Wetenschap - 21 september 1995

HOOP: universiteiten moeten student meer keuze bieden

HOOP: universiteiten moeten student meer keuze bieden

Student moet sneller afstuderen

De universiteiten moeten een gevarieerd pakket van opleidingen aanbieden: academisch vormend (drie jaar), wetenschappelijk (vier of vijf jaar) of speciale M.Sc.-studies met een strenge selectie. Voor elk wat wils, mits de studenten maar sneller afstuderen. Het ministerie van Landbouw gaat een eigen onderwijsbeleid voeren. De LUW wordt niet geconfronteerd met nieuwe financiele tegenvallers.


Volgens het ministerie van Onderwijs zal het aantal landbouwstudenten de komende vijf jaar stevig blijven dalen.

Staatssecretaris Nuis had veel uit te leggen tijdens de persconferentie op 15 september, waar minister Ritzen en hij de onderwijsbegroting 1996 toelichtten. De staatssecretaris stelselherziening, zoals Ritzen hem noemde, wilde een aantal misverstanden uit de weg ruimen. Die hielden verband met het vroegtijdig uitlekken van het Hoger Onderwijs en Onderzoekplan (HOOP).

Eerste misverstand: dat Nuis en Ritzen de instroom in het hoger onderwijs willen beperken. Dat willen ze niet en die instroom zal ook niet dalen, stelt Nuis. Zelfs niet als de doorstroom van hbo-afgestudeerden naar de universiteiten volgens plan is teruggedrongen. Nee, Nuis wil de verblijfsduur aan de universiteiten beperken. Degenen die nu een diploma halen, doen gemiddeld zes jaar over een vierjarig programma. Die verblijfsduur moet vier jaar worden, stelde Nuis. En degenen die nu drieeneenhalf jaar hoger onderwijs krijgen zonder een diploma te halen, moeten in het eerste studiejaar via een bindend studie-advies worden doorverwezen.

Leidt zo'n kortere opleiding niet tot een waardedaling van het diploma? Dat is volgens Nuis niet de bedoeling. Het ministerie wil de kwaliteit van de opleidingen versterken door tweehonderd miljoen gulden extra beschikbaar te stellen voor kwaliteitszorg in het onderwijs. Omdat de LUW drie procent van de studenten aan de universiteiten opleidt, krijgt ze zes miljoen gulden in de komende jaren. Wel is het sneu dat het ministerie het leeuwedeel van die premie pas in 1999 uitkeert.

De beoogde diplomafinanciering zou universiteiten ertoe kunnen verleiden snel diploma's uit te delen. Die neiging wil het ministerie beteugelen door meerjarige afspraken te maken over de onderwijsbekostiging.

Pleidooi

Ook de nieuwe drie-plus-twee-opleidingen (drie jaar Bachelors, daarna een selectieve tweejarige Masters) krijgen vier jaar financiering. De nieuwe opleidingen zijn dus geen vorm van bezuiniging", aldus Nuis, daarmee een tweede misverstand rechtzettend.

Nuis ontzenuwt ook een mogelijk derde misverstand: dat alle opleidingen in de financiering gelijkgeschakeld worden naar vier jaar, waardoor de vijfjarige ingenieursopleidingen weer terug bij af zijn. Zo is het niet: het kabinet en de Tweede Kamer hebben besloten tot een vijfjarige cursusduur voor de technische universiteiten en elf landbouwstudies; daar komt Nuis niet op terug.

In hoeverre er drie-plus-twee-opleidingen komen, moet de praktijk uitwijzen. Uitgangspunt bij die nieuwe opleidingen is dat een student na een driejarige Bachelors-opleiding een diploma heeft met civiel effect: hij kan er werk mee vinden. Velen betwijfelen dat, maar een laconieke Nuis redeneert: verschillende adviezen bevatten een pleidooi voor deze vorm van differentiatie. Als er een maatschappelijke vraag naar is, die door de toelatingscommissie wordt gevalideerd, dan geeft het ministerie de universiteiten nu de kans om er iets van te maken.

Onderscheid

Nuis is de koning van de laisser faire op het ministerie: laat het onderwijsveld het zelf uitzoeken. Zelfs met een van de pijlers van het Ritzen-beleid, het duidelijke onderscheid tussen universiteiten en hogescholen, gaat hij soepel om. Het pleidooi van landbouwminister Van Aartsen voor bestuurlijke samenwerking tussen de Landbouwuniversiteit en de agrarische hogescholen is heel nuttig. Bestuurlijke samenwerking kan inhoudelijke verschillen tussen opleidingen versterken, redeneert Nuis.

Staatssecretaris Nuis is het dus eens met Van Aartsen, die bij de presentatie van de landbouwbegroting nog eens herhaalde wat hij twee weken daarvoor in Velp had gezegd. Hij wil een eigen onderwijsbeleid ontwikkelen, waarbij de LUW en de agrarische hogescholen nauw samenwerken bij de ontwikkeling van de Professional Masters-opleidingen. Als de mestperikelen achter de rug zijn, gaat Van Aartsen ten maximale de ruimte verkennen die we binnen de onderwijswet hebben". De landbouwminister bleek zeer gecharmeerd van de brief van de studentenorganisaties WSO en HASU (de vakbond van hogeschoolstudenten), waarin ze een gemeenschappelijke propaedeuse van universiteit en hogescholen voorstellen.

Ziet Van Aartsen een nadrukkelijke rol voor de LUW bij de Professional Mastersopleidingen van de agrarische hogescholen, het ministerie van Onderwijs gaat ervan uit dat de hogescholen deze opleidingen zelfstandig gaan vormgeven. Ritzen en Nuis zijn akkoord met een validatiecommissie van de vereniging van hogescholen, HBO-raad, om dergelijke opleidingen goed te keuren. Daarmee moet dan een einde komen aan de zogeheten U-bocht-constructie, waarbij Britse universiteiten de vervolgopleidingen van de hbo's valideren.

Ondertussen wordt de titulatuur in het hoger onderwijs er niet duidelijker op. Zowel de universiteiten als de hogescholen kunnen Bachelors-opleidingen en Masters-opleidingen aanbieden. Een universitaire Bachelor-opleiding moet volgens Nuis algemeen academisch vormend zijn en de Master of Science (M.Sc.) moet opleiden tot wetenschapper, terwijl de Professional Masters (Pr.M.) de beroepsgerichte opleiding van het hbo is. De M.Sc. duurt vijf jaar, de Pr.M. doorgaans zo'n viereneenhalf jaar. Voorts heb je dan nog de normale universitaire opleiding van vier jaar. Een titel zegt niet alles, relativeert Nuis. De bul vertelt meer dan de titel; er is dus meer informatie nodig en voorradig."

Om te zorgen voor de beoogde varieteit in het hoger onderwijs is op het niveau van de studierichtingen veel afstemming nodig, veronderstelt Nuis. De totstandkoming van drie-plus-twee-studies moet leiden tot clustering. Als een universiteit een nieuw vijfjarig programma wil aanbieden, moet ze die zelf financieren. Bijvoorbeeld door een vierjarige opleiding te verkorten tot drie jaar. Want er komt geen verdere uitbreiding van de vijfjarige studies." Waarmee Nuis bedoelt: er komen geen nieuwe opleidingen waarvoor de studenten vijf jaar studiefinanciering ontvangen. Daarmee blijft de beperking van de studiefinanciering de belangrijkste bezuinigingsfactor van deze bewindslieden.

Rijksbijdrage

De universiteiten krijgen de komende jaren minder geld, maar de grote bezuinigingsaanslag die vorig jaar is aangekondigd, is sinds een half jaar van tafel. Dat uit zich bijvoorbeeld in de rijksbijdrage voor de LUW, die volgend jaar 243,9 miljoen gulden bedraagt, 8,1 miljoen meer dan dit jaar. Niet dat de bezuinigingszorgen hiermee voorbij zijn. De stijging houdt voornamelijk verband met de verzelfstandiging van het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds. Dat kost de universiteit extra geld en dat bedrag vergoedt het ministerie.

Op de LUW-afdeling Financiele en Economische Zaken heeft drs M. Pijl geen grote verrassingen in de begroting kunnen ontdekken. Hij bespeurt twee kleine meevallers, een handvol kleine tegenvallers en verwacht dat de financiele prognose voor de LUW ietsje nadeliger uitpakt dan een half jaar geleden verwacht. Hij denkt dat het ministerie wel enige compensatie geeft voor de gestegen lonen en prijzen, maar geen volledige. Daarover zal over enige weken met het ministerie worden overlegd.

En het is de vraag hoe de studentenaantallen zich ontwikkelen", schetst Pijl als onzekere factor. De universiteit mag de verhoging van het collegegeld (vijfhonderd gulden in 1998, te realiseren in drie fasen) in eigen zak steken, maar het ministerie heeft de verwachte inkomsten alvast van de rijksbijdrage afgetrokken. Voor het eerst zal het aantal studenten een directe invloed hebben op de inkomsten van de LUW. Volgens een prognose van het ministerie van Onderwijs zal het aantal landbouwstudenten de komende vijf jaar stevig blijven dalen. Dat heeft al tot onbegrip geleid aan de LUW. Het aantal stabiliseert nu toch?!", stelt hoofd Voorlichting P. Aben.

Bij de hogescholen gaat het ministerie uit van een lichte stijging van het aantal studenten. Daar staat echter tegenover dat ook hier de verblijfsduur van studenten terug moet. Nuis en Ritzen willen driejarige hogeschoolstudies voor afgestudeerden van het vwo en het middelbaar beroepsonderwijs.

Dit is de eerste keer dat we niet zijn verrast door financiele tegenvallers", stellen mr ing J.M. Latijnhouwers en drs J.G.P.M. van Kroonenburg van de stichting Samenwerking hoger agrarisch onderwijs. Zij coordineren het overleg van de agrarische hogescholen met minister Van Aartsen, de LUW en de andere hogescholen in de HBO-raad. Maar die beperking van de hbo-opleidingen voor vwo- en mbo-scholieren is een zwaar discussiepunt. Het gevolg is dat de hogescholen intensiever onderwijs moeten verzorgen en dat wordt een groot inhoudelijk probleem. Het is alleen te realiseren met kwaliteitsverlies, zeker voor mbo-studenten. Als dit doorgaat, kunnen we moeilijker uitleggen dat dit nog B.Sc.-niveau is."

Eindtermen

De twee vertegenwoordigers van de agrarische hogescholen zijn zeer te spreken over het onderwijsbeleid van minister Van Aartsen. Hij wil een gezamenlijk project van de LUW en de hogescholen over de eindtermen van de opleidingen. Dat is opmerkelijk, want Ritzen wil juist een duidelijke scheiding tussen de universiteiten en hogescholen."

Onderdeel van die scheidingsgedachte is dat de hogescholen voortaan van minister Ritzen zelf hun Masters-opleidingen mogen goedkeuren, via een eigen validatiecommissie. Hebben de agrarische hogescholen dan nog zin in gemeenschappelijke Masters-opleidingen met de LUW? Het ministerie van Onderwijs kiest voor een andere vorm dan wij", reageert Van Kroonenburg. In HOOP wordt gesproken over een Professional Masters voor studenten met drie jaar werkervaring, terwijl wij het zien als een voortzetting van de opleiding. Zolang wij met de LUW programma's kunnen bieden die door het ministerie worden gefinancierd, is samenwerking gunstig. Het alternatief is namelijk dat de hogescholen de totale studiekosten aan de studenten moeten doorberekenen. Dat zou de vraag naar deze opleidingen zeker beperken."

Re:ageer