Wetenschap - 6 juli 1995

Heimersteiners klussen bij Unifarm

Heimersteiners klussen bij Unifarm

Ze worden zelfstandiger in de harde maatschappij

Zes verstandelijk gehandicapten verrichten sinds maart hand- en spandiensten in en rond de kassen van Unifarm aan de Ritzemabosweg, onder begeleiding van een medewerker van Heimerstein. Dat is het zorgcentrum voor verstandelijk gehandicapten in Rhenen waar de nieuwe klusjeslieden vandaan komen. Ze doen additioneel werk. Klussen als wieden, de grond harken, omspitten of vegen, emmers en potten schoonmaken. Werk dat anders zou blijven liggen. Want hun inzet mag niet ten koste gaan van de werkgelegenheid.


Andre Bakker en Rob van Slooten gaan aardbeiplantjes halen. Met ieder een hand aan een rood plastic krat steken ze het brede fietspad over, achter het kassencomplex aan de Ritzemabosweg. In een tuin achter de kassen staan wilde aardbeien onder een boom. Rob geeft uitleg over het karweitje: Die trekken wij eruit en doen we in de kist." Een voorbijganger onderbreekt: Het ziet ernaar uit dat ze niet erg fertiel zijn." Aan zo'n opmerking heeft Rob niks. Nee, wij zijn ze aan het verpotten", antwoordt hij. Dan gaat de uitleg verder. Ik neem de aardbeien mee naar de kas en dan gaat Arie ze met een zakmes stekken." Arie van Harten is de begeleider van de Heimersteiners.

Andre en Rob wonen niet op Heimerstein maar in een sociowoning, een huis in een gewone wijk waar een aantal bewoners onder begeleiding zelfstandig woont. Beiden werkten ze voorheen op het activiteitencentrum van Heimerstein. Wat ze daar deden? Schroefjes inpakken en plastic bekers netjes in dozen doen," noemt Rob op. Het werk bij Unifarm vinden ze leuker. Andre: Hier werk ik harder. Potten vullen kan ik goed... en in de kwekerij met dat onkruid.... Soms is dat leuk en soms niet. Dan komt het m'n neusgaten uit." Andre is de vragen beu. Kom, we moeten die kist terugbrengen en Arie aan het werk zetten." Ze vinden het een goeie grap om zo over hun begeleider te praten.

Arie van Harten geeft uitleg over de aardbeien. We willen ze gebruiken als bodembedekker." Hij haast zich te bezweren: Dit is additioneel werk. Als wij het niet deden, dan kwamen deze stekken er niet."

Schoffelen

In de kassen hangen alarmerende bordjes: Giftig gas, betreden van deze ruimte is levensgevaarlijk. Andre en Rob besteden er geen aandacht aan. Voor de veiligheid van de zes Heimersteiners is Van Harten verantwoordelijk. Dus als er gespoten is, zorgt hij dat z'n jongens (er is een vrouw bij) wegblijven uit de kas.

Maar zijn belangrijkste doel is te bevorderen dat het werk de Heimersteiners helpt zich te ontplooien. Een zinvolle tijdsbesteding, dat is het therapeutische doel van het vrijwilligerswerk van zijn jongens. Ik probeer bij iedereen te kijken waar die goed in is. Als de hele groep bij elkaar zit kom ik er nooit achter wie ik welke taak kan laten doen. Dus af en toe pik ik er een uit waar ik tachtig procent van de tijd bij blijf. De anderen doen dan werk waarvan ik weet dat het veilig is. Ik kan ze bij de bakken rustig laten schoffelen."

Op dinsdagmiddag hebben de Heimersteiners vrij. Dan heeft Arie zijn klasje onder handen: andere Heimersteinbewoners die misschien ook in aanmerking komen voor een baan buiten. Van Harten kijkt van tevoren of ze het in de vingers hebben. Hij wil voorkomen dat iemand teruggestuurd moet worden, omdat het werk toch te moeilijk blijkt. Dat zou een enorme dreun zijn."

Arie van Harten hoopt dat z'n jongens hier kunnen blijven als de proef van een jaar afloopt. Als de universiteit straks zegt: prachtig, maar bedankt, dan heb ik een groot probleem. Want ik kan deze mensen niet meer terugplaatsen op het activiteitencentrum van Heimerstein."

Viooltjes

De rondleiding gaat verder. In de tunnelkas staan al bijna vierhonderd potjes met geente wilde aardbeien. Die heeft Rob sinds vanochtend in de kas gezet. Mooi werk, vindt hij. Rob en Andre krijgen minder begeleiding dan de andere Heimersteiners. Vaak voeren ze zelfstandig klusjes uit. Hebben ze geen hekel aan werken in hun eentje? Andre zeker niet. Want in de pauzes kun je wel met elkaar praten." Uit zijn houding blijkt dat hij dat wel voldoende vindt.

In een van de kassen staan een stuk of twintig bakken met gaatjes van een vierkante centimeter, gevuld met aarde. Kijk, dit hebben we allemaal gezaaid." Rob weet niet meer of het nu koolplanten moeten worden of viooltjes. Toch heeft hij tien dagen lang met een engelengeduld met een pincet in elk gaatje een zaadje laten vallen, vertelt zijn begeleider later. Naast de nog kale bakken staan koolplanten.

De viooltjes en de kool maken deel uit van een project van Arie van Harten. De LUW heeft niet altijd alle ruimte in de kassen nodig. Als het slecht weer is en de jongens buiten niks te doen hebben, zet de begeleider ze aan het werk in zijn eigen project. We hebben dik tienduizend violen opstaan. Ik hoop dat er achtduizend opkomen. Die verkopen we. Ik weet nog niet wat we met het geld gaan doen. Misschien verplantbaar goed kopen of zaaigoed. Begonia's, geraniums. Ik heb Unifarm gevraagd om kasruimte, zodat we in de winter plantjes kunnen opkweken. Dan heb ik in de winter iets te doen met de jongens."

Arbeidsvreugde

Het grote gebouw bij het kassencomplex is nagenoeg leeg. Wim den Dunnen, hoofd Kassen en klimaatruimte bij Unifarm, houdt kantoor op de tweede verdieping. Uit elk van zijn woorden spreekt zijn enthousiasme en persoonlijke betrokkenheid bij het project. Heimerstein had jongens die de therapie ontgroeiden. De leiding zocht voor hen naar een zinvolle tijdsbesteding. Het begon met twee mensen, een jongen en een meisje, die voor de universiteit klusjes opknapten waar wij niet aan toe kwamen. Vorig jaar vroeg Heimerstein of het niet mogelijk was met een grotere groep hand- en spandiensten te verrichten, met een begeleider erbij. In mei is het experiment officieel begonnen, maar de mensen werken hier al sinds maart." De Heimersteiners worden ingezet op alle vijf de Unifarm-locaties. Ze blijven op een plek tot alles opgeruimd is, dan gaan ze naar de volgende. En zo door, tot ze weer op het beginpunt zijn. Gevraagd naar de reden van zijn betrokkenheid, zegt Den Dunnen: Je kunt
verstandelijk gehandicapten op een besloten afdeling in hun eigen sop laten gaar koken. Maar je kan ze ook meer mogelijkheden bieden, meer arbeidsvreugde. Je moet hun capaciteiten willen zien. En ik zie die capaciteiten groeien."

Het is niet zo dat de voordelen alleen voor de Heimersteiners zijn. Als ik die mensen onkruid laat wieden, hoef ik geen paardemiddelen te gebruiken, geen onkruidverdelgers, geen beschermende kleding."

De Heimersteiners kosten meer tijd dan Den Dunnen had verwacht. Maar we hebben er veel plezier van. Die tijd, dat heb je een beetje tegen. Tegenwoordig hangt overal een prijskaartje aan. We zitten in een slechte tijd. Maar zo'n groep binnenhalen mag nooit ten koste gaan van de werkgelegenheid. Ik wil dat ze met elkaar werken, niet tegen elkaar." Voor Den Dunnen blijven zijn eigen werknemers voorgaan. Ik wil niet samenwerken met Heimerstein als dat ten koste gaat van de werknemers."

Al met al is Den Dunnen tevreden: Het heeft gunstig uitgepakt. Er is een grote bereidheid om de jongens op sleeptouw te nemen." Hij probeert elke wanklank te mijden, maar eerlijkheidshalve moet hij toegeven dat niet iedereen even gunstig reageert. Er zijn wel eens onaardige dingen gezegd, door mensen die niet met de Heimersteiners wilden samenwerken. Maar nu is nog slechts een enkeling tegen."

Aandacht

Unifarm-medewerker Aart van Ommeren twijfelt er niet aan dat de Heimersteiners bij al zijn collega's welkom zijn. Er is er niet een die het niet leuk vindt. Je moet er de lol van inzien. Ze vragen tijd, maar ze doen ook dingen waar wij niet aan toe komen." Hij wijst op de geraniums en fuchsias die nu langs een kas staan. Dat hadden we vroeger nooit."

Wie op het kassencomplex werkt, krijgt automatisch met de Heimersteiners te maken. Als je langs loopt, spreken ze je aan. Dan moet je ze aandacht geven, anders voelen ze zich achtergesteld. Met het slechte weer vorige maand had ik er zes in de kas. Dan word je om de meter aangesproken. Nu zijn ze verspreid bezig en dat gaat prima."

Van Ommeren is niet echt bang dat de Heimersteiners een bedreiging vormen voor de werkgelegenheid, maar honderd procent zeker weet hij het niet. Misschien bestaat over een jaar of vijf het gevaar dat ze op een verkapte manier toch werk overnemen. In het kader van de bezuinigingen. Maar onze bazen sturen er niet op aan dat deze mensen werk overnemen."

Die zorg bestond wel bij het begin van het project. Ook Threes Geelen, Abvakabo-vertegenwoordiger op de LUW, was daar een beetje beducht voor. Inmiddels is ze volkomen gerustgesteld. Niet voor niets hebben de vakbonden ingestemd met de proef. Er zijn nog wel mensen die vrezen voor hun baan, weet ze. Ik hoor wel indianenverhalen en probeer die te ontzenuwen. De mensen doen geen zelfstandig werk dat ook door anderen gedaan kan worden. Dat was voor ons een voorwaarde."

Peuterspeelzaal

Unifarm is niet de eerste plek waar Heimerstein mensen heeft geplaatst, vertelt Piet de With, hoofd Arbeid bij Heimerstein. Al dertien jaar geleden werkte een bewoner op een peuterspeelzaal. Maar vroeger werden alleen mensen met het allerhoogste niveau uitgeplaatst. Tegenwoordig plaatsen we ook mensen die wel enigszins zelfstandig kunnen werken, maar niet helemaal zonder begeleiding. Ze werken als vrijwilliger, met behoud van uitkering." Van de ruim tweehonderd Heimersteiners hebben er nu dertig werk buiten. De With hoopt eind dit jaar op veertig te zitten. Ik denk dat het daar uiteindelijk bij blijft."

Het werk buitenshuis is een gevolg van de nieuwe filosofie in de zorg voor verstandelijk gehandicapten. Vroeger keken we vooral naar wat mensen niet kunnen; nu naar wat ze wel kunnen. Er is meer maatschappelijke acceptatie voor verstandelijk gehandicapten en de beschermende sfeer om hen heen is minder. Ze worden zelfstandiger in de harde maatschappij en stappen makkelijker om mensen af. En uiteindelijk gaat het om de energie en de blijdschap die ze aan het werk ontlenen."

Re:ageer