Wetenschap - 15 juni 1995

Gemiddeld 43 en vijftien jaar in dienst

Gemiddeld 43 en vijftien jaar in dienst

LUW-personeel in cijfers

De onlangs gepresenteerde nota over het personeel aan de Landbouwuniversiteit maakt duidelijk dat het met de doorstroming aan de universiteit niet al te zonnig is gesteld. Alleen de aio's lijken te voldoen aan het adagium om om de vijf jaar van baan te wisselen. Maar die moeten dan ook wel. Cijfertjes voor bij de koffie.


De al bijna klassieke managerswijsheid dat personeelsleden, in hun eigen belang, regelmatig van baan en baas moeten wisselen, gaat niet op aan de Landbouwuniversiteit. Het gemiddeld universitair personeelslid is trouw, bijzonder trouw. Hij of zij is gemiddeld 43 jaar oud en vijftien jaar in dienst bij de universiteit. In deze getallen zitten ook de hit and run personeelsleden, de aio's, die toch niet langer dan vijf jaar bij de LUW bivakkeren.

Nu is het niet zo gek dat het gespecialiseerde personeel van een universiteit niet van baan tot baan rent: het inwerken in wetenschappelijke onderwerpen, het produceren van baanbrekend en grensverleggend onderzoek en het bereiken van de internationale voorhoede duurt tussen de vijf en zeven jaar, schreef de fysicus Ad Lagendijk onlangs in De Volkskrant. Zo kan een verandering van onderzoeksonderwerp dus ook een jarenlange dip in de wetenschappelijke produktiviteit geven. Vijftien jaar lijkt dus lang, maar is, als we de deskundigen mogen geloven, net iets langer dan een wetenschappelijke cyclus.

Toch zullen deze cijfers de bazen op het bestuurscentrum niet vrolijk stemmen: al dit oude personeel heeft bij reorganisatie-ontslag recht op maximale wachtgeldverplichtingen. Reorganisatie van de Landbouwuniversiteit is dus duur.

Opmerkelijk zijn de gegevens over de omvang van de sectoren. De grootste bevindt zich niet in de faculteit, maar op en rondom het bestuurscentrum. De bibliotheek en huishoudelijke dienst zijn erbij inbegrepen, maar met 666 personeelsleden is sector 6 ruim drie keer zo groot als de sociaaleconomische sector 5 op De Leeuwenborch. Ondersteunende diensten als de sectorbureaus, fotolokaties en proefbedrijven zijn niet toegerekend aan sector 6. Dat er flink het mes gezet wordt in de omvang van het bestuurlijk apparaat, is dus meer dan logisch.

Volkswijsheid

Overigens verwijzen deze cijfers ook een populaire volkswijsheid naar het rijk der fabelen: als je veel wilt verdienen moet je naar het hoofdgebouw. De meeste grootverdieners zitten binnen de faculteit. Het bestuurscentrum herbergt wel weer veel oudere personeelsleden: meer dan vijftig procent is ouder dan 44 jaar. Alleen sector 3, Landinrichting en milieu, is ouder. En Plantaardige produktie komt in de buurt, ook al omdat deze sector 1 het hoogste percentage 55-plussers herbergt. Juist deze twee sectoren moeten flink krimpen. Dat lijkt qua wachtgelden vervelend, maar misschien schiet, dankzij de leeftijdsopbouw, dan toch de VUT nog te hulp.

Merkwaardig is het plaatje over het ziekteverzuim: de jonkies zijn vaker ziek. Neen, dit komt niet door het zwangerschapsverlof, want dat is buiten de cijfers gehouden. Wellicht is het conservatieve praatje dan toch waar dat de jeugd niet meer weet wat werken is. Overigens heeft de universiteit wel erg weinig jonkies in dienst: er wordt nauwelijks nieuw personeel aangenomen en er wordt weinig gebruik gemaakt van de Melkert-banen.

De ingrepen op het bestuurscentrum lijken al tot enige resultaten geleid te hebben: de wachtgeldverplichtingen van sector 6 zijn het hoogste van allemaal. Hierbij bevindt zich echter een aanzienlijk aantal dat al ten tijde van Maris met wachtgeld werd gestuurd. Wie Maris was? De voorganger van de voorganger van secretaris Theijse.

Wachtgeld

De andere sectoren hebben echter veel wachtgeldverplichtingen, voortkomend uit contractonderzoek. Maar een klein deel daarvan wordt veroorzaakt door de aio's. Er wordt voor de projecten nogal wat extra personeel aangetrokken en ontslagen. Dat maakt die projecten dus duur. Het bestuur heeft dus de feiten aan haar zijde als ze stelt dat sectoren te weinig vast personeel op projecten inzetten. Maatregelen om dat te bevorderen, zoals de nu aangekondigde vacaturestop voor clusters met teveel personeel, vloeien dan ook logisch uit de cijfers voort.

Re:ageer