Wetenschap - 5 juni 1997

Golven

Golven

Golven
Onderzoekers van het KNMI denken dat het broeikaseffect de oorzaak kan zijn dat de golven in de Noord-Atlantische Oceaan elk jaar gemiddeld twee millimeter hoger worden. Wat zijn de gevolgen voor organismen die leven aan de Nederlandse kust als die groei zich ook hier voordoet?
Als de golven significant hoger worden, kan dat consequenties hebben voor de concurrentieverhoudingen. Er leven talloze soorten aan de kust die vastzitten of bijna vastzitten aan rotsen, dijken of hout. Allerlei slakken, mosselen en zeepokken. Die kunnen losgeslagen worden als de golfslag toeneemt. Het ene organisme is daar beter tegen bestand dan het andere
Zeepokken zijn merkwaardige beestjes. Eigenlijk zijn het kreeftjes. Ze bouwen zeskantige piramides van kalk; die zie je als kleine, harde korreltjes op bijvoorbeeld rotsen. Aan de bovenkant zitten vier klepjes, die het beestje open kan maken. De zeepok heeft zes pootjes, net als een kreeft. Die zijn een mooi voorbeeld van hoe de evolutie systemen modificeert. Het zijn dezelfde pootjes waar een krab op loopt. De zeepok ligt op zijn rug en gebruikt ze als visnetje. Zeepokken hebben vers water nodig en zijn goed geadapteerd aan een behoorlijke golfslag. Ze kunnen tegen een stootje, daar zijn ze op gebouwd
De mossel komt, voor zover ik weet, niet voor op plekken waar de golven ongehinderd kunnen huishouden. Die kiest voor een plek achter een dijk, waar wel eb en vloed is, maar geen hoge golven. Mosselen vestigen zich op plekken waar veel vers water langsstroomt. Dat filteren ze hun voedingsstoffen uit. Mosselen die door de golfslag worden weggeslagen, raken hun plaatsje kwijt. Ze belanden op de bodem tussen het debris. Daar mist de mossel de verse waterstroom die hij nodig heeft om te kunnen groeien en zich voort te planten. Als hogere golven zo de mosselen van een plek wegslaan, kan een andere soort, die beter tegen de golfslag kan, dat plekje veroveren
Dat zie je ook bij zeepokken. Waar de waterstroom schoon en permanent is, staan ze dicht tegen elkaar aan. Net als plantjes die in de schaduw staan en allemaal zo recht mogelijk naar het licht toe groeien, zo groeien de zeepokken naar de waterstroom toe. Als dat niet goed lukt, bouwen ze lange buisvormige huisjes in plaats van zeshoekige piramides. Maar die vorm is kwetsbaarder. Na een storm zie je soms dat het oppervlak van een rots opeens kaal is
Ook planten kunnen nadeel hebben van meer golfslag. We kennen aan de Nederlandse kust rood-, groen- en bruinwieren. Daar zijn kleine plantjes bij van een paar millimeter, maar ook hele grote, tot vier meter. Zo'n groot wier hecht zich op een plaats vast aan de rots en kan bij sterke golfslag worden losgeslagen. Hoe kleiner ze zijn, hoe minder last ze daar in het algemeen van hebben

Re:ageer