Wetenschap - 3 december 1998

Habituatie

Habituatie

Habituatie
Speuren naar gorilla's
Batterijzuur. Een probaat middel tegen hoofdpijn, volgens een van de pygmeeen met wie Birgit Janssen en Igor Dijkers op zoek gingen naar gorilla's in het hart van Afrika. Hij smeerde het bijtende goedje in zelfgemaakte sneetjes op zijn slapen. Want hij was zwak en de batterij sterk, verheldert Janssen. Dus als hij dat krachtige spul uit een batterij op zijn hoofd deed, werd hij weer sterk. Snap je?
De twee studenten Biologie speurden vijf maanden lang naar westelijke laaglandgorilla's in een reservaat van 3.500 vierkante kilometer in de Centraal-Afrikaanse Republiek. In het kader van een afstudeervak Dierecologie hielpen ze bij het habitueren van een groep gorilla's, ofwel: ze lieten gorilla's wennen aan de aanwezigheid van mensen. De studenten trokken daartoe bijna elke dag het oerwoud in, vergezeld door twee pygmeeen. Dijkers: We moesten een dood spelelement in hun omgeving worden, een soort cornervlag waar ze zich niets van aantrokken. Uiteindelijk moet de gewenning leiden tot ecotoerisme, waarbij toeristen een fors bedrag betalen om de gorilla's in hun natuurlijke omgeving te bekijken
De eerste keer in het oerwoud verwachtte ik achter elke boom een hekje of een weiland, vertelt Janssen. Maar achter iedere boom was bos. En daarachter weer bos, verzucht Dijkers. Janssen: Het was een puinhoop, al die lianen. En ook al wees een pygmee naar iets, wij zagen niets. En dan stond er een olifant. Ook de gorilla's zagen we in het begin niet.
De studenten zagen af en toe wel voedselresten en uitwerpselen. Maar die pygmeeen zagen veel meer. Bijvoorbeeld pootafdrukken en omgebogen takjes. Ze kropen als het ware in de huid van de gorilla's en anticipeerden op wat ze gingen doen. Zagen ze in de buurt van een open plek in het bos bijvoorbeeld een vruchtboom, dan gingen ze daar naartoe. De gorilla's bleken daar dan ook te zijn.
De Wageningers bivakkeerden in een sober kamp in Dzanga Sangha National Park, samen met hun Italiaanse begeleider en een aantal pygmeeen. Er waren wat houten huisjes voor de vaste medewerkers, maar Dijkers en Janssen sliepen de hele periode in koepeltentjes. Ze leefden op een dieet van pasta, rijst en blikvoer. Aan het beschikbare vlees waagden ze zich niet. Dijkers: Dat was gerookt en daardoor helemaal zwart en er kwamen ook wel eens maden uit.
Door het intense samenleven raakten de kampbewoners helemaal op elkaar ingespeeld, waardoor ze alle nieuwkomers zagen als indringers. Zoals bijvoorbeeld een Amerikaanse onderzoeker die langskwam. Janssen: Het probleem was haar dominante aanwezigheid; en ze at in haar eentje chocola en koekjes. Wij luisterden naast haar tent watertandend naar hoe zij chocola en koekjes at. En ze zei nog wel dat ze kwam om af te vallen.
Ook twee televisiemakers van het VPRO-programma Noorderlicht drongen het kamp binnen. Drie weken lang volgden ze het werk van de twee studenten en de Italiaanse onderzoeker. Janssen: Ze wilden vooral gorilla's filmen, maar die zie je per keer maar tien seconden of zo. Bovendien is het heel donker: maar een procent van het zonlicht dringt door tot op de bodem van het woud. En je moet stil leren sluipen. Anders jaag je ze al weg voordat je in de buurt bent, reageert Dijkers. We liepen in een rij door het oerwoud. Als we dan gorilla's zagen, moest de cameraman langs de rij naar voren komen. Het viel nog niet mee om dat geruisloos te doen. Juist in die weken zagen we heel weinig gorilla325s. Janssen: En ze hadden ook de pech dat ze steeds met het verkeerde team meegingen. We gingen in twee teams, maar het andere team kwam steeds gorilla's tegen en zij niet.
Het camerateam wilde ook graag een bosolifant filmen. Dijkers: Dat leek ze wel spectaculair, zo'n aanstormende olifant. Het is ze uiteindelijk gelukt, vertelt Janssen. Er zit een olifant in het programma, maar hij is nauwelijks te zien.
Daarop herinnert Dijkers zich een voorval met een olifant. We hebben ook nog vier routes gelopen met als voornaamste doel olifantenstront tellen. Als je dan een olifant tegenkomt kun je twee dingen doen: kabaal maken als het een mannetje is en stilletjes weglopen als het een vrouwtje is met een jong. Maar in het woud is het moeilijk om te zien of het een mannetje is of een vrouwtje. Het is al moeilijk om een olifant uberhaupt te zien. Zijn stem daalt iets. Tijdens het lopen van zo'n route zagen we voor ons wat bewegen. Een van de pygmeeen liep naar voren en sloeg met zijn kapmes op een boom. Toen stormde er een olifant op ons af die een kind te verdedigen had. Wij wegsprinten. Even later stonden we ergens uit te hijgen, maar toen bleek dat de olifant om ons heen was gelopen. En ze kwam weer. Weer hetzelfde parcours gesprint, waarna we weer stonden uit te hijgen, maar toen kwam ze weer en Birgit kwam met haar rugzak vast te zitten in een liaan. Ik kon alleen verder waar Birgit stond te prutsen met haar rugzak en achter mij kwam die olifant. Uiteindelijk kwam ze los en zijn we verder gerend. De olifant is niet meer achter ons aan gekomen.
Een bedreiging die nog steeds voortduurt is de ziekte filaria, veroorzaakt door een wormpje dat huist in de lymfevaten van de mens. Dijkers: Bijna iedereen in het kamp kreeg filaria. Het wormpje veroorzaakt zwelling en enorme jeuk. Het kan zelfs in je hoornvlies kruipen. Dan zie je hem voorbij komen. Wij zijn erop getest, maar wachten nog op de uitslag.
Ook door de gorilla's voelde het tweetal zich regelmatig bedreigd. De eerste keer dat ik in het woud was, voerde een gorilla twaalf keer een schijnaanval op mij uit, herinnert Janssen zich. Ik was doodsbang. Ze zijn ook zo groot en in ieder habituatieproject schijnt wel iemand gebeten te worden. Dus wij afwachten: wordt het Igor of ik? Maar uiteindelijk zijn we niet gebeten. We stonden zelfs een keer op twintig meter afstand; ze waren nesten aan het bouwen, keken ons af en toe aan, maar gingen gewoon door. Dijkers: Maar een uur later deden ze weer een schijnaanval, dus of ze beter gehabitueerd raken blijft dubieus.

Re:ageer