Wetenschap - 16 februari 1997

Fusie

Fusie

Fusie
De komende weken zullen op deze plaats in het WUB universitair onderzoekers hun mening geven over de voorgenomen fusie tussen de Landbouwuniversiteit en de Dienst Landbouwkundig Onderzoek
Prof. dr J.C. van Lenteren, entomoloog
Uitstekend idee, het had veel eerder moeten gebeuren. Toen er geld genoeg was, kon je het je veroorloven je onderzoek te scheiden in drie compartimenten: Landbouwuniversiteit, DLO en de proefstations. Die tijd is voorbij. In de Verenigde Staten zie je op universiteiten al jaren drie afzonderlijke blokken voor fundamenteel, strategisch en toegepast onderzoek. Daar hebben ze zelfs vaak een vierde poot voor de voorlichting. Door een fusie raken we eindelijk af van onderlinge concurrentie en ontstaat, zeker op mijn vakgebied, een substantiele onderzoeksgroep met voldoende kritische massa. Natuurlijk stemmen we ons onderzoek al jaren af met de groepen bij het Instituut voor Planteziektenkundig Onderzoek, maar afstemmen is iets anders dan samenwerken. Er blijkt overigens momenteel nauwelijks sprake van overlap.
Prof. dr R.F. Hoekstra, geneticus
Mmmm, ik zie wel wat voordelen. Het probleem is echter dat mijn vakgebied een basisdiscipline is die voor meerdere vakgebieden belangrijk is. Wij hebben dus geen natuurlijke tegenvoeter binnen DLO. Wij hebben al contacten met groepen op DLO en als er een logische structuur is te verzinnen waarin dat is in te passen, is dat prima. Ik ben echter bang dat het weer een hoop gelazer zal geven. Momenteel kan ik samenwerken met wie - in Wageningen, Nederland of elders - ik wil. Daarvoor is geen nieuwe structuur nodig. Nee, ik had dit idee waarschijnlijk niet verzonnen.
Prof. dr ir G.J. Fleer, fysisch chemicus
Ik heb niet zo'n uitgesproken mening, want het gaat de fundamentele vakgroepen wat minder aan. Wel zijn we van plan contact te leggen met groepen op het Instituut voor Agrotechnologisch Onderzoek die zich op vergelijkbare terreinen bevinden. Wij zitten in drie onderzoekscholen. Negentig procent van onze onderzoekscapaciteit is verdeeld over Vlag en M&T, maar met tien procent in het landelijke Polymereninstituut willen wij contact houden met de echte chemici. We weten bliksems goed dat we ons onderzoek in Wageningen moeten inbedden, maar we moeten als chemici ook buiten de stadsmuren serieus genomen worden. Tot nu toe lukt dat aardig. Om die reden werken we niet alleen aan het door Economische zaken gestimuleerde landelijk topinstituut op het gebied van voedsel, maar ook aan het nieuwe landelijk topinstituut op het gebied van polymeren. Ach, we hebben een sterke onderzoeksgroep en we zijn niet bang voor samenwerking.

Re:ageer