Wetenschap - 2 november 1995

Gevraagd: superactief haantje, elders opgeleid

Gevraagd: superactief haantje, elders opgeleid

Aantal vrouwelijke LUW-hoogleraren groeit traag

De afgelopen zeven jaar heeft de Landbouwuniversiteit 35 nieuwe hoogleraren geselecteerd uit 423 sollicitanten. Kenmerken van de nieuwe ploeg: ze publiceren veel en de meesten zijn op een andere universiteit opgeleid. Vrouwelijke kandidaten blijven in de benoemingsprocedures vaak steken op een tweede plaats.


Wat hebben Louise Fresco, Patricia Howard-Borgas, Linden Vincent en Anke Niehof gemeen? Ze zijn de afgelopen zeven jaar toegetreden tot het hoogleraarsgilde aan de Landbouwuniversiteit. Met hun aanstelling is het aantal vrouwelijke hoogleraren in Wageningen gestegen tot zeven. Op een totaal van circa honderd hoogleraren is dat niet veel, maar het percentage vrouwelijke hoogleraren aan de LUW ligt nu wel boven het landelijk gemiddelde van slechts 3,6 procent.

De nieuwe vrouwelijke hoogleraren zitten verscholen in een serie cijfers over de benoemingsprocedures voor LUW-hoogleraren tussen 1988 en nu. In die tijd zijn er 43 procedures begonnen en werden 35 personen aangenomen. Bijna was daar nog een vijfde vrouw bij, maar de Amerikaanse Susan Hecht haakte op het laatste moment af.

De emancipatiedoelstelling van het college van bestuur - meer vrouwen in leidinggevende posities - komt dus nauwelijks uit de verf. De opsteller van het cijferlijstje, griffier ir J.C. Jansen, heeft het gevoel dat vrouwelijke kandidaten vaak een halve meter tekort komen op de meet". Jansen signaleert dat relatief meer vrouwen tweede worden op de voordrachtslijst. Hij denkt dat de wetenschappelijke prestaties heel sterk wegen in benoemingscommissies en dat als gevolg daarvan de haantjes komen bovendrijven: de vitale superactieve onderzoekers".

Volgens personeelschef drs J.E. van Kamp kijkt de LUW tijdens de zoektocht naar een geschikte hoogleraar heel nadrukkelijk naar vrouwen. Als ze voldoen aan het profiel van de leerstoel worden ze altijd opgeroepen voor een gesprek. Bij de mannen is er vaak een selectie nodig. We hebben gedurende deze 43 procedures maar een keer meegemaakt dat een vrouwelijke kandidaat vond dat ze ten onrechte niet was uitgenodigd."

Promoveren

Van Kamp denkt dat de toename van het aantal vrouwen in hoge functies gestaag zal doorgaan. De LUW hanteert nu een regeling waarin vrouwen onbezoldigd kunnen promoveren, met behoud van uitkering. Met die promotie begint het, denkt Van Kamp. Meer vrouwen moeten promoveren, want een promotie is een van de voorwaarden om LUW-hoogleraar te kunnen worden. Op dit moment is dertig procent van het LUW-personeel vrouw. Van het aantal sollicitanten op de 43 leerstoelen was ruim dertien procent vrouw. Maar dat percentage is vertekend: op veertien stoelen solliciteerde geen enkele vrouw, terwijl dertien vrouwen hoogleraar Vrouwenstudies wilden worden.

De beperkte doorstroom van vrouwen naar het hoogleraarsambt wordt in elk geval niet veroorzaakt door Wageningse inteelt; slechts 25 procent van de hoogleraren was een interne kandidaat. Tweederde van de 35 nieuwe hoogleraren heeft niet aan de LUW gestudeerd en is hier niet gepromoveerd. Driekwart van de aangestelde hoogleraren had een baan elders. Onder hen waren acht buitenlanders, van wie de helft uit Engeland.

Het overzicht van Jansen laat ook de duur van de benoemingsprocedures zien: gemiddeld anderhalf jaar. Er zijn forse uitschieters naar boven en naar beneden: de benoeming van de bedrijfskundige prof. dr J.C. van Dalen kostte slechts negen maanden; de komst van de hoogleraar Regenafhankelijke cultuurtechniek, prof. dr ir L. Stroosnijder, was pas na 31 maanden een feit. Snel was ook de benoeming van prof. dr ir E.A. Goewie bij Ecologische landbouw - zes maanden - maar in een eerdere procedure had de LUW al twee jaar vergeefs gezocht naar iemand voor die leerstoel.

De besluitvorming duurt dus lang. Opvallend is dat de universiteitsraad veel slagvaardiger opereert bij benoemingen dan de andere betrokken partijen. Als het eindrapport klaar is, kost het de raad gemiddeld twee maanden om tot een besluit te komen. Vakgroepen die de kandidaat van de benoemings-adviescommissie (bac) niet zien zitten, houden de procedure veel vaker op. De goedkeuring van de vakgroep duurt gemiddeld drie maanden. In werving en selectie van hoogleraarskandidaten gaat gemiddeld zes en een halve maand zitten. De structuurfase, waarin het profiel van de hoogleraar moet worden vastgesteld, slokt gemiddeld de meeste tijd op: ruim zeven maanden.

Bezinningsperiode

Opvallend is ook dat de bac gedurende een benoemingsprocedure veelvuldig overlegt met het college van bestuur. Soms is nadere uitleg nodig over het profiel, soms ook blijkt de favoriet van de commissie tussentijds af te haken. Sinds enige jaren last de universiteit in zo'n geval een bezinningsperiode in, voordat de bac met de tweede kandidaat doorgaat.

Er is ook nog een verheugende conclusie uit het overzicht te trekken, meent personeelschef Van Kamp. De afgelopen zeven jaar is eenderde van het totaal aantal hoogleraren vervangen. Ofwel: elke twintig jaar treedt er een nieuwe club hoogleraren aan. Dat is sneller dan we dachten en goed voor de vernieuwing van vakgebieden aan de LUW."

Die levenscyclus van de LUW-hoogleraar blijkt ook nog uit een ander cijfertje. De gemiddelde leeftijd van de nieuwe club bedraagt 43 jaar; ze zijn dus nog twintig jaar van hun pensioen verwijderd. Nu maar hopen dat ze gedurende die twintig jaar blijven vernieuwen.

Re:ageer