Wetenschap - 13 juni 1996

Gert van Ginkel

Gert van Ginkel

Concierge & beeld- en geluidsman

Tegenwoordig staat hij te boek als concierge bij Wiskunde, maar in de spoelkeukens van de universiteit heeft hij al een lange, niet ongevaarlijke periode achter de rug. Onversaagd, ondanks twee hartoperaties, houdt hij zich tegenwoordig tijdens plechtigheden in de Aula ook bezig met de geluidskwaliteit en het gefrummel van de sprekers met microfoons. En af en toe haalt Gert van Ginkel een geintje uit.


Ik ben sinds 1992 voor vijftig procent concierge bij Wiskunde; de andere vijftig procent zorg ik in de Aula voor het geluid tijdens de plechtigheden. Hoewel, er is vaak meer te doen in de Aula, dus eigenlijk ben ik daar vaker," legt Gert van Ginkel uit. Ik kwam in 1967 bij Zuivel in de spoelkeuken. Heel wat anders dan wat ik nu doe."

Een opgewekt type, goedgehumeurd; hij ziet er blozend uit. Dat was acht jaar geleden wel anders. Na twee hartoperaties was hij lange tijd uit de roulatie. Daarna kon hij zijn oorspronkelijk werk niet meer opnemen.

In die spoelkeukens was het vroeger allemaal handwerk. Al die reageerbuisjes, erlenmeyertjes, petri-schalen, vaak met bacterien. Met een lange borstel erin. Soms honderden, dat lag aan het aantal proeven of practica. Die dingen gingen in een snelkookpan met water, die je daarna leeggooide in de gootsteen. Heel warm water, want het mocht niet stollen. Ja, alles ging door de gootsteen en daarna het riool in. Tegenwoordig wordt alles verzameld."

In die spoelkeuken hadden we zeer veel pleisters nodig." Hij wijst op zijn handen. Er waren stukjes van de halzen van die erlenmeyers af. Diep met de borstel erin en pats! Het hoefde altijd net niet gehecht te worden. Ik heb heel wat pleisters op mijn handen gehad. En je handen waren toch al zo week van dat afwassen. Met handschoenen heb ik nooit gewerkt, dat kon ik niet."

De regels zijn nu veel strenger, maar Van Ginkel kwam menigmaal thuis met een gat in zijn broek en zere plekken op zijn handen, omdat naast hem de glasbak stond waarin gebruikt glaswerk moest worden gedeponeerd. Studenten en docenten smeten hun glaswerk met een knal in de bak. Vaak zonder het schoon te maken, hoewel dat voorschrift was. Dan zat er vaak nog chemisch spul in dat glaswerk, of bacterien. En die rommel spetterde dan op je handen of je kleren."

Of hij er ziek van is geworden? Och, wel eens last van diarree, een enkele keer. Maar of dat van het werk kwam? Ja, professor Kampelmacher van Levensmiddelentechnologie, die later naar het RIVM ging, werkte veel met kip. Salmonella; je moest op je tellen passen... Ik had alcohol bij me staan, dat deed ik dan op mijn handen."

Rikketik

Later kwam hij in de spoelkeuken van het Biotechnion, waar inmiddels spoelmachines en autoclaven het werk vereenvoudigden. Bovendien zijn tegenwoordig de meeste petri-schaaltjes en buisjes van plastic. De schaaltjes komen totaal misvormd uit de droogstoof, maar ze gaan daarna wel steriel de afvalbak in. Of dat onvoordeliger uitpakt dan hergebruik kan Van Ginkel niet zeggen.

De stank van de autoclaven maakte dat hij na de hartoperaties niet meer terug kon naar de spoelkeuken. Dat was daar geen gezonde lucht voor mijn rikketik." En zo kwam hij bij Wiskunde, waar hij onder andere elke ochtend de enorme lappen van borden schoonmaakt, zodat de docenten met een schone lei kunnen beginnen. In de grote collegezaal zet hij twee emmers water en een lange ruitewisser neer, bij de kleinere een. Want na zijn schoonmaakbeurt moeten de docenten zelf voor die schone lei zorgen. Sommigen doen dat niet. Dat krijgen ze op hun boterham, want Van Ginkel krijgt daarover klachten. Hij noteert de naam van de boosdoener. De eerstvolgende keer laat ik wat op diens bord staan. Een vuil bord? Dat stond er nog van de vorige week. Had u vergeten.... Ik maak er een grapje van."

Het allerleukste werk vindt hij de zorg voor geluid en dia's in de Aula; dat is hij sinds 1992 gaan doen. Hij had een beetje ervaring met video en films bij Wiskunde. In het begin zat hij met de handen in het haar, omdat bijna iedereen microfoonangst lijkt te hebben. De microfoon staat op een standaard op het katheder. Zodra ze die zien, schuiven ze hem weg! Daar heb ik wat op gevonden" - slim lachje - ik plak hem vast!" Promovendi gaan bij het uitspreken van hun bedankjes naast de microfoon staan. Om wanhopig van te worden.

Op het balkon, in het hoekje voorbij het orgel, staat de kast vanwaar hij de microfoons kan bedienen en regelen. Bij warm weer in de opstijgende dampen van drie- of vierhonderd transpirerende mensen.

Je moet heel alert zijn, want de een praat zacht, de ander vlug, de derde slikt zijn woorden half in. De een heeft een scherpe s, een Limburger heeft een zachte g. Je moet voortdurende de sterkte regelen."

Luidsprekertje

Tegen promovendi zeg ik altijd: Kom ruim van te voren, met je dia's. Dan proberen we ze uit en vertel ik hoe je beneden de projector en de microfoon zelf kunt bedienen. Als ze dat niet doen, komen ze vlak voor de promotie doodzenuwachtig bij me. Laatst komt een jongen bij me met de dia's in zijn hand. Ik stel me altijd voor en wil hem een hand geven. Hij steekt zijn hand uit, maar daar zitten zijn dia's in! Die vallen allemaal op de grond; glazen dia's, een aantal kapot natuurlijk. O, God! Wat heb ik nou gedaan!, roept hij. Grote paniek, allemaal zenuwen voor de promotie natuurlijk. Nou heb ik altijd wat diaraampjes bij me en ik heb hem vlug geholpen met opnieuw inramen. Ach, en soms klikken ze de knop de verkeerde kant op en loopt de slee achteruit, soms bijna uit de projector! Dan grijp ik in via een klein luidsprekertje dat ik in het katheder heb verstopt. Daarmee kan ik communiceren met de sprekers."

Ik zeg altijd: Zelf nummeren en in de slee zetten, ik weet niet wat jullie gaan zeggen. Komt er een man bij me. Hier zijn mijn dia's. Nee, zeg ik, zelf doen! Dat doet mijn secretaris altijd; ik weet niet hoe het moet, zegt die man. Blijkt het een hele hoge piet te zijn, een staatssecretaris! Ja, wist ik dat? Ik heb alles meegemaakt hier, Beatrix, Claus, Willem-Alexander, hoge buitenlandse gasten."

Hij steekt er veel van op, van al die promoties die hij aanhoort. Maar vaak is het te vaktechnisch en te ingewikkeld. De promoties van Zodiac, over dieren, die vind ik mooi. En zodra het over voeding, hart- en vaatziekten en gezondheid gaat, spits ik mijn oren; ik vind het belangrijk om daar iets meer over te horen. Soms geef ik een proefschrift met een dergelijk onderwerp aan mijn specialist of huisarts. Dat waarderen ze wel."

Vroeger hadden we kastjes met knoppen. De rector drukte een knop in en kon zo bepalen hoe lang iemand mocht praten. Dat ging vaak fout. Dan drukte hij de derde knop in voor de tweede opponent." Van Ginkel lacht. De mensen van de Leeuwenborch dat zijn meer vertellers, niet het soort onderzoekers dat bijvoorbeeld met scheikundige formules en zo komt. Dan kwam het vaak voor dat de rector zei: Bij een andere gelegenheid zullen we daarover verder praten, wilt u nu afronden. Het hangt ook van de rector af. De een is kort maar krachtig, de andere laat het wat langer doorgaan. Het ging zo vaak fout dat we die kastjes hebben weggedaan."

Ook met de hangmicrofoontjes gaat er vaak wat mis. Vergeten ze hem om te doen. Ik kijk de mensen in de zaal op de rug, dus dan zwaai ik met mijn armen. Daar schrikken de promovendi wel van, maar de gasten zien het toch niet. Dan wijs ik op mijn borst en dan snappen ze het wel. Ik haal ook wel eens een geintje uit. Iemand van wie ik weet dat ze wel ergens tegen kan, promoveerde. Ze wachtte na de promotie op de terugkeer van de commissie. Zeg ik door dat verborgen luidsprekertje in het katheder een paar keer heel zacht: Miauw!. Alleen zij en haar paranimfen hoorden dat. Ik zag ze verbaasd rondkijken. Op een gegeven moment is er geen promovenda of paranimf te zien: ze zochten onder de stoelen naar die kat. Later hebben we er enorm om gelachen."

Re:ageer