Wetenschap - 21 maart 1996

Getalsperikelen rond aio

Getalsperikelen rond aio

Nu het aio-stelsel en vervanging van aio's door beurspromovendi landelijk in de belangstelling staat, ligt het publiceren van cijfers omtrent promotieduur en gebruik van wachtgeld bijzonder gevoelig. Het WAIOO vindt het dan ook treurig te moeten constateren dat er niet alleen foute cijfers gepubliceerd worden, zoals in het artikel van Hanne Obbink (WUB, 7 maart 1996), waarin wordt aangegeven dat er rond de 1100-1500 aio's zijn, terwijl de werkelijkheid ongeveer 7000 is, maar ook dat cijfers niet nader toegelicht worden, zoals in het artikel van F.S. (HOP; WUB, 7 maart 1996). Daarin worden promotiepercentages weergegeven en direct gekoppeld aan de groeiende financiele problemen van de universiteiten. Hierdoor ontstaan verkeerde interpretaties, zoals Geert van Duinhoven (WUB, 14 maart 1996) aangeeft. Wij kunnen aanvullen dat niet alleen sommige aio's na de vier jaar ander werk vinden, waardoor hun promotie uitloopt, maar ook dat er aio's zijn die verlenging krijgen (onder an
dere vervullen bestuurstaken, vertraging van onderzoek buiten hen om) of tijdens hun promotieperiode kiezen voor een tachtig-procent-aanstelling.

Hoewel de LUW en de andere universiteiten menen dat de wachtgeldproblemen grotendeels worden veroorzaakt door aio's zijn er geen tot nauwelijks cijfers naar buiten gebracht omtrent de werkelijke percentages van het wachtgeld waarvoor de aio's verantwoordelijk zijn en wordt vaak alleen gesproken van een meerderheid. Narekenen aan de hand van publikaties in het WUB van 15 juni 1995 levert op dat aan de LUW met de meerderheid wordt bedoeld ongeveer achttien procent voor wat betreft het aantal aio's ten opzichte van het aantal mensen dat van wachtgeld gebruik maakt of slechts dertien procent van de financiele wachtgelddruk! Welk aandeel de aio's daarin hebben die nog niet gepromoveerd zijn en dus tijdelijke gebruikers van de wachtgeld zijn, is onbekend. Ook is niet bekend hoe groot de structurele werkeloosheid van gepromoveerden aan de LUW is.

Het WAIOO vindt het jammer te moeten constateren dat op basis van het gemis aan cijfers of een goede interpretatie ervan de universiteiten kunnen beslissen over het voortbestaan van de aio's en binnenkort ook van de oio's.

Namens het Wagenings aio- en oio-overleg

Re:ageer