Wetenschap - 28 mei 1998

Groene Ruimte

Groene Ruimte

Groene Ruimte
Het Wageningse delta-team voor de groene ruimte
Het verbrokkelde Wageningse onderzoek naar het landelijk gebied moet zich samenballen in een delta-team van veertig onderzoekers, die op termijn een onderzoekschool moeten vormen. Dat is de conclusie van een KCW-advies van de commissie-Van der Zande over de groene ruimte. Dit advies spoort met een advies van de Nationale Raad voor Landbouwkundig Onderzoek (NRLO), dat een landelijk netwerk van onderzoekers voorstelt en dertig miljoen gulden van de overheid vraagt voor extra onderzoek. Het WUB bespreekt de plannen en peilt de reacties in en buiten Wageningen
De commissie-Van der Zande, die naast directeur dr Andre van der Zande van het Staring-centrum bestond uit de LUW-hoogleraren dr Leibert Brussaard en dr Adri Dietvorst en DLO-directeur dr Anton Sepers, presenteerde het KCW-advies op 15 mei aan het KCW-bestuur. Ze stellen voor dat Wageningse beta-, gamma- en alfaonderzoekers gaan samenwerken in een delta-team dat onderzoek naar de groene ruimte of landelijk gebied verricht. Bij de betaonderzoekers moeten we denken aan ecologen en milieu-onderzoekers op het gebied van bodem, water en lucht. Bij de gammaonderzoekers gaat het om sociologen, economen, bestuurskundigen en omgevingsspychologen. En de alfaonderzoekers zijn cultuurtechnici, planologen en landschapsarchitecten die de ruimtelijke aanspraken van de verschillende functies en de wisselwerking daartussen in een ontwerp vorm geven. Functies in het landelijk gebied zijn landbouw, wonen, recreatie en toerisme, cultureel erfgoed en natuur, ontgrondingen en landaanwinning, waterzuivering en waterwinning, infrastructuur, diensten en industrie
De Wageningse onderzoekers moeten samen een discours ontwikkelen, een samenhangend geheel van denkbeelden over de ruimtelijke organisatie. Deze discoursen zijn er al. Zo vatten sommigen de groene ruimte op als tegenpool van de stad, anderen zien het als een arena van sociaal-economische netwerken en weer anderen zien het als ecosysteem. De Wageningers dienen een eigen discours te ontwikkelen, waarbij een creatieve spanning ontstaat tussen meerdere invalshoeken
Op dit moment is het Wageningse onderzoek naar het landelijk gebied verouderd en versnipperd, stelt het rapport. Verouderd, omdat Wageningen zich lange tijd louter op de landbouw (ruilverkaveling) richtte en onvoldoende snel aandacht heeft gekregen voor nieuwe functies van het landelijk gebied. Versnipperd, omdat de Wageningers wel aspecten van de groene ruimte bestuderen, maar die niet verbinden aan andere functies. Door dat wel te doen, kan Wageningen een unieke positie verwerven, aldus het rapport. Wageningen voert de helft van het groene-ruimteonderzoek in Nederland uit en heeft als enige instelling zowel beta- als gammaonderzoekers op dit terrein
Door kennisbundeling moeten de Wageningers zich mengen in maatschappelijke discussies over de ruimtelijke inrichting, omgevingskwaliteit, ecosystemen en cultuurlandschap in Nederland. Dat doen ze op dit moment te weinig, meent het rapport. De onderzoekers moeten hun disciplinaire grenzen overschrijden en samen met maatschappelijke groeperingen onderzoek in een gebied ontwikkelen
Om deze plannen gestalte te geven, moet hier en daar het onderzoek worden versterkt, meldt het rapport. Het ecologisch, bodem-, water- en luchtonderzoek in Wageningen is sterk en voldoende toegespitst op de groene ruimte, maar het sociaal-economisch onderzoek is dat niet. Binnen de gammawetenschappen is de aandacht te eenzijdig gericht op specifieke aspecten van de groene ruimte, zoals de agrarische productie, recreatie en toerisme, het milieu- en het bos- en natuurbeheer. Deze sectocratische orientatie laat belangrijke aspecten in de groene ruimte als infrastructuur, zakelijke dienstverlening, industrie en wonen onderbelicht in onderwijs en onderzoek. De bestuurskunde, ruimtelijke economie en omgevingspsychologie zijn zwak vertegenwoordigd in Wageningen, constateert het rapport
Tot slot kampen de ruimtelijke wetenschappen in Wageningen met erosie van de unieke positie en een verzwakkend profiel. De landschapsarchitecten en planologen hebben de afgelopen jaren onvoldoende wetenschappelijke vernieuwing gerealiseerd en zijn wetenschappelijk verzwakt. Ook hebben ze onvoldoende aansluiting gezocht bij milieukunde en waterbeheer, terwijl veel planning en inrichting zich richt op het verbeteren van de omgevingskwaliteit
Om het tij te keren, moeten twee dingen gebeuren: meer sturing en meer geld. De sturing moet worden verzorgd door een delta-team, dat zich presenteert als het kenniscentrum voor de groene ruimte binnen Nederland. Het bestaat uit zo'n vijftig Wageningse onderzoekers die interdisciplinair onderzoek vormgeven en onderzoeksprogramma's op hun terrein opstellen. Het team krijgt geld van LUW, DLO en het ministerie van LNV. De universiteit keert voorwaardelijk gefinancierd onderzoeksgeld uit, DLO zet seo-geld in (strategische expertise-ontwikkeling, ofwel basisfinanciering) en het ministerie van LNV moet nieuwe programma's voor de groene ruimte financieren
Meer geld betekent dus: meer overheidsgeld. Het ministerie keert nu acht procent van zijn onderzoeksbudget uit aan groene-ruimteonderzoek en dat percentage moet omhoog, stelt het rapport. Op die manier kunnen de lacunes in de Wageningse kennisontwikkeling worden gedicht
Daarnaast dient Wageningen allianties aan te gaan met andere instellingen in Nederland op dit terrein: andere universiteiten (Delft, Utrecht, Nijmegen), TNO, het ITC, het RIVM en het CPB. Het Centraal Planbureau dient als partner om een planbureau voor de groene ruimte in Wageningen te realiseren
Delta-team kost twintig miljoen
Het delta-team voor de groene ruimte kost zo'n twintig miljoen gulden. Dat schat directeur dr Andre van der Zande van het Staring-centrum, mede-opsteller van het voorstel. Van der Zande rekent op een team van zo'n veertig onderzoekers die voor een periode van vijf jaar intensief samenwerken. Het team moet volgens hem onder leiding staan van een smoel. Het leiderschap van dit team is belangrijk, het mag geen grijze muis zijn.
Mede-opsteller van het rapport prof. dr Leibert Brussaard, directeur van het departement Omgevingswetenschappen, ziet het delta-team als voorbereider van een onderzoekschool. Als we er in slagen een eigen paradigma te ontwikkelen, maken we goede kans om erkend te worden. Dat paradigma mag geen Wageningse eenheidsworst worden, maar moet een spanning bevatten van botsende kijkrichtingen. Het ontwerpproces dient creatief te zijn, we willen geen rijtjeshuizen ontwerpen. n
NRLO wil computernet voor groene ruimte
De NRLO wil bruggen slaan tussen de kennisontwikkeling en innovatieprocessen in de groene ruimte via een kennis- en informatienetwerk. Het onderzoek is verbrokkeld, de onderzoekers weten slecht waar de anderen mee bezig zijn, licht NRLO-projectleider dr Hans Hetsen toe. Via een computernetwerk kun je de activiteiten bij elkaar brengen, zodat de universiteiten en instituten van elkaar weten waar ze mee bezig zijn en je interactief kunt werken met de gebruikers van de kennis. Verder kunnen deelnemers via het netwerk partners vinden waarmee ze zich voor grotere projecten inschrijven.
In het netwerk moeten niet alleen de aanbieders van projecten voor de groene ruimte elkaar ontmoeten, maar ook de vragers. Dat zijn meerdere ministeries en, nu het inrichtingsbeleid wordt gedecentraliseerd, ook provincies en gemeenten. De overheid heeft ervaring opgedaan met zo'n netwerk in het kader van ICES: Interdepartementale Commissie Economische Structuurverbetering. De NRLO wil dat de ministeries die zijn betrokken bij de groene ruimte (LNV, Vrom, Verkeer en Waterstaat en Economische Zaken) hun beleid en geld voor de groene ruimte bijeenbrengen in zo'n ICES-verband
De NRLO vraagt van de overheid dertig miljoen gulden voor dit netwerk. Naast Wageningse onderzoekers zouden andere universiteiten, TNO, Heidemij, Arcadis, Grontmij en kleinere ingenieurs- en ontwerpbureaus uit dit fonds moeten kunnen putten. De concurrenten zitten bij elkaar, verklaart Hetsen. Er zijn meerdere aanbieders en het bestuur van het netwerk maakt daaruit een keuze.
NWO-programma voor stad-platteland
De NRLO constateert leemtes in de fundamentele kennisontwikkeling over de groene ruimte en heeft voorgesteld aan onderzoeksfinancier NWO om een nieuw programma rond de interactie van stad en platteland in te stellen. NWO moet het budget voor dit onderzoeksprogramma beheren, terwijl de ministeries van LNV en Vrom het programma (mede) financieren
De interactie stad-platteland is een van de speerpunten in het NRLO-rapport over de groene ruimte. De Wageningse onderzoekers moeten in dit kader samenwerken met de in Utrecht gevestigde onderzoekschool Nethur die de verstedelijkingsproblematiek bestudeert, vindt de NRLO. Wageningse onderzoekers voeren inmiddels informele gesprekken met Nethur
Groene-ruimteadvies stelt Mansholt-instituut ter discussie
Het KCW-bestuur moet binnenkort kiezen: wil Wageningen een onderzoekschool Groene Ruimte of het Mansholt-instituut, de school voor sociaal-economisch onderzoek? Beide kan niet
Vooralsnog is een onderzoekschool Groene Ruimte in Wageningen niet opportuun, maar door de instelling van een delta-team voor het landelijk gebied meten we daar wel naar toewerken, meent de commissie-Van der Zande. De commissie claimt gammaonderzoekers voor haar delta-team. Als die worden opgenomen betekent dit het einde van het Mansholt-instituut als zodanig
Een vervelende passage voor het Mansholt-instituut, dat juist druk bezig is om een tweede gooi te doen naar erkenning bij de Akademie van Wetenschappen (KNAW). Directeur prof. dr Jan Renkema van dit instituut ziet dan ook liever dat de reeds bestaande onderzoekscholen met ruimtelijk onderzoek gaan samenwerken. Zo wordt nu ook het Wageningse ketenonderzoek vormgegeven, in een Centrum voor Ketenstudies. Van der Zande vindt dat te vrijblijvend, maar ik wijs erop dat de LUW-onderzoeksprogramma's dit jaar aflopen. De raad van bestuur kan geld oormerken voor een goed onderzoeksvoorstel voor de groene ruimte en wij kunnen dan voort met de KNAW-aanvraag.
Naast een deel van het Mansholt-instituut claimt de commissie-Van der Zande ook een deel van het ruimtelijke en betaonderzoek van de milieuschool Wimek. De secretaris van die school, Johan Feenstra, redeneert echter net als Renkema: laat de erkende milieuschool Wimek intact en zorg voor coordinatie van het ruimtelijke onderzoek via een centrum

Re:ageer