrokken om te berekenen hoe lang het water erover zou gaan doen om ergens te komen. Niemand die echt wist hoe het zat, maar het beleidsteam had toch antwoorden nodig, anders kon het geen beslissingen nemen. Maar het is ook niet puur koffiedik kijken: je zit er misschien een half uurtje naast, of het water stroomt een metertje meer naar links of naar rechts, maar dat maakt niet zoveel uit.
Als belangrijkste probleem rond de wateroverlast ziet Van der Cruysen het gebrek aan oppervlak dat is ingericht voor water. In Nederland stoppen we al die neerslag in vijf procent van het oppervlak. Maar we leven in een delta: ik schat dat in natuurlijke omstandigheden ongeveer het dubbele nodig is. Bij het inrichten van gebieden wordt tegenwoordig weinig rekening gehouden met water, mensen kijken veel meer naar infrastructuur en voorzieningen. Daarom wordt er gebouwd op plaatsen waar dat vanuit het oogpunt van water niet handig is. Dan denken ze: we zetten er een gemaaltje op, dan gaat het wel. Ik denk dat we de maatschappij toch wat te veel als maakbaar zien. Een extreem voorbeeld vind ik de bouw van een luchthaven in zee. Zoiets is niet de goede weg.
De oplossing is volgens Van der Cruysen in principe eenvoudig. Heel simpel gezegd: je moet bouwen op plaatsen waar het hoog en droog is en je moet ruimte inrichten voor water. Bijvoorbeeld voor bergboezems. Er zijn hier drie polders onder water gezet. Zoiets kan je een wat permanenter karakter geven. Daarmee haak ik aan bij de mening van die man van het Wereldnatuurfonds die laatst op tv was. Maar hij vond dat zulke gebieden in de zomer droog moeten zijn en in de winter nat. Daar ben ik het niet mee eens. Die gebieden moeten volgens mij in de zomer nat zijn om de verdroging tegen te gaan en in de winter droog, zodat je in noodgevallen voldoende bergingscapaciteit hebt. (ERi)

Re:ageer