Wetenschap - 21 december 1995

Genetische bestrijding tseetseevlieg werkt

Genetische bestrijding tseetseevlieg werkt

De Afrikaanse tseetseevlieg, overbrenger van de gevreesde slaapziekte, is te bestrijden door mannetjes te steriliseren of verwante soorten te introduceren. Dit concludeert dr M.J.B. Vreysen, die op 19 december promoveerde bij prof dr J.C. van Lenteren van de vakgroep Entomologie. De Belgische entomoloog Vreysen, werkzaam bij het tseetsee-bestrijdingsproject in het Tanzaniaanse Zanzibar, onderzocht de invloed van bestraling op voortplanting en overleving van tseetseevliegen.

Bestraling heeft geen effect op het inseminatievermogen van zaadcellen en vliegen, maar maakt ze wel steriel. Bestraalde mannetjes leven gemiddeld minder lang, uitgezonderd een van de drie onderzochte soorten. Bestraling van poppen werkt ook. Dit leidde zelfs tot een hogere steriliteit van de tseetseevlieg dan bestraling van volwassen vliegen.

Vreysen ontdekte nog een andere manier van genetische bestrijding: het inzetten van verwante soorten in een gebied waar een soort dominant is. Soorten en ondersoorten blijken onderling veelvuldig te paren, maar de mannetjes van de hybride nakomelingen zijn steriel.

Tseetseevliegbestrijding vindt al veelvuldig plaats door het ophangen van zwarte doeken die zijn geimpregneerd met insecticiden. De tseetseevlieg houdt het blauw-zwarte doek voor een koe en vliegt in de val. Als de uitzetting van gesteriliseerde mannetjes wordt gecombineerd met deze bestrijdingsvorm blijkt 16 tot 27 procent van de wilde vrouwelijke vliegen steriel door paring met een bestraald mannetje.

Re:ageer