Wetenschap - 11 mei 1995

Herbezinning op neo-marxistische landbouwtheorie

Herbezinning op neo-marxistische landbouwtheorie

In het klassieke debat stond de verhouding tussen landbouw en industrie en tussen stad en platteland centraal", stelt Jos Mooij, een van de organisatoren van het congres. Er moet een nieuwe agenda voor het debat komen, waarin ook de gender-verhoudingen en de ecologische degradatie een rol spelen." Zelf hebben de organisatoren een neo-marxistische invalshoek, maar dat geldt niet voor alle deelnemers.


De 150 sprekers, uit alle delen van de wereld, zijn ondergebracht in maar liefst zeventien werkgroepen. In de meeste papers presenteren zij lokaal onderzoek. De organisatoren hopen dat het congres aan de hand van gedetailleerd veldwerk en praktische analyses komt tot nieuwe theorieen van politiek-economische aard. Mooij: Daarbij willen we de diversiteit in de landbouw meer ruimte bieden."

Oud-LUW-student Mooij is nu verbonden aan de Universiteit van Amsterdam bij het Centre for Asian Studies. Peter Mollinga, ook een van de organisatoren, werkt bij de LUW-vakgroep Tropische Cultuurtechniek. Via het Imperialisme Kollektief hebben ze zich geschoold in de politieke economie, aangezien dit vakgebied naar hun smaak tijdens hun studie aan de LUW niet erg ontwikkeld was. Mollinga geeft grif toe dat de imperialisme-theorieen over de verhoudingen tussen naties uit de jaren zeventig eigenlijk inadequaat waren. Beleid is een politiek proces. Dat is niet af te leiden uit een ideologie, maar ontstaat door onderhandelingen. Het is geen lineair proces. We kunnen op het congres dan ook geen model presenteren. Het is juist de bedoeling om modellen te kritiseren; we willen praten over concrete ontwikkelingen."

Zo heeft Jan Breman van het Centre for Asian Studies gedetailleerd veldwerk verricht over de uitbuiting van landarbeiders in India. Breman probeerde de details van onderdrukking in beeld te krijgen, vertelt Mooij. Aan de hand van dit veldwerk vraagt Breman zich af of de Indiase overheid bij de landbouwontwikkeling handelt in het algemene belang of in het belang van een bepaalde klasse.

Lokale produktiemethoden vormen een nog concreter discussiepunt tijdens het congres. De vraag is in hoeverre korte lijnen tussen producent en consument hen helpen zich commercieel staande te houden. De aanpak is niet regio-specifiek: naast Max Havelaar in Honduras kunnen Indiase initiatieven met katoen en het Wageningse voedingskollektief (voko) aan de orde komen. Door uiteenlopend onderzoek uit verschillende regio's bij elkaar te brengen, moeten er vonkjes overslaan tussen de deelnemers.

NGO's

Van oudsher gelden de ontwikkelingsprojecten van non-gouvernementele organisaties (NGO's) als de belangrijkste toepassing van het alternatieve westerse gedachtengoed. Tijdens Agrarian Questions spreekt slechts een enkeling namens een boerenbeweging of NGO. Vooral wetenschappers uit ontwikkelingslanden komen aan het woord en soms nemen zij ook NGO's kritisch onder de loep. Zo staat een paper uit Bangladesh stil bij de rol van buitenlandse hulpverleners, die met hun projecten meer en meer functies van de staat overnemen. De onderzoeker vraagt zich af aan wie de NGO's verantwoording afleggen.

Een tegenvaller voor de organisatoren was dat vooral sociale wetenschappers zich voor het congres hebben aangemeld en weinig natuurwetenschappers. Mooij: Natuurwetenschappers die zich begeven op het grensvlak van de politieke economie zijn schaars. Aandacht voor technologie-ontwikkeling moest het typisch Wageningse element zijn van het congres, maar goede sprekers op dit terrein waren moeilijk te vinden."

Re:ageer