Wetenschap - 26 juni 1997

Fusiepartners die niet konden fuseren

Fusiepartners die niet konden fuseren

Fusiepartners die niet konden fuseren
IMAG en Agrotechniek en -fysica willen samen de markt op
Al een paar jaar probeert een deel van de vakgroep Agrotechniek en -fysica te fuseren met zijn natuurlijke DLO-partner, het IMAG. Een aantal vakgroepshoogleraren stribbelt tegen en ook de besturen van DLO en Landbouwuniversiteit hadden wat moeite met een experimentele fusie zo vlak voor het ontstaan van het Kenniscentrum Wageningen. Ondertussen beloven de vakgroep en het IMAG-DLO elkaar wel alle openheid in onderzoeksplannen en wisselen ze met het grootste gemak personeel uit
Ze kennen elkaar van haver tot gort. Het leek ze dan ook beter om samen een interview te geven over de samenwerking. Hoogleraar van de vakgroep Agrotechniek en -fysica dr ir Bert Speelman is voor de gelegenheid weer naar zijn oude stek aan de Mansholtlaan gegaan. Tot drie jaar geleden huisde daar behalve het Instituut voor Milieu- en Agritechniek (IMAG-DLO) ook zijn vakgroep. Nu is het gebouw helemaal voor het IMAG-DLO. IMAG-directeur ir Aad Jongebreur probeert voor aanvang van het gesprek tussen wat paperassen nog snel een concept van de samenwerkingsovereenkomst te vinden. Speelman grapt dat als ze zonder dat concept niet duidelijk kunnen maken wat de intentie is van de samenwerking, de overeenkomst op papier niet veel kan voorstellen
Al enige tijd hebben de twee een overeenkomst in de la liggen waarin ze te kennen geven dat ze met elkaar verder willen. Eigenlijk moet die nog een keer officieel worden getekend. Het is tekenend voor de verhouding tussen Speelman en Jongebreur dat dat nog niet is gebeurd. Samenwerken doen ze toch wel steeds meer
Een van de basisgedachten voor de samenwerking tussen de LUW-vakgroep en het IMAG-DLO is dat de twee beter samen op de markt kunnen opereren. Jongebreur: De concurrentie neemt toe en wij merkten dat we nogal eens tegen elkaar werden uitgespeeld door grote marktpartijen. Tegelijkertijd zie je ook dat met name de kleine bedrijven en buitenlandse partners niet snappen dat hier twee instituten zitten die ongeveer hetzelfde doen. Beide argumenten pleiten voor een nauwe samenwerking.
Daarbij komt volgens Speelman nog eens dat een grote pool van medewerkers - het IMAG-DLO telt zo'n tweehonderd medewerkers en de vakgroep veertig - veel flexibeler is in te zetten. Een kleine vakgroep dreigt te weinig kritische massa te krijgen en kan zich dan moeilijker een sterke positie verwerven
Proeftuin
In 1995 werden Jongebreur en Speelman zo enthousiast over het idee van samenwerken, dat ze bedachten om dan maar meteen helemaal te gaan fuseren. Jongebreur zou als directeur van de grootste club de baas mogen blijven; Speelman wilde wel een stapje terug doen en zou genoegen nemen met de functie van adjunct-directeur. Het onderscheid tussen de twee instituten zou helemaal komen te vervallen en het nieuwe instituut zou de taken van zowel DLO als de universiteit gaan uitvoeren
De hoofddirectie van DLO had met name moeite met het tijdstip van een fusie zo vlak voor het ontstaan van het KCW. Het LUW-bestuur wilde zeker niet de hele vakgroep laten fuseren, maar als Speelman per se wilde mocht hij met zijn eigen leerstoelgroep Landbouwtechniek wel naar het IMAG-DLO
Speelman: Ik vind het vooral erg jammer dat toen niet is besloten om een dergelijke proeftuin voor het Kenniscentrum Wageningen in te stellen. Want als de fusie tussen DLO en LUW straks werkelijkheid wordt, loop je in de praktijk tegen een hele hoop problemen op die we toch een keer moeten zien op te lossen. Hoe regel je de aansturing van je personeel, de rechtspositie, hoe liggen de verhoudingen tussen de instituten? En hoe stuur je straks een heel expertisecluster aan? Al die zaken wilden wij in de praktijk wel eens uitproberen. Ik mocht dan wel van het bestuur met mijn eigen leerstoelgroep fuseren met het IMAG-DLO, maar dan houd je uiteindelijk nog steeds twee groepen over: het fusieproduct en de rest van de vakgroep. We hebben besloten om dan maar helemaal niet te fuseren. Blijkbaar waren we onze tijd vooruit.
Proefschrift
Inhoudelijk zouden de vakgroep en het IMAG-DLO probleemloos in elkaar te schuiven zijn, menen Speelman en Jongebreur. Zolang enerzijds het eerste- en tweedefaseonderwijs en anderzijds het fundamentele en toepassingsgerichte onderzoek maar standhoudt. Landbouwtechniek is een toegepaste wetenschap, vindt Speelman, zodat een koppeling met de praktijk en daarmee het IMAG-DLO meestal niet moeilijk te maken is
Op het IMAG-DLO zijn momenteel veertien medewerkers bezig met een proefschrift en dat geeft volgens Jongebreur aan dat het toegepaste instituut ook wel degelijk een wetenschappelijk basis heeft. Jongebreur: Onze filosofie is dat ons werk een toepassing moet hebben; de markt moet erom vragen. Het komt erop neer dat wij vaak voor onze opdrachtgevers systemen toetsen en ontwerpen. Maar voor die opdrachten heb je ook fundamentele kennis nodig en die kunnen we dus ook leveren. Als wij in het kader van onderzoek naar het welzijn van dieren een nieuwe stalvloer testen, hebben we fundamentele kennis nodig over bijvoorbeeld de coatings die op de vloeren aangebracht kunnen worden.
Jongebreur juicht het toe dat in het LNV-beleid techniek een belangrijke plaats inneemt bij de verbetering van bijvoorbeeld arbeidsomstandigheden en milieu. Vier of vijf jaar geleden zou ik gezegd hebben dat er te veel aandacht is voor bijvoorbeeld biotechnologie als oplossingsrichting voor de landbouw. Maar ik denk dat de aandacht voor techniek is toegenomen en dat ook de overheid nu meer wil investeren in onderzoek en ontwikkeling op dat terrein. Niet zo raar als je bedenkt dat je bijvoorbeeld met andere spuittechnieken voor bestrijdingsmiddelen het verwaaien met meer dan de helft kunt verminderen. Nieuwe technieken en nieuwe concepten zouden heel goed in samenwerking uitgevogeld kunnen worden, vinden Speelman en Jongebreur
Toch is niet iedereen blij met de avances. Het agrarische bedrijfsleven in Nederland wil eigenlijk alles bij het oude laten. Het oude slaat dan op het model waarin onderwijs, onderzoek, voorlichting en praktijkbedrijven elkaar aanvullen en ten dienste staan van de landbouwsector. Met name de tientallen kleine landbouwmechanisatiebedrijven zien dat kennis steeds duurder wordt. De Dienst landbouwvoorlichting doet niets meer voor niets, en nu slaan ook de Landbouwuniversiteit en DLO de handen ineen om de markt op te kunnen. Jongebreur: De grote bedrijven hebben altijd al geinvesteerd in nieuwe kennis en technieken. Ik denk dat het midden- en kleinbedrijf ook die stap moet zetten en met ideeen moet komen. Ze moeten gewoon meedoen. Het argument dat dat te duur is geldt niet, want er zijn bij de ministeries van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij en Economische Zaken heel veel subsidiemogelijkheden voor kennisontwikkeling. Ik zie wel wat in het model waarin de overheid toepassingsgerichte, door de markt gewenste ideeen subsidieert en daarmee garandeert dat er efficient met de middelen omgegaan wordt.
Tegenstanders
Het enthousiasme over een fusie werd en wordt niet door de hele vakgroep gedeeld. Een van de tegenstanders van een volledige fusie is prof. dr ir Gerrit van Straten. Een nauwe samenwerking met het IMAG-DLO wil hij zeker niet uit de weg gaan. Hij denkt ook dat er veel efficientiewinst te behalen is door samen te werken en gebruik te maken van elkaars onderzoeksfaciliteiten. Maar vervolgens zie ik meer een samenwerking voor me op basis van projecten. Zeker voor mijn vakgebied, de meet-, regel- en systeemtechniek, is dat veel logischer omdat ik met veel meer partners te maken heb dan alleen het IMAG. Ik werk ook met het ATO-DLO samen en met de vakgroepen Levensmiddelentechnologie en Milieutechnologie. Een volledige fusie met een van de partners lijkt me niet goed voor de samenwerking met al die anderen.
Op andere deelgebieden lijkt dat minder een probleem. Dr ir Daan Goense van de vakgroep Agrotechniek en -fysica leidt op het IMAG-DLO de afdeling Arbeid en management. Er zijn heel duidelijke raakvlakken met LUW-groepen zoals Gezondheidsleer en Bedrijfskunde. Met Gezondheidsleer hebben we momenteel niet zo heel intensief contact. We werken zelfs een beetje concurrerend, maar als het aan mij ligt gaan we daar binnenkort wat aan doen. Ik denk niet dat een fusie met Agrotechniek en -fysica daar een negatieve invloed op zou hebben.
Van Straten is ook beducht voor het voortbestaan van het fundamenteel wetenschappelijk onderzoek na een fusie met DLO. Ik hoor iedereen weliswaar zeggen dat het wetenschappelijk onderzoek in het Kenniscentrum Wageningen hoe dan ook moet blijven. Daar ben ik het heel erg mee eens. Maar ik wil graag zeker weten dat er straks nog steeds geld is voor onderzoek dat niet onmiddellijk resultaten oplevert. Als dat verdwijnt, kunnen we namelijk wel helemaal ophouden.
Werkplekken
Nu een echte fusie voorlopig van de baan is, moet een samenwerkingsovereenkomst de verhouding tussen het IMAG-DLO en de vakgroep regelen. De afspraak is dat de twee elkaar voortaan gedetailleerd op de hoogte houden van hun onderzoeksplannen en geen geheime agenda's meer hebben. Ook willen ze gezamenlijk op projecten gaan inschrijven en moet het personeel makkelijker dan voorheen kunnen overstappen. Wat dat laatste betreft is het uiterst onhandig dat de twee na een jarenlang samenwonen nu net uit elkaar zijn en de vakgroep nu op De Dreijen huist
Goense en zijn collega prof. dr ir Gerard Bot ervaren die onhandigheid aan den lijve: ze werken voor zowel het IMAG-DLO als de LUW en hebben dus twee werkplekken. Desondanks meent Goense dat het samenwerkingsmodel nastrevenswaardig is. Het onderwijs waar ik verantwoordelijk voor ben, wordt meer en meer verzorgd door mensen hier op het IMAG-DLO. Dat geldt voor colleges maar ook voor de dagelijkse begeleiding van doctoraalstudenten. Het wordt op die manier een gezamenlijke verantwoordelijkheid om goed onderwijs en onderzoek te verzorgen.

Re:ageer