Wetenschap - 19 juni 1997

Glastuinbouw met toekomst

Glastuinbouw met toekomst

Glastuinbouw met toekomst
Anita van der Knijff, Agrarische bedrijfseconomie
De Zuid-Hollandse gemeente Berkel en Rodenrijs heeft al in 1985 besloten dat de Noordpolder, 140 hectare groot, een nieuw glastuinbouwgebied moet worden. Ruim twaalf jaar later zijn er echter nog steeds vooral veehouders en akkerbouwers actief. Al met al is hooguit dertig hectare door tuinbouw in beslag genomen
De gemeente heeft een pilotstudie laten uitvoeren naar de milieukundige voor- en nadelen van een zogeheten integrale gebiedsontwikkeling. Daarbij gaat het om de realisatie en exploitatie van collectieve voorzieningen voor de levering van water, energie en CO2 en voor de productverwerking en het transport. De conclusie van de pilotstudie, uitgevoerd door de Grontmij, luidt dat de Noordpolder goede mogelijkheden biedt voor kwalitatief hoogwaardige glastuinbouw. Bovendien kan de tuinbouw goed worden ingepast in de landschappelijke, ecologische en recreatieve functies van de polder
Onder druk van overheidsnota's, oprukkende woningbouw en geplande hogesnelheidslijn moeten veel tuinders een andere vestigingsplaats zoeken. De Noordpolder boven Berkel en Rodenrijs is een alternatief. Vierdejaars economiestudente Anita van der Knijff hield zich in opdracht van de Grontmij vier maanden bezig met de vraag wat de bedrijfseconomische effecten zijn van collectieve voorzieningen op het gebied van water, energie en CO2
Van der Knijff onderzocht drie soorten tuinbouwbedrijven - paprika, tomaten en rozen - allemaal met twee hectare netto beteelbaar glas. Ze vergeleek de noodzakelijke investeringen wanneer ze traditioneel zouden telen en wanneer ze integraal zouden werken, met gezamenlijke voorzieningen
Dit nieuw in te richten gebied is uniek, zegt Van der Knijff voorafgaand aan haar colloquium. Er zijn wel meer projecten in Nederland waarbij gebruik wordt gemaakt van bijvoorbeeld restwarmte uit energiecentrales, maar hier zullen op veel meer gebieden gezamenlijke voorzieningen worden aangeboden. Bovendien zal in Berkel en Rodenrijs de ontwikkeling van het nieuwe tuinbouwgebied hand in hand gaan met die van het natuurgebied in spe naast de Noordpolder
Een deel van de voor de kassen benodigde energie zal via pijpleidingen van een in de buurt gelegen elektriciteitscentrale komen. De centrale voorziet de kassen ook van CO2. De bedoeling is dat de tuinders hun water gaan betrekken van een waterplas van vijftig hectare in het toekomstige aangrenzende natuurgebied. Agrarische distributiecentra aan de rand van het gebied en collectief vervoer naar de veiling tenslotte zullen zorgen voor zo min mogelijk groot verkeer in de polder
De sterke koppeling tussen natuurontwikkeling en bedrijfsvestiging kan bedrijfseconomische voordelen hebben, concludeert Van der Knijff. Het bedrijfsresultaat van een integraal telende tuinder die gebruik maakt van collectieve voorzieningen, ziet er tienduizenden guldens beter uit dat van zijn traditionele collega's. Exacte cijfers mag Van der Knijff echter niet naar buiten brengen. Uit concurrentie-overwegingen heeft de Grontmij een geheimhouding van een half jaar bepaald
Financiele winst wordt op diverse onderdelen geboekt. Zo zal bijvoorbeeld de verwarmingsketel op een integraal bedrijf minder behoeven te draaien, enerzijds omdat het bedrijf de kassen voor een deel met restwarmte kan verwarmen en anderzijds omdat het nu zuiver CO2 krijgt aangeleverd
Ook het water zal de tuinder per saldo minder gaan kosten. De prijs per kubieke meter komt weliswaar hoger te liggen dan die van het gratis regenwater uit bassins dat traditionele bedrijven gebruiken. Daar staat echter tegenover dat aanvullend leidingwater niet meer nodig is en dat de integrale tuinders geen grond meer hoeven in te ruimen voor bassins. Dat scheelt zowel in investeringen als in de rentepost voor afschrijving en onderhoud op de begroting. Bovendien is een landschap zonder bassins natuurlijk aantrekkelijker
Van der Knijff nam alle aspecten van de begroting onder de loep. Op alle aspecten - geinvesteerd vermogen, nettobedrijfsreultaat, vermogensverloop en de omvang van het eigen vermogen - kwam het integrale bedrijf beter uit de bus. En al berust haar studie op veel aannames, Van der Knijff denkt dat haar onderzoek kan helpen tuinders die twijfelen over vestiging in het nieuwe gebied te overtuigen van de bedrijfseconomische voordelen
Bovendien zijn collectieve voorzieningen op het gebied van water volgens Van der Knijff ook nog eens een stuk beter voor de psyche van een tuinder. Ze hoeven zich dan een stuk minder zorgen te maken over de zuivering en de kwaliteit van het gietwater en helemaal niet meer over algen in het bassin.
Tijdens de discussie achteraf schetst haar begeleider van de Grontmij, Freek Appel, nog een positief effect van tuinbouw in Berkel en Rodenrijs: de milieuwinst die behaald kan worden, bijvoorbeeld door een verminderde uitstoot van bestrijdingsmiddelen
Kortom, zowel het landschap en het milieu als de tuinders hebben profijt van collectieve voorzieningen. Toch vraagt een aanwezige zich hardop af: Nu lopen er toch nog gewoon koetjes rond, is dat niet landschappelijk mooier dan tuinbouw? Van der Knijff antwoordt: Dat is een kwestie van smaak.

Re:ageer