Wetenschap - 28 maart 1996

Gekrakeel over teakhout bereikt hoofdgebouw LUW

Gekrakeel over teakhout bereikt hoofdgebouw LUW

De discussie over de abnormaal hoge opbrengsten in commerciele teakplantages van levensverzekeraar Ohra is nu ook op het bordje van het college van bestuur beland. Dr ir R.L.H. Poels heeft het college geschreven dat hij als consultant over aanvullende belangwekkende informatie beschikt die hij noodgedwongen buiten de discussie moet houden.


Daarop heeft het college de voormalig medewerker van de vakgroep Bodemkunde en geologie gewezen op zijn rechten en plichten als contractant. Het college neemt geen stelling in het debat.

Poels weigert elk commentaar omdat zijn contract hem dit verbiedt, maar mr T. Tromp van Juridische zaken bevestigt de briefwisseling. Zij meldt dat de bodemkundige in 1994 onderzoek heeft verricht naar het beheer van de plantage van Flor y Fauna in Costa Rica. Dat bedrijf verbouwt de teakbomen van Ohra. Volgens Tromp eiste Flor y Fauna bij de contractbesprekingen totale geheimhouding, maar de LUW accepteerde dit niet. Naar goed wetenschappelijk gebruik is uiteindelijk afgesproken dat Poels na een half jaar alle relevante wetenschappelijke informatie mag publiceren. Door tijdgebrek is de wetenschapper echter nog niet aan publiceren toegekomen.

Of Poels uiteindelijk zijn opbrengstcijfers bekend kan maken, is vooralsnog onduidelijk. Hierover is volgens het contract vooraf overleg vereist met Van Rossum Van Veen, de zaakgelastigde van Flor y Fauna. Tromp sluit niet uit dat een nog te schrijven artikel vooral zal moeten ingaan op de methodiek van de opbrengstbepaling, met fictieve cijfers.

In bosbouw- en financiele kringen wordt ondertussen met spanning naar de studie uitgekeken. Zo speelt sinds 26 maart bij de Reclame Code Commissie een zaak waarin Ohra en vier andere aanbieders van teakhoutpolissen worden aangeklaagd voor misleidende reclame. De vijf bedrijven hebben vele honderden miljoenen guldens belegd van tienduizenden beleggers. Als de commissie de klacht gegrond acht, is het denkbaar dat boze beleggers een schadeclaim indienen bij de rechter.

Bij de oordeelsvorming spelen de prognoses van de aanbieders over de houtopbrengsten een cruciale rol. Ohra beroept zich in haar verweer op studies die opbrengsten voorspellen van vierhonderd tot dik duizend kubieke meter hout in twintig jaar per hectare. De hoogste voorspelling is afkomstig van een LNV-ambtenaar die tevens voorzitter is van de adviesraad van Flor y Fauna. Deze raad bestaat uit deskundigen, zoals Poels en de gepensioneerde bosbouwmedewerker dr ir J.H.A. Boerboom, die teeltkundige en ecologische adviezen geven over het beheer van de plantage.

Boerboom meldt dat binnen de adviesraad ook gediscussieerd is over de opbrengsten. Op basis van beschikbare literatuur en het besproken rapport van Poels rezen grote twijfels over de hoge prognoses van de voorzitter. Toch verwijst Ohra juist naar deze studie van de voorzitter bij de Reclame Code Commissie. Het rapport Poels, dat blijkbaar lager uitkomt, wordt niet genoemd.

Ondertussen neemt de publieke roep om onafhankelijke onderzoeken en openbaarmaking van geheime gegevens gestaag toe. Adjunct-directeur drs H.W. Janssen van Ohra onderkende dit probleem en kondigde op 4 maart een speciaal debat voor bosbouwers aan in april. Navraag bij Ohra leert dat de discussie ondertussen een maand is uitgesteld. De verzekeraar ziet geen directe reden om dan het rapport van Poels te bespreken, alhoewel hij het niet volledig uitsluit.

Re:ageer