Wetenschap - 30 januari 1997

Fusie

Fusie

Fusie
Prof. dr H.H.T. Prins, ecoloog

Ik vind de voorlichting aan de mensen op de faculteit beneden alle peil. Het gaat om beslissingen over de toekomst van enige duizenden mensen en zij worden helemaal niet bij het proces betrokken. Een dergelijke top down-benadering is niet van deze tijd. De Landbouwuniversiteit leert organisaties in de derde wereld dat het bottom up moet, maar we zijn niet in staat dat principe in onze eigen organisatie toe te passen. Ik vind het heel zorgelijk dat het zo gerushed wordt, zonder dat de mensen weten wat de consequenties zijn.
De fusiegedachte beschouw ik als een vlucht naar voren; ik ben niet er niet denderend enthousiast over. Er zijn in de Nederlandse kennisinfrastructuur meer belangrijke instituten, maar die behoren niet tot het ministerie van Landbouw: het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu bijvoorbeeld en TNO, maar ook de KNAW-instituten. Enerzijds zie je in Nederland een poging om die instituten op nationaal niveau te integreren en anderzijds zie je in Wageningen het versterken van het bastiongevoel. Dat baart mij zorgen en ik vraag me af waarom het nodig is. Ik zou liever zien dat de tentakels worden verspreid in de andere maatschappelijke instituties in plaats van het zich terugtrekken achter de muren van het eigen instituut. Eigenlijk is het een negentiende-eeuwse oplossing voor een eenentwintigste-eeuws probleem. Dankzij de moderne technologie zitten onze partners nu verspreid over de hele wereld en wij trekken ons hier terug in de regio. Deze ideeen gaan voorbij aan de technologische revolutie.
Prof. dr J.H. Koeman, toxicoloog

Ik vond het heel wonderlijk dat mensen van De Dreijen niet bij de fusiebesprekingen waren betrokken. Dat had toch voor de hand gelegen. Ik vind dat de samenwerking moet beginnen als een jumelage, een tweelingconstructie. We moeten dus een verbond aangaan met DLO om de mogelijkheden voor wederzijdse samenwerking te bestuderen en voorlopig nog niet alles structureel op zijn kop zetten. Over twee of drie jaar weten we dan of het logisch is de fusie tot stand te laten komen.
Uiteraard moet het fundament bij de Landbouwuniversiteit liggen. DLO is immers gericht op marketing van kennis. Tegelijkertijd is dat een probleem, want als die lui veel geld binnenhalen, kunnen ze hun eigen wetenschappers inhuren. Dan drijven ze weg van de fundamenten. Dat zie je al bij het Instituut voor Agrotechnologisch Onderzoek. Dat doet het heel goed, maar heeft geen boodschap meer aan de Landbouwuniversiteit. Je moet je dan ook serieus afvragen of dat instituut een plaats kan krijgen in de samenwerking.
Wonderlijk vind ik wel dat de politiek de drijvende kracht is achter de samenwerking. De ambtenaren op het ministerie zijn helemaal niet zo con amore en verzetten zich een beetje leidzaam.
Overigens zie ik wel degelijk mogelijkheden tot samenwerking met bijvoorbeeld de toxicologen van het Rikilt, die wij al heel goed kennen; ik was daar jarenlang lid van de commissie van bijstand.
E-mail svinkrcl.wau.nl
Fax 0317-48 4789
Bodenummer 23
Postbus 357; 6700 AJ Wageningen

Re:ageer