Wetenschap - 9 april 1998

Goed milieumanagement kan ook goede business zijn

Goed milieumanagement kan ook goede business zijn

Goed milieumanagement kan ook goede business zijn
LUW-steunpunt draagt bij aan duurzaam landgebruik in Costa Rica
De laatste jaren blijkt het steunpunt Costa Rica van de LUW, door critici betiteld als speeltuin voor wetenschappers, resultaten op te leveren die daadwerkelijk van nut zijn voor de Costa-Ricanen. Bananenproducenten passen efficientere en milieuvriendelijke bemestingsmethoden toe en het ministerie van Landbouw werkt sinds kort met het Wageningse model dat duurzame toekomstscenario's berekent. Eind dit jaar verlaten de onderzoekers het tropische land. Te vroeg?
De Wageningers lopen niet meer als witte olifanten over de Costa-Ricaanse heuvels. Dat is in de laatste jaren drastisch veranderd, vertelt prof. dr ir Johan Bouma, voorzitter van de LUW-werkgroep Costa Rica. In 1995 dacht ik: we hebben nu als wetenschappers wel leuke tools voor duurzaam landgebruik ontwikkeld, zoals regionale beleidsmodellen en alternatieve bemestingsmethoden, maar ik was sceptisch of ze ook zouden worden opgepakt door de Costa-Ricanen. Nu zie ik echter een serieuze interactie met de bevolking. Afgelopen jaar zijn Costa-Ricaanse beleidsmakers en onderzoekers op eigen initiatief naar het steunpunt toegekomen. Ze lieten ons weten dat ze graag intensiever wilden samenwerken. Het ministerie van Landbouw en lokale boeren beginnen nu onze landgebruikmodellen te gebruiken.
Bouma heeft geen moeite met de sluiting van het steunpunt aan het eind van dit jaar. We hebben hier een vrij unieke interdisciplinaire methodiek ontwikkeld om duurzaam landgebruik te bestuderen en te operationaliseren. Daar gaan we mee verder in andere Zuid-Amerikaanse landen. De ontwikkelde tools moeten de Costa-Ricanen nu zelf in de praktijk brengen.
Een van de meest spraakmakende projecten is volgens Bouma het werk met de bananenproducenten. Die gaan op hun plantages, die het landschapsbeeld van het noordwesten van Costa Rica domineren, erg losjes om met bestrijdingsmiddelen en kunstmest. De Wageningers hebben een systeem ontwikkeld dat de toediening van die stoffen doseert aan de hand van de bodemgesteldheid. De coordinator van het onderzoek, dr ir Jetse Stoorvogel, wijst erop dat boeren hiermee hun kosten voor bemesting en pesticiden met twintig procent kunnen reduceren. Bijkomend voordeel is de vermindering van watervervuiling; de uitspoeling van meststoffen neemt namelijk met dertig procent af
Winst
Inmiddels coordineert de vereniging van bananentelers, Corbana, de introductie van het systeem en de trainingen, vertelt de bodemkundige. Meer dan de helft van de bananentelers in de regio heeft interesse getoond; ze realiseren zich natuurlijk de potentiele economische winst. Bouma: We tonen hier aan dat goed milieumanagement ook goede business kan zijn. Het telen van bananen wordt goedkoper en milieuvriendelijker en we krijgen een kwalitatief beter product vanwege de lagere toediening van kunstmest en pesticiden.
Hoewel de bemestingsmethode voor de bananenteelt een aardig succes is, denkt Bouma dat de grote waarde van het project ligt in de ontwikkelde methodiek. We zijn heel erg disciplinair begonnen. Bodemkundigen maakten bodemkaarten, agronomen keken naar gewassen en economen hadden weer hun eigen circuit. Door vallen en opstaan kwam er na een aantal jaren een geintegreerde studie, gericht op duurzaam landgebruik. Hierbij zijn we erin geslaagd agro-ecologische en economische aspecten te koppelen. Dit betekent het analyseren van landgebruiksystemen in brede zin, inclusief de bodem, teelt, ziekteplaagbestrijding en gewasprijzen.
Met deze gegevens ontstond een beleidsmodel, Ustad, dat landgebruikscenario's doorrekent op regionaal niveau. Beleidsmakers kunnen hiermee bepalen welk type landgebruik het grootste inkomen zal genereren en met hoeveel nutrientenverlies en verspilling van bestrijdingsmiddelen en kunstmest naar het milieu dit gepaard gaat. Ook berekent het model de effecten van economische beslissingen, zoals subsidies, op het landgebruik en milieu. Ze zijn zo beter in staat de belangen op economisch en milieugebied tegen elkaar af te wegen, vertelt Bouma
Betrouwbaarheid
Wel benadrukt hij dat het model geen garantie is voor duurzaam landgebruik. Je moet niet verwachten dat met een druk op de knop vanzelf de oplossing uit het model rolt. Ze kunnen een deel van de vragen over het landgebruik beantwoorden met bestaande kennis van lokale mensen. Voor het andere deel zijn de modellen erg nuttig, maar ze moeten wel gebruikt worden in een context en niet in het wilde weg.
Over de betrouwbaarheid van het model bestaat nog onzekerheid. Het testen van het model op basis van historische gegevens was niet mogelijk, omdat die nauwelijks voorhanden zijn. Op regionaal niveau werkt het model volgens Stoorvogel dan ook meer exploratief dan voorspellend. We kunnen niet bepalen of de overheid bijvoorbeeld meststoffen of bepaalde gewassen moet subsidieren. De landbouwsector is namelijk te complex. Ook spelen er externe factoren als toerismeontwikkeling, waarvan we niet zeker weten welke kant het opgaat. Op bedrijfsniveau schat Stoorvogel de betrouwbaarheid echter hoog in. De haalbaarheid van nieuwe managementstrategieen is goed te bepalen. Dan praat je over de winstgevendheid van bepaalde gewassen en de benodigde arbeid en investeringen.
Of het Wageningse model de Costa-Ricanen zal helpen het landgebruik duurzamer te maken, moet de praktijk uitwijzen. Het ministerie van Landbouw voert op dit moment de eerste testcase van het model uit in een klein stroomgebied in het noordwesten van Costa Rica. Op welke manier het ministerie de Wageningse technieken gebruikt en zonodig aanpast, is de verantwoordelijkheid van de Costa-Ricanen, meent Bouma. Zij moeten hun eigen prioriteiten stellen. Wij gaan niet met een vingertje wijzen, dat is ontwikkelingshulp van dertig jaar geleden.
Bodemkartering
Terugblikkend had de eerste fase van het project, de inventarisatie van de benodigde gegevens, efficienter gekund, meent Stoorvogel. Wij als bodemkundigen voerden de eerste jaren een gedetailleerde bodemkartering uit, waarbij we maar liefst 76 bodemtypen onderscheidden. Uiteindelijk hadden we voor het model echter maar acht bodemtypen nodig en bleken de verzamelde bodemgegevens beneden de zestig centimeter niet relevant voor de koppeling met het landgebruik. We moesten onze resultaten generaliseren, wat nog wel eens slikken was: veel variatie ging verloren. Ook de agronomen werden hiertoe gedwongen. Van tevoren hadden we het schaalniveau waarop we gegevens verzamelden dus beter moeten afwegen. Het probleem was dat het idee om een methodologie te ontwikkelen pas ontstond nadat we de inventarisatie hadden gedaan.
Een minpuntje is ook dat met name de waterhuishouding van het gebied nauwelijks is meegenomen in het onderzoek, terwijl water een cruciaal element vormt in het onderzochte ecosysteem en sterk gerelateerd is aan het landgebruik. Veel boeren kampen bijvoorbeeld met een slechte drainage van hun land en worden tijdens regenbuien gekweld door overstromingen, vertelt Stoorvogel. Hij zag ook dat sommige ingrepen in het landschap de wateroverlast hebben vergroot. De bananenproducenten hebben bijvoorbeeld dijken gebouwd om het water uit de bergen tegen te houden. Het gevolg is dat het water zich zo minder goed kan verspreiden en aangrenzende akkers en dorpen regelmatig overstroomd raken. Een ander probleem is de versnelde uitspoeling van chemicalien vanuit de goed gedraineerde bananenplantages naar de nationale parken
Papaya
Dat de gegevens over de waterhuishouding ontbraken, viel sommige Wageningers erg tegen, zoals de zojuist afgestudeerde ir Daphne Goedhart. De landinrichtingswetenschapper kwam vorig jaar als student naar Costa Rica met de bedoeling om de drainagesituatie in de landbouwgebieden te evalueren. Voordat ik vertrok, had ik te horen gekregen dat er voldoende gegevens over de waterhuishouding voorhanden waren. Maar eenmaal in Costa Rica, ontdekte ik dat gegevens over de afvoer en de exacte ligging van de rivieren volledig ontbraken. Ook de student Karel van Riel merkte weinig van het interdisciplinaire gehalte van het project in Costa Rica. Tijdens zijn onderzoek naar de productie van papaya kreeg hij nauwelijks begeleiding en informatie over de plaats van zijn onderzoek in het grote geheel van het project. De begeleiders waren een beetje kort door de bocht. Ik kreeg het idee dat zij gegevens nodig hadden en wij moesten ze maar aanleveren.
Of dit soort ervaringen regel was onder de studenten of dat het typerend is voor de afrondingsfase, is niet zeker. Bouma wijst erop dat er zeker succesvol onderzoek is gedaan door studenten. De geringe aandacht voor wateraspecten komt volgens Stoorvogel vooral door het feit dat er geen vaste medewerker van de vakgroep Waterhuishouding aanwezig was op het steunpunt. Wateraspecten zijn volgens hem meegenomen vanuit het bodemonderzoek, weliswaar in beperkte mate. Het onderzoeksproject deed recht aan de wezenlijke aspecten van het landgebruiksysteem, aldus Stoorvogel
Stopzetting
Eind dit jaar wordt het steunpunt in Costa Rica gesloten. De onderzoekers zijn verdeeld of dit een juiste beslissing is. Dr ir Rob Schipper, die heeft meegewerkt aan het Ustad-model, vindt het jammer, omdat hij denkt dat de methodiek ook in andere gebieden in Costa Rica kan worden toegepast. Bouma en Stoorvogel hebben geen moeite met stopzetting, mits er een goede evaluatie plaatsvindt. Er zijn echter weinig concrete plannen voor de evaluatie van het project. Op het moment schrijft Bouma mee aan een nota over ontwikkelingsgericht onderzoek, onderwijs en exploitatie, waarin ook de toekomst van de steunpunten ter discussie wordt gesteld. Waarschijnlijk gaat de LUW kiezen voor strategische samenwerkingsverbanden met internationale onderzoeksinstituten. In Costa Rica ontbreekt een geschikt onderzoeksinstituut, alsdus Schipper
Bouma: Ik sluit niet uit dat we de contacten vasthouden en er nog eens terugkomen om de zaak te evalueren. Als de Costa-Ricanen vragen hebben, moeten we erop inspelen. Want als we ons nu op de borst slaan en zeggen Dit hebben we mooi gedaan en vijf jaar later komt iemand langs en ziet onze systemen onder het stof staan in een oude schuur, dan hebben we toch weer met z'n allen in de lucht staan praten.

Re:ageer