Wetenschap - 20 februari 1997

Gen-isolatie

Gen-isolatie

Gen-isolatie
Het CPRO-DLO is erin geslaagd slechts een gen te isoleren en over te brengen van een wilde variant naar de suikerbiet en verwacht dat de nieuwe eigenschap, resistentie tegen het bieten-cysten-aaltje, stabiel is. Is die verwachting terecht?
In dit specifieke geval wel. Met kruisingen blijkt dat de gewone biet en de wilde variant geen chromosomen uitwisselen. Je krijgt dan, met veel kunst- en vliegwerk, een hybride plant met een extra chromosoom. Als je verder gaat kruisen met cultuurplanten, raakt de biet dat extra chromosoom weer makkelijk kwijt, dus ook de resistentie. Die vorm van genoverdracht is dus niet stabiel
Dat probleem heb je met name bij moeilijk kruisbare soorten als de suikerbiet. Daarom is het CPRO hier ook aan begonnen - het kruisen van biet en wilde variant ging niet goed
Het CPRO heeft nu in het laboratorium in de haarwortels van de suikerbiet een gen ingebracht en aangetoond dat dat gen inderdaad resistentie levert. Zo'n extra gen is zo klein vergeleken met de rest dat het gen de delings- en voortplantingscyclus niet verstoort. Het is dus stabieler. Maar echt de suikerbiet transformeren, dus de resistentie in de hele plant inbrengen en die in veldproeven tot uiting brengen, dat is een andere zaak. Dat moeten ze nog toetsen
Bij goed kruisbare soorten kun je beter, of liever gezegd efficienter, via kruising nieuwe eigenschappen inbrengen. Je krijgt dan makkelijk een hybride vorm met stukjes chromosoom van beide planten. Met DNA-merkers kun je heel nauwkeurig nagaan welk stukje van de cultuurplant afkomt en welk van de donor. Dan kun je verder kruisen met de hybride die de genen heeft die je niet kwijt wilt raken. En je kunt doelbewust de ongewenste eigenschappen die je ook hebt meegenomen uitkruisen. Op die manier kun je in de genenpool hengelen. Dat is efficienter dan het vinden, isoleren en kloneren van genen die coderen voor gewenste eigenschappen, want dat kost jaren
Die klassieke kruising heeft bovendien het voordeel dat je meer dan een gewenst gen tegelijk kunt overbrengen. Zo hebben wij een resistentiegen tegen roest van een primitief Ethiopisch gerstras overgebracht in cultuurgerst. Toen bleek dat in die Ethiopische gerst ergens nog een stukje chromosoom zat dat codeert voor een hogere opbrengst. Het Ethiopische ras heeft een lage opbrengst, maar dat gen werkt in de cultuurgerst toch productieverhogend

Re:ageer