Wetenschap - 3 september 1998

Genoeg aanwijzingen voor overdracht resistentie

Genoeg aanwijzingen voor overdracht resistentie

Genoeg aanwijzingen voor overdracht resistentie
Gezondheidsraad wil verbod op antibiotica in veevoer
Keiharde bewijzen zijn er niet. Wel is het heel aannemelijk dat de mens resistent wordt tegen antibiotica door het grote gebruik van deze middelen als groeibevorderaar in de veehouderij. Maar moeten we wachten tot we vijfhonderd doden hebben, voor we ze gaan verbieden?, is de emotionele oproep van Ton van den Bogaard. Hij is dierenarts-microbioloog aan de Universiteit Maastricht en lid van de commissie van de Gezondheidsraad die het rapport Antimicrobiele groeibevorderaars heeft opgesteld
Het advies van de Gezondheidsraad, dat vorige week uitkwam, is helder. Het gebruik van antibiotica als groeibevorderaars, door de fabrikanten ook wel voerbespaarders genoemd, moet verboden worden. Het gebruik van de middelen die verwant zijn aan antibiotica die als geneesmiddel bij de mens worden toegepast, moet onmiddellijk stoppen. Het gebruik van de overige middelen, waar nog niet direct verwantschap te bekennen is, moet binnen drie jaar ophouden
In Nederland is ongeveer vijftig procent van de antibiotica in gebruik als groeibevorderaar - AMGB's - in veevoer. Kalveren, kippen en varkens groeien harder met toevoeging van AMGB's aan het voer, varierend van twee tot twintig procent. Ook de voederconversie gaat omhoog, van twee tot acht procent. Doordat minder voer nodig is voor dezelfde groei, gaat ook de uitstoot aan stikstof en fosfaat omlaag. Bij jonge dieren is het effect het grootst. Ook bedrijven met een minder goede hygiene, bijvoorbeeld in Oost-Europa, hebben meer baat bij AMGB's
De raad is unaniem in zijn oordeel. De deskundigen, vooral medische en dierenarts-microbiologen, vinden dat er voldoende aanwijzingen zijn dat er overdracht plaatsvindt van resistentie. Resistentie tegen antibiotica die in gebruik zijn als geneesmiddel voor mensen en als groeibevorderaar komt algemeen voor. Toch is daarmee nog niet het bewijs geleverd dat de resistentie het gevolg is van het gebruik van het antibioticum in het veevoer
Enterococcen
Dat bij dieren resistentie ontstaat voor een aantal antibiotica die gebruikt worden als groeibevorderaar, is aangetoond. Zo is op vleeskalverbedrijven waar avoparcine aan het voer was toegevoegd een significant hoger percentage vancomycineresistentie enterococcen in de mest van de dieren gevonden dan op bedrijven die een ander soort groeibevorderaar gebruiken. Dat is eveneens vastgesteld bij kalkoenen. Ook bij andere antibiotica is toename van resistentie geconstateerd
Dat er bacterien over kunnen gaan van dier op mens is wel bekend. Een voorbeeld daarvan zijn salmonella-infecties. Ook blijken resistentiegenen van salmonella-soorten en van E. coli te worden overgedragen naar voor de mens schadelijke micro-organismen. Of ook andere bacterien zo makkelijk overgaan op de mens is niet bekend
Overdracht van resistente bacterien naar de mens is door wat meer onzekerheid omgeven. Bij glycopeptiden, waaronder vancomycine, is dit wel heel aannemelijk. Deze antibiotica worden in het ziekenhuis alleen toegepast als de patient resistent is tegen alle andere antibiotica. Toch is overal in de bevolking resistentie aangetroffen tegen deze groep antibiotica. De Gezondheidsraad vindt het dan ook niet aannemelijk dat het voorkomen van resistentie in de algemene bevolking alleen wordt veroorzaakt door therapeutisch gebruik in het ziekenhuis. Vervolgens schrijft de raad dat het niet onwaarschijnlijk is dat de oorzaak ligt bij het middel avoparcine, dat verwant is aan vancomycine en dat jarenlang aan veevoer is toegevoegd
Mutatie
Resistentie door avoparcine wordt vaker genoemd. Zo zijn bij een kalkoenhouder en bij zijn kalkoenen vancomycineresistente enterococcen gevonden die genetisch niet van elkaar te onderscheiden zijn. Bovendien bevat het specifieke gen een unieke mutatie
Toch is niet al het onderzoek eenduidig te interpreteren. Een onderzoeker vond in de feces van varkenshouders significant meer bacteriele resistentie dan in de feces van stedelingen. Maar tegelijkertijd bleek ook het antibioticumgebruik van de varkenshouders veel hoger te zijn
Voor Van den Bogaard maakt de hardheid van de gegevens niet zoveel uit. Er zijn zo ontzettend veel bacterien. Per gram mest 1013. Als je er honderd miljard hebt, kan het ieder moment gebeuren dat er een resistente bacterie overspringt.
Van den Bogaard hekelt en passant de opstelling van de veehouders. Er wordt zelfs geadviseerd om niet te vaccineren tegen een bepaalde ziekte. Het zou economisch voordeliger zijn om te wachten op een uitbraak en dan te behandelen met een antibiotica-kuur. Ze moeten gewoon de prijs van antibiotica vertienvoudigen.
Overigens vindt hij het wel van belang dat de maatregelen die de raad adviseert op Europees niveau worden ingevoerd. Als je het antibioticumgebruik in Nederland op honderd procent stelt, dan is dat in Zweden zeventig, in Belgie driehonderd, in Frankrijk vijfhonderd en in Italie en Spanje achthonderd. Het gebruik aan antibiotica bij de mens is daar ook vele malen groter.
De aannemelijkheid zonder keiharde bewijzen van resistentie-overdracht gaat gepaard aan onbekendheid van wat de groeibevorderaars precies doen. Het is eigenlijk niet duidelijk hoe het komt dat antibiotica in het veevoer de groei bevorderen. Sommigen denken dat de dieren gewoon ongezond zijn, zoals vorige week zaterdag in NRC/Handelsblad werd gesuggereerd. Doordat de biggen al na 21 dagen bij hun moeder worden weggehaald, kunnen ze geen gezonde darmflora ontwikkelen. Daardoor zijn antibiotica nodig om infecties te baas te worden
Extrapoleren
Voor een deel kan dat waar zijn, denkt dr Dick Mevius, lid van de commissie van de Gezondheidsraad en werkzaam bij het ID-DLO. Maar ik denk dat ook bij een gezonde situatie antibiotica de groei bevorderen. Antibiotica zorgen volgens hem op de een of andere manier dat het voer beter wordt benut. Maar hoe dat precies werkt, weet niemand. De middelen werken volgens hem niet in op het immuunapparaat. Mevius vermoedt een andere werking
Huidige alternatieven, zoals probiotica - micro-organismen die de natuurlijke darmflora verbeteren - werken juist wel op het immuunapparaat. Daarom geeft Mevius ze weinig kans. Maar over alternatieven is al helemaal weinig bekend. Ook al is het gebruik van de AMGB's al dertig jaar in discussie, toch is nog nooit specifiek onderzoek gedaan naar alternatieven. Eigenlijk zijn de groeibevorderaars in het voer de basissituatie. Er is wel getest wat de effecten zijn als er naast groeibevorderaars andere stoffen aan het voer worden toegevoegd. Daaruit is te extrapoleren wat het effect is zonder AMGB's. Sommige middelen, zoals organische zuren, hebben wel een gunstig effect, maar omdat ze in combinatie met AMGB's worden toegepast kunnen ze nooit een goed alternatief zijn
Toch is het vinden van alternatieven een van de redenen waarom iemand als prof. dr Aalt Dijkhuizen, hoogleraar economie van de diergezondheidszorg en lid van de commissie, achter het advies van de Gezondheidsraad staat. Er moeten wel alternatieven zijn voor de veehouderij. Al moet die zich realiseren dat het niet goed is om een eindproduct te maken waar steeds discussie over is.

Re:ageer