Wetenschap - 1 juni 1995

Giftigheid vliegas uit kolencentrale valt mee

Giftigheid vliegas uit kolencentrale valt mee

De uitspoeling van schadelijke stoffen uit vliegas van kolencentrales valt mee, maar het fijnkorrelige poeder is voor bodemorganismen ongeschikt als substraat. Daarom kan het niet onbedekt in water worden gestort. Tot deze conclusie komt dr H.A. Jenner, die op 30 mei promoveerde bij prof. dr J.H. Koeman van de vakgroep Toxicologie.

De Nederlandse energiecentrales produceren een miljoen ton vliegas per jaar. De reststof wordt verwerkt in cement, asfalt en kunstgrind. De Nederlandse vliegas is door de hoge kwaliteit zeer gewild in Belgie, Frankrijk en Duitsland, maar die markt valt waarschijnlijk binnenkort weg. Jenner heeft daarom gekeken naar de risico's van onbedekte stort in zee- en zoet water, een optie die de overheid nu in overweging neemt.

In het mariene milieu onderzocht Jenner het effect op zeepier, nonnetje, kokkel en zager; in het zoete milieu op schildersmossel, Eisenia-worm en eendekroos. Hij concludeert dat de uitspoeling van schadelijke stoffen als arseen en seleen minder groot is dan verwacht. Het etiket chemisch afval is voor deze reststof dus overdreven. Het probleem zit in de fysische eigenschappen. De as klinkt sterk in en vormt een cementachtige substantie. Hier is geen bodemleven op mogelijk, zelfs niet als het voor de helft gemengd wordt met zand." Jenner adviseert vliegas niet onbehandeld te storten in water. Wel is het geschikt voor de kustverdediging of de aanleg van kunstriffen, als vervanging van beton- of basaltblokken. Misschien komt daar vraag naar, door de verwachte zeespiegelrijzing. De VS experimenteren al met vliegasblokken, met positieve resultaten. Door hun poreuze structuur blijken de blokken zelfs metalen uit water op te nemen.

Re:ageer