Wetenschap - 29 mei 1997

Gemengd proefbedrijf LUW produceert milieuvriendelijk

Gemengd proefbedrijf LUW produceert milieuvriendelijk

Gemengd proefbedrijf LUW produceert milieuvriendelijk
Ecologisch programma komt moeizaam op gang
De Minderhoudhoeve-nieuwe-stijl van de LUW is vorige week officieel geopend. De eerste resultaten van de sinds 1995 draaiende gemengde bedrijven zijn veelbelovend. De benutting van stikstof op het geintegreerde bedrijf is inmiddels verhoogd van 25 naar 63 procent, het ecologisch bedrijf komt uit op 43 procent. Maar de Wageningse wetenschappers moeten niet te veel afwijken van het gangbare - dat vinden de bedrijfsleider en het ambtelijk personeel niet realistisch
Voor wie het nog niet wist: de A.P.M. Minderhoudhoeve in de Flevopolder is de afgelopen jaren omgeschakeld naar milieuvriendelijke landbouwmethoden. Het dertig jaar oude proefbedrijf van de LUW, 247 hectare groot, was van oudsher ingericht als een gespecialiseerd melkveebedrijf en een gespecialiseerd akkerbouwbedrijf. Deze systemen maakten twee jaar geleden plaats voor een geintegreerd en een ecologisch gemengd bedrijf. En daarmee is het mogelijk geworden om de mogelijkheden van gemengde bedrijfssystemen voor de 21ste eeuw te onderzoeken
De initiatiefnemers denken met een vergaande integratie van veeteelt en akkerbouw extra milieuwinst te kunnen boeken, terwijl de hoge productie behouden blijft. De hoogleraren Rudy Rabbinge, leerstoelgroep Theoretische produktie ecologie (TPE), en Erik Goewie, Ecologische landbouw, zijn de geestelijk vaders van het nieuwe gedachtengoed. TPE is verantwoordelijk voor het geintegreerde bedrijf van 135 hectare, Ecologische landbouw runt een ecologisch bedrijf van negentig hectare
De initiatiefnemers krijgen vaak de vraag voorgelegd waarom vanuit de LUW experimenteel onderzoek op deze schaal moet plaatsvinden. De Minderhoudhoeve is immers slechts een meting op een plaats en kan daarmee moeilijk aantonen wat in praktijk mogelijk is. Modelmatig onderzoek in combinatie met een analyse van meerdere praktijkbedrijven zou zinvoller zijn. Dr ir Egbert Lantinga, onderzoekscoordinator van het geintegreerde bedrijf, reageert: Met modellen kun je van alles en nog wat naar boven halen. Wij willen op experimenteel niveau aantonen wat modellen voorspellen. Een voordeel van een goed geoutilleerd proefbedrijf is daarbij dat je verder kunt gaan dan praktijkbedrijven en proefstations. Nadeel is inderdaad dat je weinig prototypes kunt bestuderen. Daarom ondersteunen we de experimenten met modelmatig onderzoek.
Stro
Wat nu precies op de Minderhoudhoeve gebeurt, werd op 21 mei tijdens een studiedag getoond. We zouden niet vergelijken, maar de koeien op het geintegreerde bedrijf zijn een stuk milieuvriendelijker dan de koeien van hiernaast, vertelt dr ir Jaap van Bruchem van de leerstoelgroep Dierlijke productiesystemen. Tijdens een rondleiding over het bedrijf verklapt hij het geheim van de efficiente dierlijke productie: het voeren van stro aan de koeien. Daardoor produceren ze mest met een hogere koolstof-stikstof-verhouding en is de ammoniakuitstoot drastisch verminderd
Naast het strovoer is het vooral het vernieuwde bouwplan en het vergaand terugdringen van kunstmest op het gemengde bedrijf dat de benutting van stikstof op 63 procent heeft gebracht. De bemestingsadviezen voor grasland zijn veel te hoog, stelt Lantinga. Wij vechten daar al jaren tegen. In praktijk gaat men uit van vierhonderd kilogram stikstof per hectare, maar dat kan echt naar tweehonderd kilogram dalen.
Lantinga vertelt dat de gras-klaverpercelen in het bouwplan twee of vier jaar blijven liggen. Daarbij accumuleert jaarlijks pakweg honderd kilogram stikstof in de bodem. Na het omploegen komt de opgehoopte stikstof vrij voor het vervolggewas. Achtereenvolgens maken dierlijke mest en kunstmest het bemestingsplan compleet. Door op 55 procent van het totale oppervlak gewassen te verbouwen die verkocht worden, is de stikstofafvoer groot. Berekend volgens het mineralen-aangiftesysteem van de overheid realiseert het geintegreerde bedrijf een stikstofverlies per hectare van vijftien kilogram. In praktijk is echter geen sprake van stikstofverlies, omdat de klaver stikstof uit de lucht bindt. Ter vergelijking: praktijkbedrijven realiseren stikstofverliezen naar het milieu van zo'n tweehonderd kilogram per hectare
Zelfvoorzienend
Door principiele keuzes zijn op het ecologisch bedrijf de mogelijkheden beperkter. Onderzoekscoordinator Gerard Oomen van de leerstoelgroep Ecologische landbouw legt uit dat het bedrijf ontworpen is als een micro-regio in een ecologische wereld. Mondiale voederstromen passen daar niet in; het bedrijf wil zo veel mogelijk zelfvoorzienend zijn en problemen niet afwentelen op andere regio's. Gebruik van kunstmest en gewasbeschermingsmiddelen is niet toegestaan, krachtvoer wordt nauwelijks aangekocht. Ook het voeren van stro aan de dieren is niet mogelijk, omdat op het bedrijf te weinig stro wordt produceerd, en aankoop niet tot de mogelijkheden behoort
Van de negentig hectare wordt 61 procent gebruikt voor het telen van voedergewassen voor het vee. Afvoer van stikstof in de vorm van voedselgewassen is dan ook veel kleiner dan op het geintegreerde bedrijf
Het ecologisch bedrijf kenmerkt zich door een hoog klaveraandeel in de gras-klaverweides. Dit is noodzakelijk om de stikstofstroom in het bedrijf te voeden - klaver bindt als vlinderbloemige stikstof uit de lucht - en zodoende de bodemvruchtbaarheid op peil te houden. Het hoge klaveraandeel heeft echter als nadeel dat de koeien, in tegenstelling tot de dieren op het geintegreerde bedrijf die stro bijgevoerd krijgen, veel te eiwitrijk voer opnemen. Als gevolg is de koolstof-stikstof-verhouding niet in balans. Daardoor scheiden de koeien veel stikstof uit in de mest, die vervolgens weer gebruikt wordt om de percelen te bemesten
De resultaten van vorig jaar tonen dat de bodemvruchtbaarheid op het bedrijf, ondanks het niet gebruiken van kunstmest, niet limiterend was voor de groei van de gewassen. Oomen geeft aan dat vooral de ziektedruk tot problemen heeft geleid. Luis in aardappelen en tarwe kostte veel opbrengst. Ik vermoed dat de gewassen door het zware bemestingsniveau aantrekkelijker zijn geworden voor plaaginsecten. We zoeken de oplossing mede in een ecologische infrastructuur voor predatoren van plaaginsecten.
Natuurplan
Daaraan werkt ir Frans Smeding van Ecologische landbouw. Hij ontwierp een natuurplan met verbindingszones, waarin predatoren als insecten, vogels en vlinders zich schuil kunnen houden. Grasstroken doorkruisen inmiddels de percelen
De nieuwe ideeen van Wageningse wetenschappers voor de Minderhoudhoeve worden door de werknemers op het proefbedrijf niet altijd enthousiast ontvangen. In hun lezingen laten zowel Smeding als Oomen doorschemeren veel kritiek te hebben gehad op hun plannen voor het ecologisch bedrijf, dat ver afstaat van de Minderhoudhoeve-oude-stijl
Zo was er bij aanvang veel kritiek op de gekozen fokkerijopzet van de melkkoeien. Oomen koos voor familieteelt, waarbij eigen fokstieren worden geselecteerd in plaats van sperma van het KI-station. Ook wil hij de koeien niet onthoornen. Er is veel gediscussieerd over de plannen. De familieteelt gaat, ondanks een verwachte daling van de melkproductie, door. Over het onthoornen, wat onrust en vechten in de groep koeien zou veroorzaken, is men nog in conclaaf
Oomen vindt het niet erg om samen te werken met een bedrijfsleider die gereserveerd staat tegenover zijn ideeen. Hij moet de plannen uitvoeren en ziet praktische belemmeringen. In het spanningsveld tussen onderzoekscoordinator en bedrijfsleider wordt duidelijk wat het beste is.
Bedrijfsleider ing Joop Overvest: Oomen en Smeding komen met plannen die achter het bureau zijn uitgedacht. Ik heb al vaak tegen Oomen gezegd dat de ervaringen die hij heeft op de twee hectare proefveld in Wageningen vertaald moeten worden naar negentig hectare. Dat betekent dat de consequenties 45 keer zo groot zijn. Ook met Smeding heb ik discussies moeten voeren voor het plan uitvoerbaar is. Hij wilde in alle mogelijke hoekjes bosjes aanleggen, maar dan valt er niet te werken met grote machines. Uiteindelijk is er een plan uitgerold waarin alles zoveel mogelijk is ondervangen.
Sceptisch
Op de Minderhoudhoeve hebben we onze zorgen over ziekte en onkruiddruk op het ecologisch bedrijf, vervolgt Overvest. Ook de werknemers zijn sceptisch, hoewel de een natuurlijk meer dan de ander. Het werk moet echter worden uitgevoerd zoals daartoe is besloten. Voor een medewerker die het niet aanstaat, is hier geen plaats.
Volgens Lantinga heeft bedrijfsleider Overvest geen reserveringen ten opzichte van de TPE-ideeen. Wel blijkt het personeel moeite te hebben met onze keuzes. Onze kunstmestgiften zijn vele malen lager dan in de praktijk. De reactie bij het personeel is dan dat dit niet kan. Het gras moet er in hun ogen donkergroen bij staan. Afgelopen winter hebben we discussiebijeenkomsten gehouden, om het personeel te motiveren voor de wijzigingen in de bedrijfsopzet. Dat is goed verlopen.
Maar wij hebben het een stuk gemakkelijker dan de mensen van Ecologische landbouw, vervolgt Lantinga. De dagelijkse bedrijfsvoering op het geintegreerde bedrijf ligt veel dichter bij het verleden van de Minderhoudhoeve dan die op het ecologisch bedrijf. Daarnaast hebben we vorig jaar veel positieve ervaringen opgedaan met de mechanische onkruidbestrijding en loofdoding in aardappelen. Als het personeel de resultaten ziet, dan gaan het ook wel om.
Het feit dat het personeel op het proefbedrijf ambtenaar is, vormt volgens Lantinga een ander probleem. Alleen op werkdagen kunnen we het land op. Overwerken is niet toegestaan. Dit voorjaar hebben we veel pech met de neerslag, waardoor we niet met de machines het land op kunnen. Een gewone boer gaat als het vrijdag droog begint te worden, op zaterdag of eventueel zondag het land op. Bij ons kan dat niet. We hebben nu net als andere boeren een achterstand op vorig jaar, maar we hebben ook nog eens een achterstand ten opzichte van de omgeving opgelopen. We hebben de indruk dat als de arbeidsinzet flexibeler zou zijn en als officieel overwerken mogelijk wordt, dat dan nog betere resultaten bereikt kunnen worden.

Re:ageer