Wetenschap - 10 april 1997

Geen appels en peren, maar apen en beren

Geen appels en peren, maar apen en beren

Geen appels en peren, maar apen en beren
Wiskunde in de Derde Wereld
Het wiskunde-onderwijs in de ontwikkelingslanden laat veel te wensen over. Een platform van Nederlandse wiskunde-docenten wil daar verbetering in brengen. Dat is bittere noodzaak om de kloof tussen arm en rijk niet groter te laten worden. Als mensen geen verstand van cijfers hebben, worden ze bedonderd waar ze bij staan.
In een gebouw zonder ramen ratelt een leraar in een vreemde taal (Engels) de vermenigvuldigingstafels op voor meer dan veertig leerlingen die gehurkt op de vloer zitten. Er zijn geen potloden of boeken. Er worden geen vragen gesteld en geen antwoorden gegeven. Vele miljoenen kinderen en studenten krijgen nog steeds op deze manier les in ontwikkelingslanden, zegt Jan de Lange van de Universiteit Utrecht. Tijdens het 32e Nederlands Mathematisch Congres dat op 4 april in Wageningen werd gehouden, gaf hij een lezing over het wiskundeonderwijs in de Derde Wereld
Meer situaties uit het dagelijks wiskundeonderwijs komen naar voren in de opstellen van Wageningse MSc- en PhD-studenten ter gelegenheid van het symposium. Zo schrijft een student uit Gambia over zijn ervaringen in de zesde klas van de lagere school met zijn wiskundeleraar mr. Fowlis: He had a questionable way of ensuring that all his students were following his explanations - a liberal dose of the bamboo cane. His quick use of the cane at times, had us so paralyzed with fear that we could not think straight.
En een Keniaanse studente beklaagt zich over het gebrek aan stimulans dat meisjes kregen om met wiskunde verder te gaan. Maths is not good for you, vertelde haar lerares. You know girls are not very good upstairs. Home economics will help you very much in the near future.
Om dergelijke veel voorkomende onderwijsproblemen in de Derde Wereld te verhelpen, zou Nederland het wiskundeonderwijs moeten steunen, vindt De Lange. Het Nederlandse onderzoek en onderwijs heeft een goede reputatie en het niveau wordt internationaal hoog aangeschreven. Toch is er weinig uitwisseling. De Lange wil dat verhelpen via het Platform wiskunde en ontwikkelingsvraagstukken, dat twee jaar geleden is opgericht
Platform
De Wageninger ir Henk van Wijk is lid van het platform, dat de samenwerking van wiskundigen met collega's in het buitenland wil stimuleren. Dat lukt nog niet erg, meldt Van Wijk, verbonden aan de vakgroep Wiskunde, maar van huis uit voedingsdeskundige. De meeste Nederlandse wiskundigen zijn of puur theoretisch onderlegd of toepassingsgericht. Slechts weinigen zijn geinteresseerd in de maatschappelijke rol van de wiskunde en vertalen de praktische en theoretische kennis naar ontwikkelingslanden, meent hij. Het platform wil de interesse hiervoor stimuleren, maar heeft nog geen concrete projecten ondernomen in het buitenland
Toch schreeuwen de problemen in het wiskundeonderwijs juist nu om oplossingen, zegt de Utrechter De Lange. Het wiskundeonderwijs neemt af. Door schuldencrises en bezuinigingen komt het ideaal van onderwijs voor allen in de knel en neemt de kwaliteit van het onderwijs af. Terwijl wiskunde steeds belangrijker wordt in de ontwikkelingslanden, meent De Lange. De kwantificering van gegevens neemt toe. Als mensen geen verstand van cijfers hebben, worden ze bedonderd waar ze bij staan. Hoewel het gebruik van computers in het wiskundeonderwijs nog gering is, zet die trend door. De kloof tussen arm en rijk zal daardoor alleen maar groter worden, vreest hij. Juist op de basisschool spelen de problemen. En als je niet van onderaf begint, kan het bovenop nooit wat worden, is zijn overtuiging
Visnetten
De Lange verbaast zich erover dat er wel belangstelling is voor hoe wiskunde geleerd kan worden aan Marokkanen in Nederland, maar dat de interesse voor etno-wiskunde op mondiaal niveau ontbreekt. Om wiskunde goed over te dragen, moet je kijken naar de invloed van de cultuur. Afrikaanse wiskunde is niet hetzelfde als de onze driedimensionale meetkunde. Voor ons bekende patronen als a,a,b,a,a,b worden in andere culturen niet herkend. Zo denken Mozambiquanen aan patronen in visnetten, mandjes en weefsels.
Gerard Alberts van de Katholieke universiteit Brabant vraagt zich af of westerse landen niet te veel uitgaan van de aanname dat in Afrika wiskunde geleerd moet worden omdat we het zelf belangrijk vinden. In onze samenleving is wiskunde een voorwaarde om deel te nemen aan onze cultuur. Maar dat is niet altijd zo geweest. Vroeger waren Grieks en Latijn juist belangrijk, want daar zou je juist helder door leren denken, was het idee. We moeten uitgaan van de consument. De belevingswereld van de consument is belangrijker dan die van de docent, onderwijst hij
Een oud-wiskundedocent in de zaal kan daarover meespreken. In het vroegere Batavia gaf hij wiskundeles aan meisjes op de middelbare school. Ik had het niet over appels en peren, maar over apen en beren. Want dat vonden ze schattig en sprak ze aan.

Re:ageer