Wetenschap - 6 februari 1997

Gat van Ritzen beperkt beurzendebat

Gat van Ritzen beperkt beurzendebat

Gat van Ritzen beperkt beurzendebat
Misschien gaat het nu toch eindelijk beginnen: het fundamentele debat over de toekomst van de studiefinanciering. Van minister Ritzen mag dat debat niet tot ingrijpende veranderingen leiden. Inmiddels begint het tot de betrokkenen door te dringen dat dat ook niet kan. Want het gat van Ritzen legt de toekomst tot in lengte van jaren vast
Het was voorzitter Meijerink van de VSNU, de vereniging van universiteiten, die eind vorig jaar de uitdrukking muntte: het gat van Ritzen. Daarmee doelde hij op een bedrag van een miljard gulden dat in het niets is verdwenen bij de uitwerking van het paarse regeerakkoord, zomer 1994. Dat gat, voorspelde Meijerink, zal de discussie over studiefinanciering beheersen, nog jaren nadat Ritzen zijn ministerszetel heeft opgegeven
Het gat is ontstaan doordat het regeerakkoord de nieuwe minister van Onderwijs verplichtte een miljard gulden op de studiefinanciering te bezuinigen. Ritzen dacht dat dat wel kon. Een fors deel van het bedrag kon opgebracht worden door de tijd dat een student recht heeft op een beurs terug te brengen van vijf naar vier jaar. En ook de OV-kaart kon goedkoper. Maar daarmee voldeed Ritzen nog niet aan de eisen van het regeerakkoord, want deze maatregelen zouden pas na het jaar 2000 geld opleveren. En het regeerakkoord eiste dat het bedrag binnen vier jaar werd opgebracht
De truc waarmee Ritzen deze hindernis uit de weg ruimde, veroorzaakt nu het gat. Hij zette de tempobeurs om in een prestatiebeurs, en dat leverde de vereiste bezuiniging op. De tempobeurs is namelijk een gift die omgezet wordt in een lening als een student niet hard genoeg studeert. Bij de prestatiebeurs is het andersom: dat is in beginsel een lening, die achteraf in een gift kan worden omgezet
Het lijkt lood om oud ijzer, maar voor de overheidsbegroting is het dat niet. Want een lening hoeft in de begroting niet als uitgave te worden opgenomen. Door de omzetting van tempo- in prestatiebeurs was Ritzen dus in een keer voor een paar jaar de begrotingspost beurzen kwijt. En dat levert hem nog deze kabinetsperiode een miljard gulden op
In 2001, zes jaar na de invoering van de prestatiebeurs, verschijnen de verdwenen bedragen weliswaar vanzelf weer op de begroting. Dan studeert namelijk de eerste lichting prestatiestudenten af van wie de lening omgezet wordt in een gift. Maar tegen die tijd gaan Ritzens echte bezuinigingen hun geld opbrengen
Het verdwenen miljard komt daarmee echter niet terug. Het is als met een iemand die zijn huur aan het eind van de maand gaat betalen, in plaats van aan het begin. Dat levert eenmalig een bedrag op. Maar als de huurder die maatregel wil terugdraaien, heeft hij datzelfde bedrag weer nodig. En dan zit hij dus met een gat
De onderwijsbegroting is echter nog iets ingewikkelder dan het huishoudboekje van een huurder. De effecten van Ritzens truc ijlen nog een paar jaar na, en hoewel cijferdeskundigen aarzelen met het noemen van precieze bedragen, komt de omvang van het gat daarom opgeteld waarschijnlijk op enkele miljarden uit
De commissie-Hermans leidt het debat over de toekomst van de studiefinanciering. Tot steeds meer betrokkenen begint door te dringen dat dat debat ernstig beperkt wordt door Ritzens gat. Het is de vraag of ingrijpende wijzigingen van het huidige stelsel van studiefinanciering wel door te voeren zijn - tenzij een toekomstige regering er miljarden voor over heeft
Het gevolg van het gat is in ieder geval dat de prestatiebeurs niet simpelweg weer kan worden ingeruild tegen de tempobeurs. Verstrekkender is nog het feit dat het huidige stelsel eigenlijk een leningenstelsel is geworden in plaats van een beurzenstelsel. Wie dat wil veranderen, heeft heel veel geld nodig
De overgang naar een stelsel zoals de studentenbond LSVb dat wenst, wordt bijvoorbeeld vrijwel onhaalbaar. De LSVb pleit al jaren voor een academicibelasting. De opbrengsten daarvan moeten samen met geld van de overheid en ouderlijke bijdragen in een fonds voor studiebeurzen terecht komen. Dat vereist een forse investering, die ook zonder Ritzens gat al een grote hindernis voor de invoering ervan is. Met het gat is de invoering zo goed als uitgesloten. Ritzen leent van de toekomst, vat LSVb-bestuurslid Ivo Stumpe samen. Wij gaan juist uit van investeren in de toekomst.
Maar ook minder verregaande stelselwijzigingen worden lastig te verwerkelijken. Zo willen de universiteiten het stelsel ontdoen van zijn tempoprikkels. Hoe snel een student studeert, is een zaak van student en universiteit gezamenlijk, betogen zij; de inmenging van overheid via de studiefinanciering heeft allerlei ongewenste ingrepen in het onderwijs tot gevolg. Maar zodra die koppeling met studieprestaties uit het stelsel verdwijnt - en dat moet - zit je met het gat van Ritzen, gaf VSNU-voorzitter Meijerink vorige week tijdens een studentenforum toe
Al met al wordt het voor de commissie-Hermans nog een heidens karwei om een werkelijk fundamenteel debat van de grond te krijgen

Re:ageer