Wetenschap - 23 februari 1995

Gangbare landbouw is slecht voor nuttige regenwormen

Gangbare landbouw is slecht voor nuttige regenwormen

Door de inzet van grondontsmettingsmiddelen en het toepassen van organische stoffen van slechte kwaliteit, komen in gangbaar bewerkte gronden nauwelijks regenwormpopulaties voor. Dit in tegenstelling tot gronden in een geintegreerd bedrijfssysteem, waar geen gebruik wordt gemaakt van grondontsmetting, het herbicidengebruik is gereduceerd en een grondbewerkingsdiepte van 15 centimeter in plaats van de gebruikelijke 25 centimeter wordt aangehouden.

Dit concludeert dr. ir. J.C.Y. Marinissen in haar proefschrift earthworms, soil-aggregates and organic matter decomposition in agro-ecosystems in the Netherlands. Maandag 20 februari promoveerde ze bij bodemdeskundigen prof. dr N. van Breemen van de vakgroep Bodemkunde en geologie en dr L. Brussaard, hoogleraar in de Bodembiologie.

Marinissen vergeleek op de Lovinkhoeve te Marknesse de invloed van landbouwkundige ingrepen op regenwormpopulaties, en onderzocht tevens de rol van regenwormen in de bodemstructuurvorming en de afbraak van organische stof. Uit het onderzoek blijkt dat wormen in bodems waar ze voorkomen, de factor zijn in de capaciteit van de bodem om organische stof vast te houden. Bovendien is in aanwezigheid van wormen de gevoeligheid van de bodem voor verslemping veel kleiner; het aantal bodemporien dat verstopt raakt neemt af. Hierdoor is de grond beter in staat toegevoegde organische stof vast te houden. Voor de instandhouding van het organische-stofniveau en de stabiliteit van de bodem is blijvende activiteit van regenwormen nodig. De promovenda adviseert grondontsmetting en andere bodemverbeterende maatregelen alleen met grote zorgvuldigheid toe te passen.

Re:ageer