Wetenschap - 27 februari 1997

Fusie DLO-LUW biedt nieuwe kansen op de verre markt

Fusie DLO-LUW biedt nieuwe kansen op de verre markt

Fusie DLO-LUW biedt nieuwe kansen op de verre markt
Tijdens het verbouwen gaat de verkoop gewoon door
Bij grote financiers als DGIS en de Wereldbank groeit de vraag naar multidisciplinaire teams die het complexe ontwikkelingsvraagstuk uiteenrafelen en te lijf gaan. Een fusie tussen DLO en LUW vergroot ogenschijnlijk de kans op een aantrekkelijke wetenschappelijke cocktail. Maar EU-beleidsmakers spelen nu al vele miljoenen ecu's door naar het kenniscentrum. In hoeverre biedt de fusie werkelijk een meerwaarde op de buitenlandmarkt?
De tropenkennis over gewasbescherming binnen Wageningen is verspreid aanwezig. Daarom moeten we onze expertise bundelen. Want bij de aanbesteding van projecten concurreer je met grote instituten uit Engeland, Duitsland en Frankrijk. Met het oog daarop is in 1990 het WCPC opgericht. Aldus ir Frans Meerman, secretaris van het Wageningen Crop Protection Centre, een samenwerking van medewerkers van de gewasbeschermingsvakgroepen van de LUW, de DLO-instituten IPO en CPRO, het Internationaal Agrarisch Centrum en de Planteziektenkundige Dienst. Opdrachten die hun eigen expertise overstijgen, kunnen ze gezamenlijk aanpakken onder de paraplu van het WCPC. Volgens Meerman gaat het om een groep pragmatische tropengangers die elkaar op de werkvloer hebben gevonden. Dat is de beste basis voor samenwerking.
De LUW-entomoloog bestudeert in opdracht van het Kenniscentrum Wageningen, mede vanwege de fusieplannen, de kansen op de markt van de ontwikkelingssamenwerking. Zijn ervaringen bij het WCPC vormen het uitgangspunt van die studie
Het WCPC wilde ondermeer het Directoraat Generaal Internationale Samenwerking binnenhalen als grote opdrachtgever. Gelukt? We hebben een paar maanden geleden een contract afgesloten met DGIS voor advisering over tropische gewasbescherming. Dat danken we aan onze brede basis.
Maar het binnenhalen van projecten van vijf miljoen gulden en meer bij EU en Wereldbank gaat volgens Meerman systematisch mis. Het is tijdrovend en lastig. De kost gaat voor de baat uit, maar de LUW financiert de noodzakelijke acquisitie nauwelijks en gaat onvoldoende strategische allianties aan met bijvoorbeeld ingenieursbureaus, aldus Meerman
Volgens de criticaster groeit binnen de ontwikkelingssamenwerking de vraag naar toepassingsgerichte multidisciplinaire teams. Het gaat daarbij nauwelijks om fundamenteel wetenschappelijk onderzoek. Menig LUW-wetenschapper haalt zijn neus op voor dat toegepaste onderzoek. De LUW moet niet echter te veel zeuren. Ze heeft de opdrachten hard nodig in tijden van bezuinigingen en mag de aansluiting met de tropenpraktijk niet missen. Investeren in concrete aandachtsvelden als gewasbescherming, zaadtechnologie en bosbeheer is daarom het devies, meent Meerman
Veenmoerassen
Ir Remko Vonk, het kersverse hoofd Externe betrekkingen van DLO, herkent Meermans betoog. Hij was lange tijd coordinator van LAWOO, een onderzoeksgroep op het gebied van land en water van vier DLO-instituten en het cultuurtechnisch instituut ILRI. Net als het WCPC bundelt LAWOO expertise om grote multidisciplinaire projecten te kunnen uitvoeren. Zo verrichtte LAWOO in Maleisie een studie naar de ontginning van veenmoerassen. Het betrof volgens Vonk een gecompliceerde mix van bodem- en drainagetechniek, economie, demografie en bosbouw. Het DLO-Staringscentrum alleen zou de concurrentieslag hebben verloren.
Opmerkelijk is dat de Maleisische regering betaalde. We denken nog te veel aan ontwikkelingssamenwerking en DGIS, maar landen in transitie vormen een steeds grotere afnemer van kennis. Vonk spreekt daarom liever van de verre markt, die steeds moeilijker louter door ingenieursbureaus kan worden bediend. Deze bureaus moeten uit concurrentie-overwegingen steeds efficienter werken. Ze grijpen daarom vooral naar bekende methoden en technieken, maar in Maleisie waren geen kant-en-klare oplossingen voorhanden. Juist dan hebben multidisciplinaire onderzoeksteams een streepje voor. Financiers vragen ook steeds vaker een multidisciplinaire cocktail
Een bijkomend voordeel is dat zo'n opdracht minstens drie mensjaren werk oplevert. Een randvoorwaarde voor het genereren van nieuwe kennis, vertelt Vonk. Dat lukt niet bij kortlopende consultancies
Net als Meerman weet de voormalige LAWOO-coordinator dat je dergelijke opdrachten alleen binnensleept als je vooraf menskracht vrijmaakt. Een inschrijving op een tender is snel tien centimeter dik. Voor die klus heeft LAWOO zijn functie gecreeerd
Conglomeraten als LAWOO moet je echter niet kritiekloos verheerlijken, zegt Vonk. De complexiteit neemt toe met het kwadraat van het aantal partners. Het meest efficient blijven de activiteiten van een instituut. Afzonderlijke DLO-instituten speuren dan ook, net als in het verleden, naarstig naar opdrachtgevers. Maar nu duiken termen op als businessplanning, strategische studies en marketing. Er wordt werkelijk capaciteit vrijgemaakt voor het bewerken van de verre markt. Vonk spreekt over een revolutionaire ontwikkeling
Onderaannemer
Niet zo handig is dat nu ieder instituut apart bijvoorbeeld bij DGIS informeert naar het nieuwe beleid sinds de herijkingsoperatie. Een beter klantbeheer vereist volgens de Wageninger dat de afzonderlijke eenheden een gemeenschappelijke strategie hanteren jegens grote financiers zoals de Wereldbank. Vonk schudt wat ideetjes uit de mouw: nauwer samenwerken met de landbouwattache in Washington, nauwgezet de homepage bijhouden waar de Wereldbank haar tenders aankondigt en hierover eerder contact opnemen, regelmatig overleggen met betrokken DLO'ers en eventueel beginnen als onderaannemer van een ingenieursbureau, om langzaam binnen te komen en naamsbekendheid op te bouwen
In dat licht bezien juicht hij de fusieplannen tussen DLO en LUW toe. Peper heeft de spijker op de kop geslagen. Wageningen heeft een grote naamsbekendheid, maar er zijn te veel verschillende instituten die zich op hetzelfde terrein bewegen. Dat werkt uiterst verwarrend naar de buitenwereld; het ontbreekt aan gemeenschappelijke aanspreekpunten.
Is Vonk zeer gecharmeerd over de gang naar een centraal loket, ir Chiel de Ranitz reageert een stuk gereserveerder. De Ranitz is hoofd van de nieuwe LUW-afdeling Kennisbemiddeling, ontstaan uit een fusie tussen Bureau Buitenland, Transferpunt en Wetenschapswinkel. Volgens hem zijn de sterk verschillende organisatiestructuren van DLO en LUW een fikse sta in de weg. Zo zijn DLO-instituten rechtspersonen die ieder afzonderlijk contracten afsluiten zonder een meldingsplicht naar het centrale niveau. Bij de LUW moet altijd de rector ondertekenen. Dat bemoeilijkt een hechte samenwerking. Bovendien zijn zowel DLO als LUW ondertussen druk bezig met interne organisatorische veranderingen. Vooralsnog vaart de LUW gewoon haar eigen buitenlandse koers
Zal ze daarbij, zoals Meerman bepleit, meer acquisitie plegen? Volgens De Ranitz onderschat Meerman de resultaten die reeds worden geboekt in het ontwikkelingssamenwerkingscircuit. Zo incasseert de LUW reeds vele DGIS-miljoenen via het Medefinancieringsprogramma Hoger Onderwijs en Sail, het samenwerkingsverband van de LUW met de internationale onderwijsinstituten. De commissie Internationalisering, de buitenland-denktank van de LUW, staat niet afwijzend tegenover meer acquisitie. De Ranitz verwacht voor zijn eigen centrale afdeling echter geen grote veranderingen. Acquisitie is vooral een taak voor vakgroepsmedewerkers die inhoudelijk met projecten bezig zijn; de afdeling heeft meer een politiefunctie; zij bewaakt de procedures
Door het koloniale verleden heeft het tropenonderzoek een prominente plek in het Wageningse buitenlandpakket. Daarnaast worden momenteel veel aansprekende opdrachten verworven in Brussel. Het EU-kaderprogramma voor wetenschappelijke samenwerking is de meest omvangrijke bron van financiering. Dit programma startte zo'n tien jaar geleden en moet leiden tot wetenschappelijke onderzoeksprojecten ter ondersteuning van de industriele ontwikkeling in Europa. Prettige bijkomstigheid is dat zowel LUW als DLO zeer goed scoren. Volgens prof. dr Fons Werry, manager Internationale samenwerking, betaalt Brussel inmiddels zo'n zestig tot zeventig procent van de Wageningse buitenlandactiviteiten
Projectenoogst
Daarbij werken DLO en LUW lang niet altijd samen. Dat is volgens Werry deels een gevolg van de Brusselse eisen, want de EU verplicht tot samenwerking met partners in het buitenland, ook al zit de natuurlijke partner in Wageningen zelf
Daarnaast is er soms sprake van pure concurrentie tussen DLO en LUW. Maar dat is gewoon goed, vindt Werry. Dat verhoogt de kwaliteit. We doen het uitstekend in Brussel. Je kunt verwachten dat er nog meer naar Wageningen gaat. Volgens Werry haalt Wageningen al bijna de helft van de Nederlandse projectenoogst binnen
Is een fusie tussen DLO en LUW dan eigenlijk zinvol voor de Brusselse tak? Werry: Het wetenschappelijke onderzoek is sterk geinternationaliseerd. Wil je in eigen land overeind blijven, dan moet je internationaal bezig zijn. Opdrachten uit Brussel zijn daarbij tegenwoordig de standaard. Een fusie is in dat opzicht noodzakelijk. Je wilt je immers als een kennissysteem van internationale allure presenteren.
Een fusie biedt volgens Werry ook schaalvoordelen. Zo zou hij graag meer inzicht krijgen in de redenen voor goedkeuring of afwijzing van projectaanvragen. Hoe verliep de aanvraag, wat ging er fout, wat waren de succesfactoren? Een monnikenwerk, want per programmaronde worden vele tientallen programma's ingediend. Instituten en vakgroepen moeten meewerken, maar lopen liever niet te koop met mislukkingen. Een gedegen en vooral brede studie verhoogt echter wel de efficientie van aanvragen en daar profiteren zowel DLO als LUW van, meent Werry
Paradepaardjes
De dagelijkse praktijk leert Werry dat DLO en LUW elkaar eerder aanvullen dan dwarszitten. Zo wordt hijzelf opgebeld door LUW-medewerkers, die hij strategisch adviseert - let op de wetenschappelijke kwaliteit, show je paradepaardjes, zoek de beste partners, kijk hoe je vakgebied ligt binnen Europa - en omgekeerd staat de Brussel-expert van de LUW de DLO'ers bij in hun contractonderhandelingen. Ook trachten beide instellingen gezamenlijk de tekstschrijvers van het nieuwe, vijfde EU-kaderprogramma te beinvloeden. Ze willen bijvoorbeeld voorkomen dat de tekst, net als bij het huidige, vierde programma, geen melding maakt van voedings- en levensmiddelentechnologie. Destijds is dat aandachtsveld door een vrij krachtig optreden samen met de Fransen, met de vakgroep Humane voeding als belangrijke factor alsnog toegevoegd. En we scoren er lekker in; dat is allemaal wel goed gekomen.
Over de verschillen in organisatiestructuur mogen wat Werry betreft vooral de organisatie-adviseurs hun hersens kraken. Tijdens het verbouwen van de winkel gaat de verkoop gewoon door. Dat de LUW een andere routing heeft dan DLO zal Brussel worst wezen. Het telt pas als bij de ondertekening van een contract. In het buitenland heb ik aan het begrip Wageningen voldoende, en daar maken we goed gebruik van. We moeten ons geen negatieve stemming laten opdringen door alle bezuinigingen en omdat we geen voorzitter kunnen vinden. Daar is in het buitenland niemand in geinteresseerd. Er is internationaal veel respect voor Wageningen. Dat moet je overeind houden.

Re:ageer